1.
Er is een Onderwijsraad, hierna te noemen de raad.
2.
De raad bestaat uit ten minste acht en, in afwijking van artikel 10 van de Kaderwet adviescolleges, ten hoogste negentien leden.
1.
De raad heeft tot taak:
a. de regering en de beide kamers der Staten-Generaal te adviseren over hoofdlijnen van het beleid en de wetgeving op het terrein van het onderwijs in Nederland;
b. Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en Onze Minister van Economische Zaken desgevraagd te adviseren over de toepassing van wetten, algemene maatregelen van bestuur en ministeriële regelingen op het terrein van het onderwijs.
2.
De raad heeft tevens tot taak gemeenteraden en colleges van burgemeester en wethouders in bij de wet genoemde gevallen te adviseren over aangelegenheden die het gemeentelijk onderwijsbeleid betreffen.
3.
De raad heeft voorts tot taak eilandsraden en bestuurcolleges van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba in bij de wet genoemde gevallen te adviseren over aangelegenheden die het onderwijsbeleid van die openbare lichamen betreffen.
Inhoudsopgave
- HOOFDSTUK I. DE ONDERWIJSRAAD
+ HOOFDSTUK II. WIJZIGING VAN ANDERE WETTEN
+ HOOFDSTUK III. SLOTBEPALINGEN
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht