Artikel 79. Goedkeuringsvereiste
Indien een besluit goedkeuring behoeft op grond van deze wet of enige andere wet die wordt uitgevoerd door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen of de Sociale verzekeringsbank kan de goedkeuring worden onthouden op de grond dat het besluit in strijd met het recht of met het algemeen belang is.
1.
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen, indien de spoed dat vereist, regels worden gesteld die noodzakelijk zijn in verband met de goede uitvoering door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen of de Sociale verzekeringsbank van hun wettelijke taken.
2.
De voordracht voor een krachtens het eerste lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
3.
Na de plaatsing in het Staatsblad van een krachtens het eerste lid vastgestelde algemene maatregel van bestuur wordt een voorstel van wet tot regeling van het betrokken onderwerp zo spoedig mogelijk bij de Staten-Generaal ingediend. Indien het voorstel wordt ingetrokken of indien een van beide Kamers der Staten-Generaal besluit het voorstel niet aan te nemen, wordt de algemene maatregel van bestuur onverwijld ingetrokken. Wordt het voorstel tot wet verheven, dan wordt de algemene maatregel van bestuur ingetrokken op het tijdstip van inwerkingtreding van die wet.
1.
Bij algemene maatregel van bestuur kan bij wijze van experiment, met het oog op het onderzoeken van mogelijkheden om deze wet, de Participatiewet , de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers , de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen , de Wet inkomensvoorziening oudere werklozen , de Werkloosheidswet , de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen , de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering , de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten , de Ziektewet en de Toeslagenwet doeltreffender uit te voeren, worden afgeweken van het bepaalde bij of krachtens:
a. de artikelen 9, 10, 30 en 30a van deze wet;
2.
Bij een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in het eerste lid wordt geregeld op welke wijze van welke artikelen wordt afgeweken en kunnen alleen regels worden gesteld:
a. ter verbetering van de samenwerking tussen de uitvoeringsorganisaties van de in het eerste lid genoemde wetten;
b. met betrekking tot de inzet van re-integratie-instrumenten, de financiering daarvan en de verantwoordelijkheidsverdeling tussen werkgevers en de bij onderdeel a bedoelde uitvoeringsorganisaties;
c. over de verantwoording van de uitgaven ten laste van de fondsen, de uitkeringen, bedoeld in de Wet participatiebudget , en rijksbijdragen;
d. het verstrekken van inlichtingen over de resultaten van de experimenten.
3.
Een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in het eerste lid vervalt vijf jaar na de inwerkingtreding, tenzij:
a. in de algemene maatregel van bestuur is bepaald dat deze eerder vervalt;
b. binnen deze vijf jaar een voorstel van wet is ingediend bij de Staten-Generaal om het experiment om te zetten in een wettelijke regeling.
4.
Indien het voorstel wordt ingetrokken of indien een van de beide Kamers der Staten-Generaal besluit het voorstel niet aan te nemen, wordt de algemene maatregel van bestuur onverwijld ingetrokken. Wordt het voorstel tot wet verheven, dan wordt de algemene maatregel van bestuur ingetrokken op het tijdstip van inwerkingtreding van die wet.
5.
Onze Minister kan op gezamenlijk verzoek van een college van burgemeester en wethouders, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en in voorkomend geval de Sociale verzekeringsbank, gemeenten aanwijzen waar door het college van burgemeester en wethouders, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen of de Sociale verzekeringsbank wordt deelgenomen aan een experiment. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de toepassing van deze bevoegdheid.
6.
Onze Minister meldt aan de Staten-Generaal hoe het experiment in de praktijk is verlopen, alsmede zijn standpunt inzake de voortzetting ervan anders dan als experiment.
7.
De voordracht voor een krachtens dit artikel vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide Kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
Inhoudsopgave
- Hoofdstuk 1. Definities
+ Hoofdstuk 2. Zelfstandige bestuursorganen voor werk en inkomen
+ Hoofdstuk 3. Samenwerking en gezamenlijke dienstverlening
+ Hoofdstuk 4
+ Hoofdstuk 5. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
+ Hoofdstuk 6. De Sociale verzekeringsbank
+ Hoofdstuk 7. Toezicht
+ Hoofdstuk 8. Financiële bepalingen, planning en verslaglegging
+ Hoofdstuk 9. Informatiebepalingen
- Hoofdstuk 10. Overige bepalingen
+ Hoofdstuk 10A. Bepalingen in verband met de Algemene wet bestuursrecht
+ Hoofdstuk 10B. Overgangsbepalingen
+ Hoofdstuk 10C. Overgangsbepalingen inzake de overgang van de Centrale organisatie werk en inkomen naar het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
+ Hoofdstuk 10D. Overgangsbepalingen in verband met de opheffing van de Raad voor werk en inkomen
+ Hoofdstuk 11. Straf- en slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht