Let op. Deze wet is vervallen op 17 februari 2011. U leest nu de tekst die gold op 16 februari 2011.

Artikel 3 Wet primair onderwijs BES

Uitgebreide informatie
1.
In de onderscheiden cycli van het funderend onderwijs en in een educatiegebied mag slechts onderwijs worden gegeven door degene die:
a. in het bezit is van een verklaring van goed zedelijk gedrag, afgegeven volgens de de Wet op de justitiële documentatie en op de verklaringen omtrent het gedrag BES welke op het tijdstip van overlegging ten behoeve van de benoeming dan wel, indien van een benoeming geen sprake is op het tijdstip waarop met het onderwijs wordt begonnen, niet ouder is dan zes maanden;
b. voor de desbetreffende cyclus, onderscheidenlijk het desbetreffende educatiegebied, in het bezit is van een bewijs van bekwaamheid als bedoeld in artikel 4, eerste lid, of van een daarmee krachtens het derde lid gelijk gesteld bewijs van bekwaamheid, dan wel in het bezit is van een bewijs van bekwaamheid als bedoeld in artikel 4, tweede lid, dan wel van Onze Minister krachtens het vierde lid de bevoegdheid heeft verkregen;
c. in het bezit van een geneeskundige verklaring, welke op het tijdstip van overlegging ten behoeve van de benoeming dan wel, indien van een benoeming geen sprake is, op het tijdstip waarop met het onderwijs wordt begonnen, niet ouder is dan zes maanden en
d. niet krachtens rechterlijke uitspraak van het geven van onderwijs is uitgesloten of krachtens artikel 30, tweede lid, de bevoegdheid tot het geven van onderwijs is ontzegd, en
e. niet krachtens het zesde lid de bevoegdheid tot het geven van funderend onderwijs is ontnomen.
2.
Het eerste lid onderdeel b, is niet van toepassing voor het geven van godsdienstonderwijs of levensbeschouwelijk vormingsonderwijs.
3.
Bij ministeriële regeling kan een buiten de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba verworven bewijs worden gelijkgesteld met een bewijs van bekwaamheid genoemd in artikel 4, eerste lid. Daarbij kunnen voorwaarden en beperkingen worden gesteld.
4.
Door Onze Minister kan aan personen die in het bezit zijn van een buiten de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba behaald bewijs van bekwaamheid, de bevoegdheid tot het geven van onderwijs worden verleend. Daarbij kunnen voorwaarden en beperkingen worden gesteld.
5.
Ten aanzien van studenten in het laatste jaar van een opleiding tot leerkracht funderend onderwijs die praktische vorming behoeven kan voor ten hoogste de periode van twee schooljaren worden afgeweken van de eisen, gesteld in het eerste lid, onderdeel b, op voorwaarde dat de desbetreffende student
a. het door hem te verzorgen onderwijs geeft in het kader van een dusdanig stageverband dat de student daarbij intussen ook lessen blijft volgen aan en begeleid wordt vanuit de instelling waaraan voornoemde opleiding is verbonden, en
b. wordt begeleid door een of meer ervaren leerkrachten van de school waar betrokkene werkzaam is en deze leerkrachten bij die begeleiding nauw samenwerken met de in onderdeel a bedoelde instelling.
6.
Bij ministeriële regeling kan een regeling worden gegeven voor verplicht door elke leerkracht te volgen nascholing. De inhoud van de nascholing behoeft niet voor alle leerkrachten gelijk te zijn en kan per groep van leerkrachten afhankelijk gesteld worden van vooropleiding, werkervaring en het bezit van bepaalde bewijzen van bekwaamheid. Door Onze Minister kan aan de leerkracht die niet aan de verplichtingen krachtens deze regeling voldoet, de bevoegdheid tot het geven van funderend onderwijs worden ontnomen.
Inhoudsopgave
- Hoofdstuk I
+ Hoofdstuk II. Wijzigingen in overige landsverordeningen
+ Hoofdstuk IV. Slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht