1.
In deze afdeling en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. lidstaat van verbruik: de lidstaat waar overeenkomstig artikel 6h telecommunicatiediensten, omroepdiensten of elektronische diensten worden verricht;
b. niet in de lidstaat van verbruik gevestigde ondernemers: ondernemers die de zetel van hun bedrijfsuitoefening of een vaste inrichting op het grondgebied van de Unie hebben gevestigd, maar in de lidstaat van verbruik noch de zetel van hun bedrijfsuitoefening, noch een vaste inrichting hebben;
c. lidstaat van identificatie: de lidstaat waar de ondernemer de zetel van zijn bedrijfsuitoefening heeft gevestigd, of, indien hij de zetel van zijn bedrijfsuitoefening niet in de Unie heeft gevestigd, de lidstaat waar hij een vaste inrichting heeft;
d. btw-melding telecommunicatiediensten, omroepdiensten of elektronische diensten: het elektronische bericht waarin alle gegevens staan die nodig zijn om het bedrag te bepalen van de in elke lidstaat van verbruik verschuldigde belasting ter zake van telecommunicatiediensten, omroepdiensten of elektronische diensten die door niet in de lidstaat van verbruik gevestigde ondernemers zijn verricht aan andere dan ondernemers die in de Unie wonen of zijn gevestigd.
2.
Indien de ondernemer niet in de Unie is gevestigd, maar daarin meer dan één vaste inrichting heeft, dan is de lidstaat van identificatie de lidstaat waar zich een vaste inrichting bevindt, waarin die ondernemer meldt dat hij van deze regeling gebruik maakt. De ondernemer is gedurende het betreffende kalenderjaar en de twee daaropvolgende kalenderjaren aan deze keuze gebonden.
1.
Een niet in de lidstaat van verbruik maar in Nederland gevestigde ondernemer die telecommunicatiediensten, omroepdiensten of elektronische diensten verricht aan andere dan ondernemers die in een lidstaat gevestigd zijn of er hun woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats hebben, kan gebruik maken van deze regeling. Deze regeling is van toepassing op alle aldus in de Unie verrichte diensten.
2.
Ingeval de niet in de lidstaat van verbruik maar in Nederland gevestigde ondernemer kiest voor deze regeling, dient hij onverwijld opgave te doen van het begin of de beëindiging van het verrichten van telecommunicatiediensten, omroepdiensten of elektronische diensten, alsook van wijziging ervan in die mate dat hij niet langer aan de voorwaarden voldoet om van deze regeling gebruik te mogen maken.
3.
De in het tweede lid bedoelde opgave vindt langs elektronische weg bij de inspecteur plaats.
4.
De niet in de lidstaat van verbruik maar in Nederland gevestigde ondernemer wordt van deze regeling uitgesloten in elk van de volgende gevallen:
a. hij meldt dat hij niet langer telecommunicatiediensten, omroepdiensten of elektronische diensten verricht;
b. anderszins kan worden aangenomen dat zijn aan deze regeling onderworpen belastbare activiteiten beëindigd zijn;
c. hij vervult niet langer de voorwaarden om van de regeling gebruik te mogen maken;
d. hij voldoet bij voortduring niet aan de voorschriften van de bijzondere regeling.
5.
De in het vierde lid bedoelde uitsluiting van deze regeling geschiedt bij voor bezwaar vatbare beschikking.
1.
In afwijking van artikel 14 is de niet in de lidstaat van verbruik maar in Nederland gevestigde ondernemer, die met toepassing van artikel 28v heeft gekozen voor deze regeling, gehouden een btw-melding telecommunicatiediensten, omroepdiensten of elektronische diensten bij de inspecteur in te dienen, onder vermelding van het hem toegekende btw-identificatienummer.
2.
Het in het eerste lid bedoelde tijdvak is een kalenderkwartaal. De btw-melding telecommunicatiediensten, omroepdiensten of elektronische diensten dient ook te worden ingediend indien in een tijdvak geen telecommunicatiediensten, omroepdiensten of elektronische diensten zijn verricht.
3.
De in het eerste lid bedoelde btw-melding telecommunicatiediensten, omroepdiensten of elektronische diensten vindt plaats langs elektronische weg en bevat ten aanzien van elke lidstaat van verbruik waar belasting is verschuldigd, het totale bedrag dat ter zake van telecommunicatiediensten, omroepdiensten of elektronische diensten in rekening is gebracht, de omzetbelasting niet daaronder begrepen, alsmede het totale bedrag van de daarover verschuldigde belasting. Voorts worden de in de desbetreffende lidstaten geldende belastingtarieven en het totale verschuldigde bedrag aan belasting vermeld.
4.
Indien de niet in de lidstaat van verbruik maar in Nederland gevestigde ondernemer behalve in Nederland in een andere lidstaat een of meer vaste inrichtingen heeft van waaruit de diensten worden verricht, bevat de btw-melding telecommunicatiediensten, omroepdiensten of elektronische diensten, per lidstaat waar hij een vaste inrichting heeft gevestigd en uitgesplitst naar lidstaat van verbruik, naast de in het derde lid bedoelde gegevens, tevens het totale bedrag van de gedurende het belastingtijdvak verrichte telecommunicatiediensten, omroepdiensten of elektronische diensten die onder deze regeling vallen, alsmede het hem toegekende btw-identificatienummer of het fiscaal registratienummer van de vaste inrichting.
5.
De in het eerste lid bedoelde btw-melding telecommunicatiediensten, omroepdiensten of elektronische diensten wordt gedaan uiterlijk 20 dagen na het einde van het tijdvak waarop die melding betrekking heeft. De ingevolge de btw-melding verschuldigde belasting wordt uiterlijk 20 dagen na het einde van het tijdvak waarop de melding betrekking heeft in euro betaald aan de ontvanger.
6.
Indien de belasting die verschuldigd is over in Nederland verrichte telecommunicatiediensten, omroepdiensten of elektronische diensten, ongeacht de keuze van lidstaat van identificatie, geheel of gedeeltelijk niet is betaald, kan de inspecteur met overeenkomstige toepassing van artikel 20 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen de te weinig geheven belasting naheffen. De artikelen 30h, 30ha, 67c en 67f van de Algemene wet inzake rijksbelastingen zijn van overeenkomstige toepassing.
7.
De niet in de lidstaat van verbruik maar in Nederland gevestigde ondernemer die van deze regeling gebruik maakt, past met betrekking tot de voorbelasting die verband houdt met aan deze regeling onderworpen activiteiten geen aftrek van belasting uit hoofde van artikel 2 toe. Niettegenstaande artikel 2, lid 1, en artikel 3 van Richtlijn 2008/9/EG van de Raad van 12 februari 2008 tot vaststelling van nadere voorschriften voor de in Richtlijn 2006/112/EG vastgestelde teruggaaf van de belasting over de toegevoegde waarde aan belastingplichtigen die niet in de lidstaat van teruggaaf maar in een andere lidstaat gevestigd zijn (PbEU 2008, L 44) kan deze ondernemer daarvoor teruggaaf worden verleend overeenkomstig die richtlijn. Indien de niet in de lidstaat van verbruik gevestigde ondernemer die van deze bijzondere regeling gebruik maakt, in de lidstaat van verbruik ook niet aan deze regeling onderworpen activiteiten verricht waarvoor hij voor btw-doeleinden geïdentificeerd moet zijn, kan hij de voorbelasting die verband houdt met de aan deze bijzondere regeling onderworpen activiteiten bij de indiening van de in artikel 14 bedoelde aangifte in aftrek brengen.
8.
De bedragen in de btw-melding telecommunicatiediensten, omroepdiensten of elektronische diensten worden uitgedrukt in eurobedragen. Indien de vergoeding voor telecommunicatiediensten, omroepdiensten of elektronische diensten is uitgedrukt in een andere munteenheid dan de euro wordt, in afwijking van artikel 8, zesde lid, voor de bepaling van de in het derde lid en vierde lid genoemde bedragen de wisselkoers gehanteerd die gold op de laatste dag van de periode waarop de btw-melding telecommunicatiediensten, omroepdiensten of elektronische diensten betrekking heeft. De omrekening vindt plaats volgens de wisselkoersen die de Europese Centrale Bank voor de desbetreffende dag bekend heeft gemaakt of, als er op de desbetreffende dag geen bekendmaking heeft plaatsgevonden, volgens de wisselkoersen op de eerstvolgende dag van bekendmaking.
9.
Hoofdstuk V van de Algemene wet inzake rijksbelastingen is van overeenkomstige toepassing als ware de betaalde belasting op aangifte voldaan.
1.
Een niet in de lidstaat van verbruik gevestigde ondernemer die telecommunicatiediensten, omroepdiensten of elektronische diensten verricht aan anderen dan ondernemers die in de Unie wonen of zijn gevestigd, is gehouden aantekening te houden van alle handelingen die betrekking hebben op telecommunicatiediensten, omroepdiensten of elektronische diensten en waarvan de raadpleging van belang kan zijn voor de vaststelling van feiten die van invloed kunnen zijn op de heffing van belasting in Nederland en in andere lidstaten van verbruik.
2.
De in het eerste lid bedoelde ondernemer is verplicht boeken, bescheiden en andere gegevensdragers of de inhoud daarvan – zulks ter keuze van de inspecteur – betreffende telecommunicatiediensten, omroepdiensten of elektronische diensten te bewaren gedurende tien jaren na afloop van het jaar waarin de dienst is verricht.
3.
Desgevraagd dienen de boeken, bescheiden en andere gegevensdragers of de inhoud daarvan langs elektronische weg ter beschikking te worden gesteld aan de inspecteur, aan de ontvanger, of aan de belastingautoriteit van een andere lidstaat van verbruik.
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk I. Inleidende bepalingen
+ Hoofdstuk II. Heffing ter zake van leveringen en diensten
+ Hoofdstuk IIA. Heffing ter zake van intracommunautaire verwervingen
+ Hoofdstuk III. Heffing ter zake van invoer
+ Hoofdstuk IV. Uitvoer van goederen
- Hoofdstuk V. Bijzondere regelingen
+ Hoofdstuk VI. Diverse bepalingen
+ Hoofdstuk VII. Bestuurlijke boete
+ Hoofdstuk VIII. Strafbepaling
+ Hoofdstuk IX. Overgangs- en slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht
Jurisprudentie
Voorbeelden van het gebruik van deze artikel(en) in rechterlijke uitspraken