Wet van 21 December 1949, houdende een voorziening in de zin van artikel 211 der Grondwet
Wij JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat voor de aanvaarding van de resultaten van de Ronde Tafel Conferentie betreffende de wijze om werkelijke, volledige en onvoorwaardelijke souvereiniteit over te dragen aan de Republiek der Verenigde Staten van Indonesië overeenkomstig de Renville-beginselen een voorziening in de zin van artikel 211 der Grondwet moet worden getroffen;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Artikel 1
De Mantelresolutie met ontwerp-overeenkomsten en briefwisseling betreffende de wijze om werkelijke, volledige en onvoorwaardelijke souvereiniteit over te dragen aan de Republiek der Verenigde Staten van Indonesië overeenkomstig de Renville-beginselen, welke Mantelresolutie met ontwerp-overeenkomsten en briefwisseling door de Algemene Vergadering van de Ronde Tafel Conferentie te 's-Gravenhage op 2 November 1949 is aangenomen en in afdruk in Nederlandse en in Indonesische tekst en in Engelse vertaling nevens deze wet is gevoegd, wordt door het Koninkrijk der Nederlanden aanvaard.
Artikel 2
Wij dragen zorg, dat, echter niet zonder voorafgaand overleg met de Regering van de Republiek der Verenigde Staten van Indonesië, hetzij bij de Commissie der Verenigde Naties voor Indonesië, hetzij bij een ander orgaan der Verenigde Naties, die stappen worden gedaan, welke naar Ons inzicht bevorderlijk kunnen zijn aan een volledig tot zijn recht komen van het zelfbeschikkingsrecht, gelijk dit is bedoeld in artikel 2 der Overgangsovereenkomst, behorende bij de in artikel 1 dezer wet vermelde Mantelresolutie.
Artikel 3
Deze wet, welke kan worden aangehaald als "Wet Souvereiniteitsoverdracht Indonesië", treedt in werking met ingang van de dag na die van haar afkondiging.
Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle Ministeriële Departementen, autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Paleize Soestdijk, 21 December 1949.
De Minister-President, Minister van Algemene Zaken,
De Minister zonder Portefeuille,
De Minister van Overzeese Gebiedsdelen,
De Minister zonder Portefeuille,
De Minister van Buitenlandse Zaken,
De Minister van Justitie,
De Minister van Binnenlandse Zaken,
De Minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen,
De Minister van Financiën,
De Minister van Oorlog,
De Minister van Marine,
De Minister van Wederopbouw en Volkshuisvesting,
De Minister van Verkeer en Waterstaat,
De Minister van Economische Zaken,
De Minister van Landbouw, Visserij en Voedselvoorziening,
De Minister van Sociale Zaken.
Uitgegeven de een en twintigste December 1949.
De Minister van Justitie,
Inhoudsopgave
Artikel 1
Artikel 2
Artikel 3
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht