Let op. Deze wet is vervallen op 1 januari 2013. U leest nu de tekst die gold op -.

Wet op de Accountants-administratieconsulenten

Uitgebreide informatie
Wet van 13 december 1972, houdende nadere regelen betreffende het accountantswezen
Wij JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is bij de wet nadere regelen te stellen betreffende het accountantswezen, in het bijzonder met betrekking tot de dienstverlening op het gebied van de accountancy en de daarmee verband houdende werkzaamheden ten behoeve van ondernemingen, behorende tot het midden- of kleinbedrijf;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Artikel 1
In deze wet wordt verstaan onder:
a. Onze Minister: Onze Minister van Financiën;
b. NOvAA: de Nederlandse Orde van Accountants-Administratieconsulenten, bedoeld in artikel 2.
1.
Er is een Nederlandse Orde van Accountants-Administratieconsulenten die tot leden heeft degenen, die zijn ingeschreven in het register bedoeld in artikel 36.
2.
De NOvAA is gevestigd te 's-Gravenhage. Zij is een openbaar lichaam in de zin van artikel 134 van de Grondwet.
3.
De NOvAA heeft tot taak de bevordering van een goede beroepsuitoefening door Accountants-Administratieconsulenten en de behartiging van hun gemeenschappelijk belang. Ten aanzien van Accountants-Administratieconsulenten die werkzaamheden verrichten als externe accountant als bedoeld in artikel 1, onderdeel e, van de Wet toezicht accountantsorganisaties heeft de NOvAA tot taak de bevordering van een goede beroepsuitoefening van deze accountants binnen accountantsorganisaties als bedoeld in artikel 1, onderdeel a, van die wet. Haar taak omvat mede de zorg voor de eer van de stand van de Accountants-Administratieconsulenten en het verzorgen of doen verzorgen van de praktijkstage, bedoeld in artikel 54.
4.
In afwijking van het eerste lid zijn degenen, die op grond van artikel 38, onder b, juncto artikel 44, tweede lid, in het register zijn ingeschreven, slechts lid van de NOvAA indien zij de wens daartoe schriftelijk aan het bestuur van de NOvAA kenbaar hebben gemaakt.
Artikel 3
Het bestuur van de NOvAA verstrekt Onze Ministers desgevraagd alle inlichtingen over alle zaken, de NOvAA betreffende.
Artikel 3a
Indien de NOvAA haar taken vervult met betrekking tot Accountants-Administratieconsulenten die werkzaamheden verrichten als externe accountant als bedoeld in artikel 1, onderdeel e, van de Wet toezicht accountantsorganisaties, werkt de NOvAA , voor zover noodzakelijk ten behoeve van de uitoefening van het toezicht ingevolge de Wet toezicht accountantsorganisaties , samen met de Stichting Autoriteit Financiële Markten. In de daartoe voorkomende gevallen pleegt de NOvAA overleg met de Stichting Autoriteit Financiële Markten.
1.
De NOvAA kan, in afwijking van artikel 2:5 van de Algemene wet bestuursrecht , vertrouwelijke gegevens of inlichtingen verkregen bij de uitoefening van de haar ingevolge deze wet opgedragen taak, verstrekken aan:
a. de Stichting Autoriteit Financiële Markten;
b. een organisatorisch verband van marktpartijen, dat zich ten doel stelt een doeltreffende bijdrage te leveren aan de uitvoering door de Stichting Autoriteit Financiële Markten van het toezicht op de naleving van de Wet toezicht accountantsorganisaties en daartoe met de Autoriteit Financiële Markten een convenant heeft gesloten; en
c. het Nederlands Instituut van Registeraccountants, bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Wet op de Registeraccountants;
voor zover de verstrekking nodig is voor de vervulling van hun taak ingevolge de Wet toezicht accountantsorganisaties , onderscheidenlijk de Wet op de Registeraccountants .
2.
Indien de NOvAA vertrouwelijke gegevens of inlichtingen op grond van het eerste lid heeft verstrekt aan een in dat lid bedoelde instantie en die instantie verzoekt om die gegevens of inlichtingen te mogen gebruiken voor een ander doel dan waarvoor zij zijn verstrekt, willigt de NOvAA dat verzoek slechts in:
a. indien het beoogde gebruik niet in strijd is met het eerste lid; of
b. voor zover die instantie op een andere wijze dan in deze wet voorzien met inachtneming van de daarvoor geldende wettelijke procedures voor dat andere doel de beschikking over die gegevens of inlichtingen zou kunnen verkrijgen.
Artikel 3c
De NOvAA kan, in afwijking van artikel 2:5 van de Algemene wet bestuursrecht , vertrouwelijke gegevens of inlichtingen verkregen bij de vervulling van de haar ingevolge artikel 2, derde lid, tweede volzin, van deze wet opgedragen taak, verstrekken aan de accountantskamer, bedoeld in artikel 31, tweede lid, van de Wet toezicht accountantsorganisaties en, in hoger beroep, aan het College van Beroep voor het bedrijfsleven.
Artikel 4
De NOvAA heeft een ledenvergadering, een bestuur en een voorzitter.
1.
Het aantal leden van het bestuur wordt door de algemene ledenvergadering bepaald, doch bedraagt tenminste zeven. De bestuursleden worden door de ledenvergadering uit de leden van de NOvAA voor vier jaren benoemd.
2.
Jaarlijks treedt een deel der bestuursleden volgens een door de ledenvergadering vast te stellen rooster af. Het rooster wordt zodanig ingericht, dat voorzover mogelijk telkenmale hetzelfde aantal bestuursleden aftreedt. De aftredenden zijn niet terstond herbenoembaar.
3.
Hij, die benoemd is ter vervulling van een tussentijds opengevallen plaats, treedt af op het tijdstip waarop degene, in wiens plaats hij is benoemd, had moeten aftreden.
4.
De jaarlijkse benoeming van bestuursleden ter vervulling van de ingevolge het tweede lid openvallende plaatsen geschiedt in de bijeenkomst van de ledenvergadering, waarin overeenkomstig artikel 29 het bestuur rekening en verantwoording doet.
Artikel 6
De leden van het bestuur ontvangen vergoeding van reis- en verblijfkosten.
1.
De voorzitter en de plaatsvervangende voorzitter worden door de ledenvergadering uit de bestuursleden telkens voor een jaar benoemd. Behoudens ter vervulling van een tussentijds openvallende plaats geschiedt de benoeming in de bijeenkomst van de ledenvergadering, waarin overeenkomstig artikel 29 het bestuur rekening en verantwoording doet.
2.
De artikelen 5, derde lid, en 6 zijn ten aanzien van de voorzitter en de plaatsvervangende voorzitter van overeenkomstige toepassing.
1.
Het personeel, dat de NOvAA en de bij of krachtens deze wet ingestelde colleges voor de vervulling van hun taak behoeven, wordt door of namens de NOvAA in dienst genomen op arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht.
2.
De ledenvergadering regelt bij verordening de voorwaarden, waaronder de indienstneming geschiedt.
3.
Verordeningen, vastgesteld krachtens het tweede lid, behoeven de goedkeuring van Onze Minister.
Artikel 10
Het bestuur roept de ledenvergadering bijeen, zo dikwijls het zulks nodig oordeelt en voorts indien tenminste veertig leden van de NOvAA, onder opgaaf van de te behandelen punten, om haar bijeenroeping verzoeken.
Artikel 11
De voorzitter van de NOvAA bekleedt in de bijeenkomsten van de ledenvergadering en in de bestuursvergaderingen het voorzitterschap.
Artikel 12
Het bestuur vergadert niet, wanneer niet tenminste de helft van het aantal zitting hebbende leden is opgekomen.
Artikel 13
De leden van het bestuur zijn niet gerechtelijk vervolgbaar voor hetgeen zij in de bestuursvergadering hebben gezegd of aan haar schriftelijk hebben overgelegd.
Artikel 14
De leden van het bestuur stemmen zonder last of ruggespraak.
Artikel 15
De leden van het bestuur onthouden zich in de bestuursvergaderingen van medestemmen over aangelegenheden, die hun, hun echtgenoten of hun geregistreerde partners, hun bloed- of aanverwanten tot de derde graad ingesloten, degenen met wie zij in de uitoefening van een beroep voor gemene rekening of onder gemeenschappelijke naam optreden, hun werknemers, hun werkgevers, hun opdrachtgevers of degenen, op wie de in de uitoefening van hun beroep verrichte werkzaamheden rechtstreeks betrekking hebben, persoonlijk aangaan.
1.
De bijeenkomsten van de ledenvergadering worden in het openbaar gehouden.
2.
De deuren worden gesloten, wanneer tenminste een vijfde van de aanwezige leden daarom verzoekt of de voorzitter het nodig oordeelt.
3.
De ledenvergadering beslist vervolgens of met gesloten deuren zal worden vergaderd.
1.
Indien bij het nemen van een beslissing geen der leden stemming vraagt, is het voorstel aangenomen.
2.
Stemming over personen vindt plaats bij gesloten en ongetekende stembriefjes.
1.
Een stemming in een bijeenkomst van de ledenvergadering is nietig, indien niet meer dan de helft van de stemmen is uitgebracht van de ter vergadering aanwezige of vertegenwoordigde stemgerechtigden.
2.
Een stemming in een bestuursvergadering is nietig, indien niet tenminste de helft van het aantal zittinghebbende leden, die zich niet van medestemmen moeten onthouden, eraan heeft deelgenomen
3.
Bij stemming over personen worden leden, die blanco briefjes ingeleverd hebben, voor de toepassing van dit artikel geacht aan de stemming te hebben deelgenomen.
1.
Ieder lid kan slechts één stem uitbrengen.
2.
Tenzij bij verordening anders is bepaald, kan een lid aan een ander lid schriftelijk volmacht verlenen tot het uitbrengen van zijn stem. Een lid kan voor ten hoogste drie andere leden een stem uitbrengen. Leden van het bestuur kunnen niet als gevolmachtigde optreden.
3.
Voor het tot stand komen van een beslissing bij stemming wordt de volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen vereist. Blanco stemmen worden voor de toepassing van dit artikel geacht niet te zijn uitgebracht.
1.
Bij staking van stemmen in een bijeenkomst van de ledenvergadering of in een voltallige bestuursvergadering is, indien het zaken betreft, het voorstel verworpen en beslist, indien het personen betreft, het lot.
2.
Bij staking van stemmen in een niet voltallige bestuursvergadering wordt het nemen van een beslissing tot een volgende vergadering uitgesteld, waarin de beraadslagingen kunnen worden heropend. Indien de stemmen dan opnieuw staken, is het eerste lid van overeenkomstige toepassing.
1.
De ledenvergadering kan bij verordening nadere regelen stellen betreffende haar werkwijze en die van het bestuur.
2.
Het bestuur kan nadere regelen stellen betreffende zijn werkwijze, voor zover niet de ledenvergadering daarin bij verordening heeft voorzien.
Artikel 22
Het bestuur bestuurt de NOvAA en voert het beheer over haar vermogen.
Artikel 23
De voorzitter vertegenwoordigt de NOvAA in en buiten rechte.
1.
De ledenvergadering maakt de verordeningen, die zij ter vervulling van de in artikel 2, derde lid, omschreven taak nodig oordeelt.
2.
De ledenvergadering stelt ten behoeve van een goede uitoefening van de werkzaamheden van Accountants-Administratieconsulenten bij verordening gedrags- en beroepsregels vast, welke gelden voor alle Accountants-Administratieconsulenten.
3.
Voor zover uit deze wet niet anders blijkt, zijn de verordeningen van de NOvAA slechts verbindend voor haar leden en organen.
4.
De ledenvergadering stelt bij verordening regels vast terzake van de onafhankelijkheid, het stelsel van kwaliteitsbeheersing en de integere bedrijfsvoering van accountantsorganisaties als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, van de Wet toezicht accountantsorganisaties, welke verbindend zijn voor alle accountantsorganisaties waarbinnen Accountants-Administratieconsulenten hun beroep uitoefenen.
5.
De ledenvergadering stelt bij verordening regels vast ter zake van de behandeling van klachten door Accountants-Administratieconsulenten, accountantsorganisaties als bedoeld in het vierde lid, of andere kantoren waarbinnen Accountants-Administratieconsulenten hun beroep uitoefenen.
6.
De ledenvergadering kan de bevoegdheid tot het geven van nadere voorschriften omtrent door haar bij verordening geregelde onderwerpen overdragen aan het bestuur.
7.
Verordeningen, vastgesteld krachtens het tweede lid, met betrekking tot de uitoefening van de werkzaamheden van Accountants-Administratieconsulenten ter zake van het verrichten van wettelijke controles als bedoeld in artikel 1, onderdeel j, van de Wet toezicht accountantsorganisaties, en vierde lid, behoeven de goedkeuring van Onze Minister.
1.
De voorschriften in de in artikel 24, tweede lid, bedoelde verordening met betrekking tot de uitoefening van de werkzaamheden van Accountants-Administratieconsulenten ter zake van het verrichten van wettelijke controles als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel j, van de Wet toezicht accountantsorganisaties, dienen dezelfde inhoud te hebben als de desbetreffende voorschriften in de in artikel 19, tweede lid, van de Wet op de Registeraccountants bedoelde verordening.
2.
Met het oog op de uitvoering van het eerste lid wordt een ontwerp voor de desbetreffende bepalingen van de verordening opgesteld door een commissie, bestaande uit een gelijk aantal leden van de Nederlandse Orde van Accountants-Administratieconsulenten en van het Nederlands Instituut voor Registeraccountants.
3.
In afwijking van het eerste en tweede lid kan Onze Minister van Financiën, op voorstel van de NOvAA, bij ministeriële regeling regels stellen met betrekking tot het in het eerste lid bedoelde onderwerp. Daarbij bepaalt Onze Minister van Financiën tevens welke bepalingen uit de verordeningen, bedoeld in artikel 19, tweede lid, van de Wet op de Registeraccountants en artikel 24, tweede lid, buiten toepassing blijven.
4.
Indien een verordening houdende de in het eerste lid bedoelde voorschriften wordt vernietigd op grond van artikel 34 en de ledenvergadering niet binnen zes maanden na de datum van vernietiging een verordening heeft vastgesteld in overeenstemming met het bepaalde in het eerste lid, worden de in dat lid bedoelde voorschriften vastgesteld door Onze Minister, in overeenstemming met Onze Minister van Justitie.
1.
De ontwerpen van verordeningen worden door het bestuur op bij algemene maatregel van bestuur te bepalen wijze openbaar gemaakt. Een ieder kan gedurende drie weken na de openbaarmaking van een ontwerp bij het bestuur zijn bedenkingen schriftelijk naar voren brengen. Het bestuur brengt de naar voren gebrachte bedenkingen ter kennis van de leden.
2.
De verordeningen worden door het bestuur op bij algemene maatregel van bestuur te bepalen wijze bekendgemaakt. Indien zij de goedkeuring van Onze Minister behoeven, geschiedt de bekendmaking niet dan nadat de goedkeuring is verleend en wordt bij de bekendmaking aan de voet van de verordening het besluit vermeld, waarbij deze is goedgekeurd. De verordeningen treden, indien zij niet anders bepalen, niet eerder in werking dan de tweede dag na die van de bekendmaking.
Artikel 27
Het boekjaar van de NOvAA loopt van 1 januari tot en met 31 december.
Artikel 28
Vóór de aanvang van het boekjaar stelt de ledenvergadering de begroting van de NOvAA vast. Het bestuur dient daartoe een ontwerpbegroting in, vergezeld van de nodige toelichting. Het ontwerp wordt door het bestuur, tenminste twee weken vóór de behandeling daarvan door de ledenvergadering, aan de leden toegezonden.
1.
Voor elk boekjaar benoemt de ledenvergadering uit de leden een Accountant-Administratieconsulent bij wiens inschrijving in het in artikel 36, eerste lid, bedoelde register een aantekening als bedoeld in artikel 36, derde lid, is geplaatst, die belast is met de controle op de financiële verantwoording, benevens een plaatsvervanger voor deze.
2.
De Accountant-Administratieconsulent brengt binnen dertien weken na afloop van het betrokken boekjaar een verslag uit aan het bestuur.
3.
Binnen zes maanden na afloop van het boekjaar doet het bestuur aan de ledenvergadering rekening en verantwoording over zijn in het boekjaar gevoerde bestuur, onder overlegging van een balans en staat van baten en lasten met toelichting en met een verklaring van een Accountant-Administratieconsulent daarover. De balans, de staat van baten en lasten, de toelichting en de verklaring van de Accountant-Administratieconsulent worden door het bestuur, tenminste twee weken vóór behandeling daarvan door de ledenvergadering, aan de leden toegezonden.
4.
De ledenvergadering stelt de rekening vast. De vaststelling strekt tot décharge van het bestuur, behoudens in geval van later gebleken valsheid in bewijsstukken of andere onregelmatigheden.
1.
De NOvAA kan van haar leden jaarlijks bijdragen heffen, waarvan het bedrag voor elk boekjaar afzonderlijk door de ledenvergadering bij verordening wordt vastgesteld. Het bedrag kan voor verschillende categorieën van leden verschillend zijn.
2.
De NOvAA kan bovendien de kosten van de werkzaamheden die zij verricht ter beoordeling van de kwaliteit van de beroepsuitoefening van een Accountant-Administratieconsulent in rekening brengen bij haar leden of de kantoren waarbinnen deze leden werkzaam zijn. Ter bepaling van het verschuldigde bedrag worden door de ledenvergadering bij verordening tarieven vastgesteld.
3.
De verordeningen, bedoeld in het eerste en tweede lid, behoeven de goedkeuring van Onze Minister.
Artikel 31
De NOvAA draagt alle kosten en is gerechtigd tot alle baten, uit de uitvoering van deze wet voortvloeiende.
1.
Het bestuur kan de krachtens deze wet aan de NOvAA verschuldigde bedragen, verhoogd met de op de invordering vallende kosten, bij dwangbevel invorderen. Geen invordering behoort te geschieden dan nadat de nalatige schuldenaar door het bestuur bij aangetekende brief tot betaling is aangemaand, doch in gebreke is gebleven binnen de in de aanmaning gestelde termijn, die tenminste tien dagen behoort te bedragen, aan zijn verplichting te voldoen.
2.
Het dwangbevel levert een executoriale titel op, die met toepassing van de voorschriften van het Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering kan worden tenuitvoergelegd.
1.
Indien een verordening van de NOvAA de goedkeuring van een Onzer Ministers behoeft, wordt deze alleen geweigerd wegens strijd met het recht of het algemeen belang.
2.
Onze Minister kan bij een beslissing tot goedkeuring van een verordening bepalen dat nadere voorschriften, overeenkomstig artikel 24, vierde lid, ter uitvoering van die verordening gegeven, eveneens zijn goedkeuring behoeven. Het eerste lid is wat de goedkeuring van die nadere voorschriften betreft van overeenkomstige toepassing.
1.
Verordeningen en andere beslissingen van de NOvAA kunnen bij koninklijk besluit worden vernietigd.
2.
Van een besluit tot schorsing of vernietiging wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant .
3.
Het achterwege blijven van vernietiging binnen de termijn waarvoor een beslissing is geschorst wordt, nadat de schorsing is geëindigd, voor zover het een bekendgemaakte beslissing betreft, door het bestuur op bij algemene maatregel te bepalen wijze bekendgemaakt.
Artikel 35
Het bestuur brengt jaarlijks vóór 1 augustus aan Onze Minister verslag uit omtrent de werkzaamheden van de NOvAA in het afgelopen boekjaar. Dit verslag wordt, tegen betaling van de kosten, algemeen verkrijgbaar gesteld.
1.
Er is een accountantsregister, waarin als Accountant-Administratieconsulent op hun aanvraag worden ingeschreven zij, die voldoen aan de bij deze wet gestelde eisen.
2.
Bij elke inschrijving worden in het register vermeld de naam, voornamen, geboortedatum en het adres van de betrokkene en de datum der inschrijving.
3.
Bij de inschrijving van degene die voldoet aan de bij artikel 38 voor inschrijving gestelde eis wordt de aantekening geplaatst dat hem het in artikel 393, eerste lid, van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek bedoelde onderzoek van jaarrekeningen kan worden opgedragen.
4.
Het accountantsregister vermeldt de jegens een ingeschrevene opgelegde tuchtrechtelijke maatregelen, het tijdstip waarop deze zijn ingegaan en, voor zover van toepassing, het tijdstip waarop deze eindigen. Bij elke doorhaling van een inschrijving als bedoeld in artikel 48, onder b en d, wordt de datum van doorhaling vermeld.
5.
De vermelding van de tuchtrechtelijke maatregel, bedoeld in het vierde lid, wordt uit het accountantsregister verwijderd, indien tien jaren zijn verstreken na het tijdstip waarop de tuchtrechtelijke maatregel is opgelegd.
6.
Met het beheer van het accountantsregister is belast het bestuur van de NOvAA.
1.
Het accountantsregister ligt voor een ieder kosteloos ter inzage bij het bestuur van de NOvAA.
2.
Tegen betaling van een vergoeding, volgens een door de ledenvergadering bij verordening vast te stellen tarief, wordt aan een ieder, die zulks verlangt, schriftelijk medegedeeld:
a. of een persoon in het register bedoeld in artikel 36 staat ingeschreven;
b. of jegens ingeschrevene een tuchtrechtelijke maatregel is opgelegd en wat de aard van de maatregel is;
c. of ten aanzien van een ingeschrevene een aantekening als bedoeld in artikel 36, derde lid, is geplaatst.
3.
Ten dienste van het Rijk, de provincies, de gemeenten en andere publiekrechtelijke lichamen worden schriftelijke mededelingen als in het tweede lid bedoeld kosteloos verstrekt.
4.
Verordeningen vastgesteld krachtens het tweede lid, behoeven de goedkeuring van Onze Minister.
Artikel 38
In het accountantsregister kunnen worden ingeschreven degenen die:
a. beschikken over getuigschriften waaruit blijkt dat zij de opleiding, bedoeld in artikel 53, met goed gevolg hebben afgerond; of
b. beschikken over een verklaring van vakbekwaamheid als bedoeld in artikel 57.
Artikel 39
Degene, die is ingeschreven in het register bedoeld in artikel 36, is gerechtigd tot het voeren van de titel Accountant-Administratieconsulent, afgekort AA.
Artikel 40
Het is degene, die niet is ingeschreven in het register bedoeld in artikel 36, verboden de titel Accountant-Administratieconsulent zonder toevoeging dan wel in enigerlei samenstelling of afkorting te voeren, dan wel zich zodanig te gedragen, dat daardoor bij het publiek redelijkerwijs de indruk moet worden gewekt, dat hij tot het voeren van deze titel gerechtigd is.
1.
Het is degene, die niet is ingeschreven in het register bedoeld in artikel 36 of in het register bedoeld in artikel 55 van de Wet op de Registeraccountants verboden om anders dan in besloten kring de benaming accountant zonder nadere toevoeging dan wel in enige samenstelling of afkorting, anders dan die van registeraccountant of Accountant-Administratieconsulent te voeren, danwel zich zodanig te gedragen, dat daardoor bij het publiek redelijkerwijs de indruk moet worden gewekt, dat hij tot het voeren van die benaming gerechtigd is.
2.
In afwijking van het bepaalde in het eerste lid is het degene, die in een dienstbetrekking werkzaam is, toegestaan de benaming adjunct-accountant, assistent-accountant of een andere soortgelijke benaming te voeren, indien hij werkzaamheden verricht onder rechtstreekse verantwoordelijkheid van een in die dienstbetrekking boven hem geplaatste accountant.
Artikel 42
Onze Minister kan bepalen dat degene, die is ingeschreven in het register, bedoeld in artikel 36, en die een opleidings- of beroepstitel of een afkorting daarvan voert, waartoe hij op grond van een wettelijke regeling van een andere Staat dan Nederland is gerechtigd, bij het voeren van die titel of afkorting tevens de naam en de plaats van vestiging van de instelling of examencommissie, die deze titel heeft verleend, moet vermelden.
1.
Degene, die in strijd handelt met het bepaalde in de artikelen 40 en 41, eerste lid, wordt gestraft met een geldboete van de tweede categorie.
2.
De in het eerste lid strafbaar gestelde feiten zijn overtredingen.
3.
Indien tijdens het plegen van een in het eerste lid omschreven overtreding nog geen jaar is verlopen sedert een vroegere veroordeling van de schuldige wegens een dier overtredingen onherroepelijk is geworden, wordt hij gestraft met een hechtenis van ten hoogste twee weken of geldboete van de tweede categorie. Onder vroegere veroordeling wordt mede verstaan een vroegere veroordeling door een strafrechter in een andere lidstaat van de Europese Unie wegens soortgelijke feiten.
1.
De inschrijving wordt geweigerd:
a. indien de aanvrager niet voldoet aan de bij artikel 38 voor inschrijving gestelde eis;
b. indien de aanvrager ingevolge in kracht van gewijsde gegane rechterlijke uitspraak in staat van faillissement verkeert of ten aanzien van hem de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is;
c. indien de aanvrager ingevolge in kracht van gewijsde gegane rechterlijke uitspraak onder curatele is gesteld;
d. indien de aanvrager ingevolge rechterlijke uitspraak is ontzet van het recht het accountantsberoep uit te oefenen;
e. indien gegronde vrees bestaat, dat de aanvrager na inschrijving inbreuk zal maken op wettelijke voorschriften, de Accountants-Administratieconsulenten betreffende, of dat zijn inschrijving in het register bedoeld in artikel 36 uit anderen hoofde de eer van de stand van Accountants-Administratieconsulenten zal schaden.
2.
Het eerste lid, onder e, is niet van toepassing op een aanvrager, die beschikt over de in artikel 38, onder b, bedoelde verklaring, indien hij zonder zich in Nederland te vestigen onderzoeken als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek bij wijze van dienstverlening wil verrichten, mits hij bevoegd is tot het wettelijk voorgeschreven onderzoek van jaarrekeningen in een Lid-Staat van de Europese Gemeenschappen, anders dan Nederland, of in een andere Staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte ( Trb. 1992, 132).
1.
Hij, die in het accountantsregister wenst te worden ingeschreven, dient daartoe een aanvraag in bij het bestuur, onder betaling van een door de ledenvergadering bij verordening te bepalen bedrag.
2.
Verordeningen vastgesteld krachtens het eerste lid, behoeven de goedkeuring van Onze Minister.
3.
Onze Minister kan bepalen, welke gegevens bij de aanvraag dienen te worden verstrekt.
4.
Op de voorbereiding van de beschikking op de aanvraag tot inschrijving is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing.
Artikel 47
Het bestuur schrijft de aanvrager, te wiens aanzien tot inschrijving is beslist, binnen drie dagen in het accountantsregister in.
1.
Het bestuur haalt een inschrijving in het accountantsregister door:
a. in geval van overlijden van de ingeschrevene;
b. op verzoek van de ingeschrevene;
c. indien de ingeschrevene in een der in artikel 44, eerste lid, onder b tot en met d, genoemde omstandigheden is komen te verkeren;
d. ter tenuitvoerlegging van een daartoe strekkende tuchtrechtelijke maatregel;
e. indien de accountantskamer een maatregel tot doorhaling van de gegevens van de ingeschrevene in het register, bedoeld in artikel 11 van de Wet toezicht accountantsorganisaties, heeft opgelegd;
f. indien de ingeschrevene na de tenuitvoerlegging van een dwangbevel in gebreke blijft de jaarlijkse bijdrage, bedoeld in artikel 30, te voldoen.
2.
Doorhaling van de inschrijving brengt mede verlies van de betrekkingen, waarbij de hoedanigheid van lid van de NOvAA ingevolge het bij of krachtens deze wet bepaalde vereiste voor benoembaarheid of verkiesbaarheid is.
1.
Hij, die in het accountantsregister ingeschreven is geweest met een aantekening als bedoeld in artikel 36, derde lid, wordt geacht te voldoen aan de bij artikel 38 voor inschrijving gestelde eis.
2.
Bij het indienen van een aanvraag om opnieuw in het accountantsregister te worden ingeschreven moet, indien de vorige inschrijving is doorgehaald op een der gronden, bedoeld in artikel 48, eerste lid, onder c, het bewijs worden overgelegd, dat deze grond heeft opgehouden te bestaan.
Artikel 50
Van elke doorhaling van een inschrijving in het accountantsregister wordt door het bestuur op bij algemene maatregel van bestuur te bepalen wijze mededeling gedaan.
1.
De Accountant-Administratieconsulent is bij het beroepsmatig handelen onderworpen aan tuchtrechtspraak op de voet van de Wet tuchtrechtspraak accountants ter zake van:
a. enig handelen of nalaten in strijd met het bij of krachtens deze wet bepaalde; en
b. enig ander dan onder a bedoeld handelen of nalaten in strijd met het belang van een goede uitoefening van het accountantsberoep.
2.
De tuchtrechtspraak wordt uitgeoefend in eerste aanleg door de accountantskamer te Zwolle en in hoger beroep, tevens in hoogste ressort, door het College van Beroep voor het bedrijfsleven.
Artikel 52
Tegen een op grond van deze wet genomen besluit kan een belanghebbende beroep instellen bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven.
Artikel 53
De opleiding tot Accountant-Administratieconsulent omvat bij algemene maatregel van bestuur vast te stellen vakgebieden die voor de bij of krachtens de wet vereiste controles van financiële verantwoordingen van belang zijn, en voldoet aan de in artikel 56, eerste lid, onderdeel a, bedoelde eindtermen.
1.
Bij verordening wordt het beroepsprofiel van de Accountant-Administratieconsulent vastgesteld.
2.
De verordening, bedoeld in het eerste lid, behoeft de goedkeuring van Onze Minister van Financiën.
1.
Gedurende ten minste drie jaar dient als onderdeel van de opleiding een praktijkstage te worden gevolgd waarvoor de NOvAA zorg draagt. De praktijkstage wordt afgesloten met een examen. Indien het examen met goed gevolg is afgelegd, geeft de NOvAA daarvan een getuigschrift af.
2.
Bij verordening als bedoeld in artikel 24 worden met betrekking tot de praktijkstage in elk geval geregeld:
a. de toelatingseisen;
b. de inhoud van het examen, de wijze waarop het examen wordt afgenomen en de personen die bevoegd zijn het examen af te nemen;
c. de voorwaarden voor de toelating tot het afleggen van het examen;
d. de voorwaarden voor het verkrijgen van vrijstelling van bepaalde onderdelen van het examen;
e. de hoogte van de examengelden en te wiens laste deze komen.
3.
De verordening, bedoeld in het tweede lid, behoeft de goedkeuring van Onze Minister van Financiën.
Artikel 55
Bij de beoordeling of aan de toelatingeisen voor de praktijkstage is voldaan, bepaalt de NOvAA aan de hand van de vastgestelde eindtermen, bedoeld in artikel 56, eerste lid, onderdeel a, en de overgelegde getuigschriften van opleidingen of een aanvulling op de genoten opleiding noodzakelijk is.
1.
De Commissie eindtermen accountantsopleiding, bedoeld in artikel 69, eerste lid, van de Wet op de Registeraccountants, heeft tot taak:
a. het vaststellen van de eindtermen, met inachtneming van de vakgebieden, bedoeld in artikel 53, en het beroepsprofiel, bedoeld in artikel 53a;
b. het aanwijzen van opleidingen die geheel of gedeeltelijk voldoen aan de in onderdeel a bedoelde eindtermen, met uitzondering van de eindtermen die betrekking hebben op de praktijkstage, voor zover deze opleidingen niet zijn geaccrediteerd overeenkomstig artikel 5a.9 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;
c. het toetsen van de praktijkstage aan de mate waarin wordt voldaan aan de eindtermen.
2.
De vastgestelde eindtermen worden bekendgemaakt door plaatsing in de Staatscourant.
1.
De Commissie eindtermen accountantsopleiding geeft een verklaring van vakbekwaamheid af aan degene die:
a. beschikt over een bewijsstuk waaruit blijkt dat hij voldoet aan de eisen van vakbekwaamheid die in een lidstaat van de Europese Gemeenschappen, anders dan Nederland, of in een andere Staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, krachtens wettelijke regeling worden gesteld voor de toelating tot de controle van jaarrekeningen als bedoeld in artikel 1 van de Achtste Richtlijn nr. 84/253/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 10 april 1984 op de grondslag van artikel 54, lid 3, sub g, van het Verdrag inzake de toelating van personen, belast met de controle van boekhoudbescheiden (PbEG L 126); of
b. in andere gevallen dan bedoeld in het eerste onderdeel, beschikt over een in een ander land dan Nederland verkregen diploma of soortgelijk bewijsstuk, waaruit naar het oordeel van de Commissie eindtermen, bedoeld in artikel 69, eerste lid, van de Wet op de Registeraccountants, eenzelfde niveau van vakbekwaamheid blijkt als die, welke blijkt uit het met goed gevolg hebben voltooid van de opleiding tot Accountant-Administratieconsulent; en
c. met goed gevolg een examen heeft afgelegd waarbij de kennis van de betrokkene van het Nederlandse recht wordt getoetst; en
d. met goed gevolg een examen heeft afgelegd waarbij de kennis van de betrokkene van de voor de Accountants-Administratieconsulenten geldende gedrags- en beroepsregels wordt getoetst.
2.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot het examen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c. Bij verordening worden regels gesteld met betrekking tot het examen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d. De verordening, bedoeld in de vorige volzin, behoeft de goedkeuring van Onze Minister.
1.
Met de opsporing van bij deze wet strafbaar gestelde feiten zijn, behalve de bij of krachtens artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering aangewezen ambtenaren, belast zij, die daartoe door Onze Minister van Justitie in overeenstemming met Onze Minister zijn aangewezen.
2.
Van een krachtens het eerste lid vastgestelde beschikking wordt mededeling gedaan in de Staatscourant .
Artikel 100
Deze wet kan worden aangehaald als: Wet op de Accountants-Administratieconsulenten.
Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle Ministeriële Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven ten Paleize Soestdijk, 13 december 1972
De Staatssecretaris van Economische Zaken,
De Minister van Justitie,
De Minister van Onderwijs en Wetenschappen,
Uitgegeven de achttiende januari 1973.
De Minister van Justitie,
Inhoudsopgave
+ Titel I. Begripsbepalingen
+ Titel II. De Nederlandse Orde van Accountants-Administratieconsulenten
+ Titel III. Het register van Accountants-Administratieconsulenten
+ Titel IV. Tuchtrechtspraak
+ Titel IVa. Beroep
+ Titel V. De opleiding tot Accountant-Administratieconsulent
+ Titel VI. De verklaring van vakbekwaamheid
+ Titel VII. Slotbepaling
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Parlement
Documenten bij de totstandkoming van (deze versie van) de wet.

Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht