Wet van 6 november 2008, houdende regeling van de rechtspositie van de vice-president van de Raad van State, de staatsraden en de staatsraden in buitengewone dienst, alsmede van de president en de overige leden van de Algemene Rekenkamer, alsmede van de Nationale ombudsman en de substituut-ombudsmannen (Wet rechtspositie Raad van State, Algemene Rekenkamer en Nationale ombudsman)
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de rechtspositie van de vice-president van de Raad van State, de staatsraden en de staatsraden in buitengewone dienst, alsmede van de president en de overige leden van de Algemene Rekenkamer, alsmede van de Nationale ombudsman en de substituut-ombudsmannen te harmoniseren;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
1.
De bezoldiging van de vice-president van de Raad van State, de president van de Algemene Rekenkamer en de Nationale ombudsman wordt bepaald op € 11.270,20 per maand.
2.
De bezoldiging van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State wordt bepaald op € 10.520,48 per maand.
3.
De bezoldiging van de overige leden van de Raad van State, de overige leden in gewone dienst van de Algemene Rekenkamer en de substituut-ombudsmannen wordt bepaald op € 9.818,34 per maand.
4.
De staatsraden ontvangen een zodanig deel van de in het derde lid bedoelde bezoldiging als overeenkomt met de vastgestelde omvang van de te verrichten taak.
5.
De bezoldiging vangt aan met de dag van indiensttreding. De bezoldiging eindigt in ieder geval met ingang van de dag na het overlijden.
6.
Na het overlijden van de vice-president van de Raad van State, de president van de Algemene Rekenkamer, de Nationale ombudsman, de leden van de Raad van State en de staatsraden, de overige leden van de Algemene Rekenkamer of de substituut-ombudsmannen wordt een uitkering verstrekt op de voet van de regeling hieromtrent voor het personeel werkzaam bij de sector Rijk.
7.
Indien de bezoldiging van het personeel werkzaam bij de sector Rijk wijziging ondergaat, en wordt bepaald dat die wijziging een algemeen karakter draagt, worden de in het eerste, tweede en derde lid genoemde bedragen bij ministeriële regeling overeenkomstig gewijzigd.
1.
De staatsraden in buitengewone dienst en de leden in buitengewone dienst van de Algemene Rekenkamer ontvangen voor het deelnemen aan de werkzaamheden van de Raad van State onderscheidenlijk de Algemene Rekenkamer een bij algemene maatregel van bestuur te regelen vergoeding.
2.
De reis- en verblijfkosten van de in het eerste lid genoemde functionarissen worden vergoed op de voet van de regeling hieromtrent voor het personeel werkzaam bij de sector Rijk.
1.
De vice-president van de Raad van State, de president van de Algemene Rekenkamer, de Nationale ombudsman, de leden van de Raad van State en de staatsraden, de overige leden in gewone dienst van de Algemene Rekenkamer en de substituut-ombudsmannen ontvangen op de voet van de regeling die hieromtrent geldt voor het personeel werkzaam bij de sector Rijk een ambtsjubileumgratificatie, een vakantie-uitkering en een eindejaarsuitkering.
2.
Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld ten aanzien van:
a. de voorzieningen die aan de in het eerste lid genoemde functionarissen ter beschikking worden gesteld en noodzakelijk zijn voor de vervulling van hun ambt;
b. een vaste vergoeding voor de kosten van voorzieningen die voor eigen rekening van de in het eerste lid genoemde functionarissen komen en door hen mede worden aangewend ten behoeve van de vervulling van hun ambt.
3.
In de in het tweede lid bedoelde algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat in deze algemene maatregel van bestuur opgenomen bedragen bij ministeriële regeling kunnen worden gewijzigd op een in deze algemene maatregel van bestuur aangegeven wijze.
4.
Onder de in het tweede lid, onder a, bedoelde voorzieningen zijn in ieder geval begrepen die met betrekking tot verhuizing, informatie en communicatie, binnenlandse en buitenlandse dienstreizen en vervoer.
1.
De vice-president van de Raad van State kan een lid van de Raad van State en een staatsraad op diens verzoek gedurende een bepaalde periode ontheffen van de waarneming van zijn ambt.
2.
De bezoldiging blijft gedurende de periode van de ontheffing van de waarneming van zijn ambt achterwege.
1.
De substituut-ombudsman die ingevolge artikel 10, eerste lid, van de Wet Nationale ombudsman gedurende meer dan 30 dagen onafgebroken is belast met de vervanging van de ombudsman, geniet een vervangingstoelage ter hoogte van het verschil tussen zijn bezoldiging en de bezoldiging van de ombudsman.
2.
De substituut-ombudsman die ingevolge artikel 10, derde lid, van de Wet Nationale ombudsman is belast met de waarneming van het ambt van de ombudsman, geniet voor de duur van de waarneming een waarnemingstoelage tot de hoogte van het bedrag van de bezoldiging van de ombudsman.
3.
Degene die op grond van artikel 2, vijfde lid, of artikel 10, tweede of vierde lid, van de Wet Nationale ombudsman, de ombudsman vervangt respectievelijk het ambt van ombudsman waarneemt, geniet voor de duur van de vervanging respectievelijk de waarneming, de bezoldiging en de vakantie-uitkering die voor dit ambt zijn vastgesteld.
Artikel 6
[Wijzigt de Wet op de Raad van State.]
Artikel 7
[Wijzigt de Wet Nationale ombudsman.]
Artikel 8
De wet van 11 september 1964, houdende vaststelling van een nieuwe regeling van de bezoldiging van de vice-president van de Raad van State en de staatsraden, alsmede van de president en de overige leden van de Algemene Rekenkamer (Stb. 387) en de Wet bezoldiging Nationale ombudsman worden ingetrokken.
Artikel 9
[Wijzigt deze wet.]
Artikel 10
[Wijzigt de Wijzigingswet Wet op de Raad van State (herstructurering Raad van State)(Kst. 30585).]
Artikel 13
Deze wet wordt aangehaald als: Wet rechtspositie Raad van State, Algemene Rekenkamer en Nationale ombudsman.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges, en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te
’s-Gravenhage, 6 november 2008
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Uitgegeven de vierde december 2008
De Minister van Justitie
Inhoudsopgave
Artikel 1
Artikel 2
Artikel 3
Artikel 4
Artikel 5
Artikel 6
Artikel 7
Artikel 8
Artikel 9
Artikel 10
Artikel 11
Artikel 12
Artikel 13
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht