1.
Voor de werknemer die de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, heeft bereikt, is de ouderenkorting van toepassing.
2.
De ouderenkorting bedraagt € 959 indien de werknemer een tijdvakloon heeft dat op jaarbasis niet meer bedraagt dan € 35.770. De ouderenkorting bedraagt € 69 indien de werknemer een tijdvakloon heeft dat op jaarbasis meer bedraagt dan € 35.770.
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk I. Belastingplicht
+ Hoofdstuk II. Voorwerp van de belasting
+ Hoofdstuk IIA
+ Hoofdstuk IIB. Pensioenregelingen
+ Hoofdstuk IIC
- Hoofdstuk III. Tarief
+ Hoofdstuk IV. Wijze van heffing
+ Hoofdstuk V. Heffing van de inhoudingsplichtige
+ Hoofdstuk VA. Belastingheffing bij verrekening van sociale uitkeringen
+ Hoofdstuk VB. Belastingheffing bij uit hoofde van een dienstbetrekking af te staan loon
+ Hoofdstuk VI. Aanvullende regelingen
+ Hoofdstuk VIA
+ Hoofdstuk VII. Belastingheffing van artiesten en beroepssporters
+ Hoofdstuk VIIA. Belastingheffing van buitenlandse gezelschappen
+ Hoofdstuk VIIB. Horizonbepaling
+ Hoofdstuk VIII. Overgangs- en slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht