Let op. Deze wet is vervallen op 1 januari 2008. U leest nu de tekst die gold op -.

Wet op de openluchtrecreatie

Uitgebreide informatie
1.
Het is verboden zonder vergunning van burgemeester en wethouders een kampeerterrein te houden.
2.
Van het verbod, bedoeld in het eerste lid, kunnen burgemeester en wethouders vrijstelling of ontheffing verlenen voor:
a. het houden van de kampeerterrein voor ten hoogste tien kampeermiddelen;
b. het houden van een kampeerterrein door een organisatie met een doelstelling van sociale, culturele, educatieve of wetenschappelijke aard ten behoeve van eigen doeleinden of
c. het houden van een natuurkampeerterrein dat voldoet aan door Onze Minister gestelde regelen.
3.
In afwijking van het tweede lid, onderdeel a , kunnen burgemeester en wethouders voor ten hoogste de periode van 15 maart tot en met 31 oktober in elk kalenderjaar, het aantal toe te laten kampeermiddelen verhogen tot ten hoogste vijftien.
4.
De regelen, bedoeld in het tweede lid, onderdeel c , hebben in ieder geval betrekking op het soort en het aantal toe te laten kampeermiddelen, de periode gedurende welke deze kampeermiddelen op het terrein aanwezig mogen zijn, alsmede op de inrichting en het gebruik van het kampeerterrein.
1.
Een aanvraag tot een vergunning als bedoeld in artikel 8, eerste lid, dient vergezeld te gaan van een reglement.
2.
Een reglement bevat voorwaarden met betrekking tot het gebruik van het kampeerterrein en het verblijf daarop. Hiertoe behoren in elk geval:
a. bepalingen die een inzicht geven in de opbouw van het tarief;
b. bepalingen over de wijze van bekendmaking van de geldende prijzen;
c. de vergoeding onderscheidenlijk de berekeningswijze van de vergoeding die de houder van de vergunning berekent onderscheidenlijk hanteert bij de in artikel 21, eerste lid, bedoelde bemiddeling;
d. de regelen, die de houder van de vergunning in acht neemt bij het aangaan van kampeerovereenkomsten en die in elk geval betrekking hebben op:
1°. de duur van de overeenkomst;
2°. de wijze, de termijn en de gronden van opzegging;
3°. de gevallen waarin degene die het kampeermiddel plaatst aanspraak op verlenging van de overeenkomst kan maken en
4°. de verplichtingen die voor degene die het kampeermiddel plaatst geldelijke gevolgen met zich meebrengen;
e. de kampeerregels en
f. bepalingen over de wijze van bekendmaking van het reglement.
3.
Wijzigingen in een reglement worden toegezonden aan burgemeester en wethouders.
1.
Een vergunning als bedoeld in artikel 8, eerste lid, kan slechts worden verleend indien:
a. is voldaan of op redelijke wijze zal worden voldaan aan de regelen gesteld bij of krachtens deze wet en
b. de aanvraag betrekking heeft op een terrein dat bij bestemmingsplan uitsluitend of mede als kampeerterrein is aangewezen.
2.
Een vrijstelling of ontheffing als bedoeld in artikel 8, tweede lid, kan slechts worden verleend:
a. indien is voldaan of op redelijke wijze zal worden voldaan aan de regelen gesteld bij of krachtens deze wet en
b. voor zover het bestemmingsplan zich er niet tegen verzet.
1.
Burgemeester en wethouders verbinden aan een vergunning als bedoeld in artikel 8, eerste lid, of aan een vrijstelling of een ontheffing als bedoeld in artikel 8, tweede lid, voorschriften over de soort en het aantal van de op het kampeerterrein toe te laten kampeermiddelen. Burgemeester en wethouders kunnen deze voorschriften wijzigen of intrekken.
2.
Burgemeester en wethouders kunnen in het belang van de orde, de rust, de veiligheid, de natuur- en landschapsbescherming, de bescherming van het milieu, de hygiëne en de gezondheid, alsmede overige onderwerpen betreffende het kamperen aan een vergunning als bedoeld in artikel 8, eerste lid, of aan een vrijstelling of een ontheffing als bedoeld in artikel 8, tweede lid, beperkingen of voorschriften verbinden, dan wel deze beperkingen of voorschriften wijzigen of intrekken.
Artikel 12
Burgemeester en wethouders kunnen een vergunning als bedoeld in artikel 8, eerste lid, of een ontheffing als bedoeld in artikel 8, tweede lid, intrekken indien:
a. de verstrekte gegevens zodanig onjuist of onvolledig blijken dat, waren de juiste gegevens verstrekt, een andere beslissing zou zijn genomen of
b. blijkt dat de beperkingen of de voorschriften gesteld krachtens artikel 11 niet of niet behoorlijk worden nageleefd.
1.
Onverminderd het bepaalde krachtens artikel 14 kunnen burgemeester en wethouders ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in artikel 8, eerste lid, voor het gelegenheid geven tot het plaatsen of geplaatst houden van kampeermiddelen buiten de in artikel 8, eerste of tweede lid, bedoelde kampeerterreinen, door groepen uitgaande van een vereniging of andere organisatie met een doelstelling van sociale, culturele, educatieve of wetenschappelijke aard, gedurende een in de ontheffing aangegeven korte, aaneengesloten periode.
2.
Het bepaalde in de artikelen 11 en 12 is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 14
Gedeputeerde staten kunnen in het belang van de natuur- en landschapsbescherming een of meer gebieden aanwijzen waarvoor geen ontheffing als bedoeld in artikel 13 kan worden verleend gedurende een daarbij te bepalen periode of waarvoor een aantal kampeermiddelen ten aanzien waarvan een ontheffing als bedoeld in artikel 13 kan worden verleend op een daarbij te bepalen maximum aantal wordt gesteld gedurende een daarbij te bepalen periode.
1.
Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden buiten kampeerterreinen waarvoor een vergunning, vrijstelling of ontheffing als bedoeld in artikel 8, eerste onderscheidenlijk tweede lid, of een ontheffing als bedoeld in artikel 13 is verleend, behoudens voor zover bij verordening door de gemeenteraad afwijking van dit verbod is toegestaan voor het plaatsen of geplaatst houden van ten hoogste vijf kampeermiddelen gedurende korte perioden.
2.
In afwijking van het eerste lid kan bij verordening het plaatsen van één kampeermiddel voor eigen gebruik door de eigenaar van een terrein voor langere perioden dan bedoeld in het eerste lid, worden toegestaan. Daarbij kan tevens worden bepaald dat het is toegestaan tijdelijk bij dat kampeermiddel ten hoogste twee andere kampeermiddelen voor eigen gebruik te plaatsen.
3.
Bij verordening als bedoeld in het eerste lid, kan niet worden toegestaan het plaatsen of geplaatst houden van kampeermiddelen ten behoeve van recreatief nachtverblijf op terreinen aansluitend aan of behorende bij kampeerterreinen als bedoeld in het eerste lid.
Artikel 16
Gedeputeerde staten kunnen in het belang van de natuur- en landschapsbescherming een of meer gebieden aanwijzen waarvoor het verbod van artikel 15 onverkort geldt of waarvoor het aantal kampeermiddelen, bedoeld in dat artikel, op een daarbij te bepalen lager aantal wordt gesteld gedurende een daarbij te bepalen periode.
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk I. Begripsbepalingen
+ Hoofdstuk II
- Hoofdstuk III. Bepalingen betreffende het kamperen
+ Hoofdstuk IV. Bepalingen inzake de hygiëne, de gezondheid en veiligheid
+ Hoofdstuk V. Bijzondere maatregelen ten aanzien van kampeerterreinen en jachthavens
+ Hoofdstuk VI. Bepalingen betreffende de kampeerovereenkomsten en tarieven
+ Hoofdstuk VII. Bepalingen betreffende het vestigen van volkstuincomplexen
+ Hoofdstuk VIII. Bepalingen betreffende de planning van de openluchtrecreatie en betreffende de rijksbijdragen ten behoeve van de openluchtrecreatie
+ Hoofdstuk IX. Schadevergoeding
+ Hoofdstuk X. Overige bepalingen
+ Hoofdstuk XI. Toezicht en opsporing
+ Hoofdstuk XII. Dwang- en strafbepalingen
+ Hoofdstuk XIII. Overgangs- en slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht