1.
De gestrafte kan beroep instellen bij het gerecht, dat ingevolge de bepalingen van de Wet militaire strafrechtspraak bevoegd zou zijn geweest, indien de desbetreffende gedraging een misdrijf zou hebben opgeleverd. Dit beroep wordt ingesteld binnen vijf dagen na de uitreiking:
a. van een schriftelijk stuk als bedoeld in artikel 80d, eerste lid;
b. van een afschrift van een uitspraak op beklag.
2.
Artikel 80a, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.
3.
De beklagmeerdere kan binnen vijf dagen na verloop van de termijn bedoeld in artikel 80a, eerste lid, en er geen beklag is gedaan, bij het in het eerste lid bedoelde gerecht beroep instellen op de grond dat naar zijn oordeel ten onrechte geen straf is opgelegd of de opgelegde straf ontoereikend is.
4.
Indien de beklagmeerdere een oordeel heeft gegeven over de wijze van tenuitvoerlegging als bedoeld in het derde lid van artikel 80a, kan in beroep eveneens de wijze van tenuitvoerlegging van de straf van strafdienst of van uitgaansverbod aan het oordeel van het gerecht worden onderworpen.
1.
Het beroep wordt ingesteld bij beroepschrift, dat bij de commandant moet worden ingediend.
2.
De commandant zendt het beroepschrift onverwijld naar het gerecht. De commandant en de beklagmeerdere voegen daarbij alle op de zaak betrekking hebbende stukken met opgave van de bewijsmiddelen op grond waarvan zij tot de overtuiging zijn gekomen dat een in de beschuldiging omschreven gedraging heeft plaatsgevonden.
3.
Indien het beroep is ingesteld door de beklagmeerdere, doet de commandant daarvan mededeling aan degene op wie de uitspraak betrekking heeft.
Artikel 83
Als dag van indiening geldt de dag van ontvangst van het beroepschrift door of namens de commandant. De dag van ontvangst wordt terstond op het beroepschrift aangetekend.
Artikel 84
Ten aanzien van een na afloop van de beroepstermijn ingediend beroepschrift blijft niet-ontvankelijkverklaring achterwege indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest. Een beslissing ter zake is gemotiveerd.
Artikel 85
Zodra het beroepschrift is ingediend, kan de voorzitter van de militaire kamer, bedoeld in artikel 87, de tenuitvoerlegging van een straf van strafdienst of van uitgaansverbod opschorten of schorsen. Hiervan wordt aantekening gesteld op het beroepschrift.
Artikel 86
De griffier van het gerecht stelt zo spoedig mogelijk afschriften van het beroepschrift en van de op de zaak betrekking hebbende stukken ter beschikking van het openbaar ministerie.
1.
Het beroep wordt zo spoedig mogelijk behandeld door een meervoudige militaire kamer bij het in artikel 81 bedoelde gerecht.
2.
De voorzitter van de militaire kamer bepaalt op welke dag het beroep wordt behandeld.
3.
Artikel 17, elfde lid, van de Wet militaire strafrechtspraak is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de uitvoering van de overdracht geschiedt door de griffier.
1.
De oproeping van de gestrafte geschiedt door de griffier.
2.
De termijn van oproeping is tenminste zes dagen. Op verzoek van de gestrafte kan deze termijn worden verkort.
3.
Indien de gestrafte niet verschijnt en het gerecht zijn aanwezigheid in persoon noodzakelijk acht, stelt het de behandeling voor bepaalde tijd uit en gelast de oproeping van de gestrafte.
4.
Indien de gestrafte wederom niet verschijnt, kan het gerecht het beroep vervallen verklaren.
1.
Indien beroep is ingesteld door de beklagmeerdere worden deze en degene op wie de uitspraak betrekking heeft, door de griffier opgeroepen. De termijn van oproeping is tenminste zes dagen.
2.
Indien de beklagmeerdere niet verschijnt en het gerecht zijn aanwezigheid in persoon noodzakelijk acht, stelt het de behandeling voor bepaalde tijd uit en gelast zijn oproeping.
3.
Indien de beklagmeerdere wederom niet verschijnt, kan het gerecht het beroep vervallen verklaren.
1.
De voorzitter bepaalt welke getuigen en deskundigen zullen worden opgeroepen. Artikel 65, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat het verzoek tenminste drie dagen voor de behandeling dient te zijn binnengekomen.
2.
De oproepingen geschieden door de griffier.
3.
Getuigen en deskundigen zijn verplicht te verschijnen.
4.
Voor getuigen is artikel 290, vierde lid, en voor deskundigen is artikel 51m, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering van overeenkomstige toepassing.
5.
Artikel 65, vierde en vijfde lid, is van toepassing.
Artikel 91
Het openbaar ministerie kan desgewenst bij de behandeling van het beroep zijn oordeel over de zaak kenbaar maken aan de militaire kamer.
1.
De gestrafte kan zich bij de behandeling van zijn beroep doen bijstaan door een vertrouwensman.
2.
De artikelen 57, 58, 59, eerste lid, en 60 zijn van overeenkomstige toepassing.
3.
Als vertrouwensman kan ook een advocaat optreden.
4.
De voorzitter kan de gestrafte een advocaat als vertrouwensman toevoegen. Een daartoe strekkend verzoek dient tenminste drie dagen voor de behandeling van het beroep bij het gerecht te zijn binnengekomen.
5.
Het bepaalde in de vorige leden wordt de gestrafte bij de oproeping medegedeeld.
6.
De overeenkomstig het vierde lid toegevoegde advocaat ontvangt een beloning en vergoeding van door hem gemaakte onkosten volgens regelen te stellen bij algemene maatregel van Rijksbestuur.
7.
De voorgaande bepalingen zijn van overeenkomstige toepassing op degene op wie de uitspraak betrekking heeft, indien het beroep is ingesteld door de beklagmeerdere.
1.
De behandeling van het beroep geschiedt ter openbare terechtzitting. De voorzitter heeft de leiding van de behandeling. Hij kan op verzoek van de gestrafte, de commandant of de beklagmeerdere, of om redenen aan de openbare orde ontleend gelasten dat de behandeling achter gesloten deuren plaatsvindt.
2.
De artikelen 62, 67-69, 74 en 75 zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor commandant gelezen wordt militaire kamer.
3.
Ten aanzien van de bewijsmiddelen is artikel 80n van toepassing. Als bewijsmiddel wordt tevens erkend de eigen waarneming door de militaire kamer tijdens het onderzoek.
4.
Na sluiting van het onderzoek beraadt de militaire kamer zich of zij door de inhoud van de in het derde lid genoemde bewijsmiddelen de overtuiging heeft gekregen dat een in de beschuldiging omschreven gedraging van de gestrafte heeft plaatsgevonden en, in bevestigend geval, of zulks de schending van een gedragsregel oplevert.
1.
De militaire kamer kan een verhoor schriftelijk doen geschieden dan wel de ondervraging opdragen aan een van haar leden of aan een opsporingsambtenaar.
2.
Het lid van de militaire kamer beëdigt, indien er naar zijn oordeel een gegrond vermoeden bestaat dat de getuige niet op de terechtzitting zal kunnen verschijnen, de getuige dat hij de gehele waarheid en niets dan de waarheid zal zeggen.
3.
De deskundige wordt door het lid van de militaire kamer beëdigd dat hij zijn taak naar zijn geweten zal vervullen.
4. Van de reden van de beëdiging als bedoeld in het tweede lid wordt in het proces-verbaal melding gemaakt.
1.
Het gerecht beslist uiterlijk 14 dagen na afloop van de behandeling van het beroep in een schriftelijke, met redenen omklede uitspraak.
2.
De voorlezing van de uitspraak in beroep geschiedt in het openbaar en de uitspraak wordt de gestrafte in persoon betekend.
3.
Een afschrift van de uitspraak wordt toegezonden aan de commandant, de beklagmeerdere, en aan Onze Minister van Defensie.
1.
Het gerecht verklaart zich onbevoegd van het beroep kennis te nemen, verklaart het beroep niet ontvankelijk, of bevestigt de beslissing waartegen beroep is ingesteld, zonodig met verbetering of aanvulling daarvan, of doet de zaak af met gehele of gedeeltelijke vernietiging van die beslissing.
2.
Indien een beroep is ingesteld als bedoeld in artikel 81, vierde lid, verklaart het gerecht bij gemotiveerde beslissing dit beroep geheel of gedeeltelijk gegrond of ongegrond.
Artikel 97
De beslissing waartegen beroep is ingesteld wordt vernietigd:
a. Indien enige in de Titels I of IA van dit hoofdstuk voorgeschreven termijn is geschonden;
b. indien enige andere vorm dan onder a bedoeld, is verzuimd en redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de gestrafte daardoor in zijn verdediging is geschaad.
Artikel 98
Indien bij de beslissing in beroep een reeds geheel of gedeeltelijk tenuitvoergelegde straf van strafdienst of van uitgaansverbod wordt tenietgedaan of verminderd, of een beroep als bedoeld in artikel 81, vierde lid, geheel of gedeeltelijk gegrond wordt verklaard, bepaalt het gerecht, volgens bij of krachtens algemene maatregel van Rijksbestuur te stellen regelen, op welke wijze het door de gestrafte geleden nadeel zal worden hersteld.
Artikel 99
Indien de tenuitvoerlegging van de opgelegde straf is opgeschort of geschorst, wordt, als de beslissing van het gerecht daartoe aanleiding geeft, de straf of het resterende deel van de straf zo spoedig mogelijk ten uitvoer gelegd.
Artikel 100
Tegen de beslissing in beroep staat geen verdere voorziening open, onverminderd de bevoegdheid van de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad om zich in het belang der wet in cassatie te voorzien.
Artikel 101
Indien het beroep is ingesteld bij een mobiele rechtbank, is het bepaalde in deze paragraaf omtrent de militaire kamer van overeenkomstige toepassing.
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk I. Algemene bepalingen
+ Hoofdstuk II. Gedragsregels
+ Hoofdstuk III. Straffen
+ Hoofdstuk IV. Strafbevoegdheid
- Hoofdstuk V. Het tuchtproces
+ Hoofdstuk VI. Dwangmiddelen
+ Hoofdstuk VII. Krijgsgevangenen en geïnterneerde personen
+ Hoofdstuk VIII. Slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht
Jurisprudentie
Voorbeelden van het gebruik van deze artikel(en) in rechterlijke uitspraken