1.
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen heeft tot taak uitvoering te geven aan de wettelijke arbeidsongeschiktheidsverzekeringen, de wettelijke ziekengeldverzekering, de wettelijke werkloosheidsverzekering, de Tijdelijke wet beperking inkomensgevolgen arbeidsongeschiktheidscriteria , de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten , de Toeslagenwet , de Wet inkomensvoorziening oudere werklozen , alsmede aan wetten die de uitvoering van deze wetten beheersen, voor zover die uitvoering niet bij of krachtens enige wet aan anderen is opgedragen.
2.
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen heeft tot taak het beheren en administreren van de fondsen, bedoeld in artikel 1, onderdelen j tot en met m en w, van de Wet financiering sociale verzekeringen, het Toeslagenfonds, genoemd in artikel 31 van de Toeslagenwet, en het Arbeidsondersteuningsfonds jonggehandicapten, genoemd in artikel 5:1 van de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten en het voeren van een adequate administratie ten behoeve van de uitoefening van zijn taken.
3.
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen verstrekt aan Onze Minister op zijn verzoek de inlichtingen die nodig zijn voor de beoordeling van de uitvoerbaarheid van beleidsvoornemens en wettelijke voorschriften, voor zover deze betrekking hebben op onderwerpen als bedoeld in dit hoofdstuk.
4.
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen verricht in opdracht van Onze Minister of uit eigen beweging onderzoek met betrekking tot de wettelijke taken van dit instituut en verzamelt en analyseert informatie ten behoeve van de bevordering van de werking van en het inzicht in de arbeidsmarkt.
5.
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen verricht diensten voor gegevensverkeer met het buitenland, waarbij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en de hierna genoemde bestuursorganen de omvang van die diensten nader kunnen overeenkomen of voor zover dit voortvloeit uit internationaalrechtelijke voorschriften:
a. ten behoeve van een rechtmatige uitvoering van bij of krachtens deze wet of enige andere wet aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en de Sociale verzekeringsbank opgedragen taken;
b. ten behoeve van een rechtmatige uitvoering van aan de colleges van burgemeester en wethouders opgedragen taken bij of krachtens de Wet werk en bijstand , de Wet investeren in jongeren , de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers , de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen en de Wet werk en inkomen kunstenaars ;
c. ten behoeve van Onze Minister met het oog op het toezicht op de naleving van wetten.
6.
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen verstrekt aan Onze Minister op zijn verzoek inlichtingen die nodig zijn voor de beoordeling van een verzoek om ontheffing als bedoeld in artikel 8, derde lid, van het Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen 1945.
1.
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen heeft tot taak de inschakeling in het arbeidsproces te bevorderen van:
a. personen die recht hebben op een uitkering of arbeidsondersteuning op grond van wetten als bedoeld in artikel 30, eerste lid;
b. werknemers, die kunnen aantonen dat de dienstbetrekking binnen vier maanden zal eindigen en van wie naar het oordeel van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen redelijkerwijs valt aan te nemen dat zij recht zullen hebben op een uitkering op grond van hoofdstuk II van de Werkloosheidswet;
c. personen die ingezetene zijn als bedoeld in artikel 1:2 van de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten, de leeftijd van 18 jaar nog niet hebben bereikt en in verband met ziekte of gebrek een belemmering ondervinden of hebben ondervonden bij het volgen van onderwijs.
2.
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekering heeft tot taak het registreren van werkzoekenden en van vacatures van werkgevers en het voordragen van geschikte vacatures aan werkzoekenden en het voordragen van geschikte werkzoekenden voor vacatures. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen maakt in dit kader afspraken met werkgevers op basis waarvan concrete, passende arbeid kan worden aangeboden aan personen, die ten minste 52 weken onafgebroken recht op een uitkering op grond van de Werkloosheidswet hebben gehad. Voor het bepalen van het tijdvak van 52 weken is artikel 20, achtste lid, van de Werkloosheidswet van overeenkomstige toepassing. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen maakt in dit kader tevens afspraken met werkgevers op basis waarvan concrete, algemeen geaccepteerde arbeid kan worden aangeboden aan personen die recht op arbeidsondersteuning hebben op grond van de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten .
3.
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen heeft de taak, bedoeld in het eerste lid, niet:
a. ten aanzien van personen, bedoeld in het eerste lid, indien het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen met een college van burgemeester en wethouders overeenkomen dat het college verantwoordelijk is voor het ondersteunen van die personen bij arbeidsinschakeling als bedoeld in artikel 7, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van de Wet werk en bijstand;
b. ten aanzien van personen die een arbeidsongeschiktheidsuitkering ontvangen op grond van hoofdstuk 6 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen;
d. indien artikel 72a van de Werkloosheidswet van toepassing is;
e. ten aanzien van de werknemer, bedoeld in artikel 29b en artikel 29d van de Ziektewet;
f. ten aanzien van de jonggehandicapte die volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is in de zin van hoofdstuk 2 van de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten.
4.
Nadat het recht op een uitkering op grond van wetten als bedoeld in artikel 30, eerste lid, uitgezonderd de wettelijke ziekengeldverzekering en het recht op arbeidsondersteuning op grond van de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten , is vastgesteld, stelt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, indien gelet op de aard van de uitkering het eerste lid van toepassing is, in samenspraak met de uitkeringsgerechtigde een re-integratievisie vast waarin verplichtingen en rechten van de uitkeringsgerechtigde zijn vermeld.
5.
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen evalueert, in samenspraak met de uitkeringsgerechtigde, periodiek de re-integratievisie en kan deze bijstellen.
6.
Indien de re-integratievisie daartoe aanleiding geeft draagt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen ten behoeve van de uitkeringsgerechtigde, bedoeld in het vierde lid, zorg voor een plan gericht op behoud en verkrijging van mogelijkheden tot het verrichten van arbeid en inschakeling in arbeid. Het re-integratieplan wordt in samenspraak met de uitkeringsgerechtigde opgesteld. Voor zover noodzakelijk in verband met de aard van de voorziening, stelt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de uitkeringsgerechtigde in de gelegenheid zelf een re-integratieplan op te stellen.
7.
In het re-integratieplan worden verplichtingen en rechten van de uitkeringsgerechtigde vermeld voor zover die niet in de re-integratievisie zijn vermeld.
8.
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen laat de werkzaamheden in het kader van zijn taak, bedoeld in het eerste en zesde lid, in elk geval indien het personen met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt betreft, verrichten door een re-integratiebedrijf.
9.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld voor het derde en achtste lid in ieder geval voor de situaties van samenloop van de taak, bedoeld in het eerste lid met de vergelijkbare taak van werkgevers of in geval van samenloop van uitkeringen, de inhoud van de overeenkomst met het re-integratiebedrijf, het verwerken van gegevens en de soort werkzaamheden.
1.
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen registreert op diens verzoek als werkzoekende:
a. Nederlanders;
b. vreemdelingen op wie artikel 1 of artikel 10 van Verordening (EEG) nr. 1612/68 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 15 oktober 1968 betreffende het vrij verkeer van werknemers binnen de Gemeenschap (PbEG 1968, L 257) van toepassing is;
c. vreemdelingen die beschikken over een krachtens de Vreemdelingenwet 2000 afgegeven vergunning die is voorzien van een aantekening van Onze Minister voor Immigratie en Asiel waaruit blijkt dat aan die vergunning geen beperkingen zijn verbonden voor het verrichten van arbeid;
d. vreemdelingen die behoren tot een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen categorie.
2.
Aan geregistreerde werkzoekenden wordt kosteloos een bewijs van registratie verstrekt.
3.
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen regelt de termijnen gedurende welke de registratie ten hoogste wordt gehandhaafd en waarmee de registratie telkenmale, op verzoek van de betrokkene, ten hoogste kan worden verlengd.
4.
De registratie van een werkzoekende wordt beëindigd:
a. op verzoek van de betrokkene;
b. indien een termijn als bedoeld in het derde lid is verstreken zonder dat de betrokkene een verzoek tot verlenging van de termijn heeft gedaan.
5.
Iedere werkgever heeft het recht bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen vacatures te laten registreren. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen stelt regels met betrekking tot deze registratie.
6.
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen neemt in de in dit artikel bedoelde registratie het burgerservicenummer of, bij het ontbreken daarvan, het sociaal-fiscaalnummer van de geregistreerde werkzoekende op.
1.
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen neemt, onverminderd artikel 41, tweede lid, van de Wet werk en bijstand, aanvragen in ontvangst van algemene bijstand op grond van de Wet werk en bijstand dan wel van een uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers of voor een werkleeraanbod op grond van de Wet investeren in jongeren . Bij het in ontvangst nemen van de aanvraag legt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de datum van de aanvraag vast en op welke dag hij naam, adres en woonplaats van de belanghebbende heeft geregistreerd en hem in staat heeft gesteld zijn aanvraag in te dienen.
2.
De belanghebbende verstrekt aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen op verzoek alle gevraagde gegevens en bewijsstukken die nodig zijn voor de beslissing op zijn aanvraag door het college van burgemeester en wethouders van de betrokken gemeente.
3.
De belanghebbende deelt op verzoek van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen of onverwijld uit eigen beweging in verband met de toepassing van dit artikel alle feiten en omstandigheden mee, waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij van invloed kunnen zijn op het recht op bijstand of het recht op een uitkering, het geldend maken van het recht op bijstand of het recht op een uitkering, of de hoogte of de duur van de bijstand of de uitkering. Deze verplichting geldt niet indien die feiten en omstandigheden door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kunnen worden vastgesteld op grond van bij wettelijk voorschrift als authentiek aangemerkte gegevens of kunnen worden verkregen uit bij ministeriële regeling aan te wijzen administraties. Bij ministeriële regeling wordt bepaald voor welke gegevens de tweede zin van toepassing is.
4.
Artikel 33a, tweede en vierde lid, zijn van overeenkomstige toepassing.
5.
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen draagt de aanvraag met de daarbij verstrekte gegevens en bewijsstukken, alsmede het daarbij behorende burgerservicenummer of, bij het ontbreken daarvan, sociaal-fiscaalnummer, over aan het college van burgemeester en wethouders van de betrokken gemeente. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen doet tegelijkertijd van deze overdracht schriftelijk mededeling aan belanghebbende. De verplichting van het derde lid geldt tot het tijdstip van ontvangst van deze mededeling.
6.
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen sluit overeenkomsten met het college van burgemeester en wethouders van de betrokken gemeente over de wijze van uitvoering van dit artikel, waarbij voor bepaalde categorieën van aanvragen een andere taakverdeling kan worden vastgesteld dan die voortvloeit uit het eerste en tweede lid. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot dit lid.
7.
De gegevens en bewijsstukken, bedoeld in het tweede lid, worden door het college van burgemeester en wethouders niet verkregen van de belanghebbende voor zover ze zijn verkregen van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, tenzij hierdoor een goede vervulling van de taak van het college van burgemeester en wethouders op grond van dit artikel wordt belet.
8.
Artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing ten aanzien van de uitvoering van dit artikel door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.
1.
Ten behoeve van de uitvoering van de Wet sociale werkvoorziening door colleges van burgemeester en wethouders heeft het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen tot taak:
a. na het verrichten van een onderzoek te besluiten over de indicatie, bedoeld in artikel 11, eerste lid, en de herindicatie, bedoeld in artikel 11, tweede lid, van die wet;
b. in het geval betrokkene tot de doelgroep van die wet behoort of blijft behoren aan het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waar betrokkene woonachtig is te adviseren:
1°. welke aanpassing van omstandigheden nodig is bij het verrichten van arbeid door de betrokkene; en
2°. of betrokkene in aanmerking komt voor toepassing van hoofdstuk 3 van die wet;
c. in het geval betrokkene niet of niet meer tot de doelgroep van genoemde wet behoort aan het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waar betrokkene woonachtig is te adviseren over de wijze waarop de mogelijkheden tot inschakeling in het arbeidsproces van betrokkene kunnen worden verbeterd, dan wel aan dat college van burgemeester en wethouders te adviseren over een doorgeleiding naar een voorziening voor ondersteunende en activerende begeleiding. In het advies over de wijze waarop de mogelijkheden tot inschakeling in het arbeidsproces kunnen worden verbeterd, wordt van de opvattingen van de betrokkene, desgewenst in de door deze aangegeven bewoordingen, en, indien het advies hiervan afwijkt, van de redenen daarvoor, melding gedaan;
d. in de gevallen, bedoeld in artikel 6, derde lid, van die wet aan het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waar betrokkene woonachtig is te adviseren omtrent de opzegging van de dienstbetrekking, bedoeld in die wet .
2.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld voor het besluit, bedoeld in het eerste lid, waaronder de minimale en de maximale geldigheidsduur van het besluit, en over de advisering en de wijze waarop de indicatie en de herindicatie tot stand komt.
Artikel 30e. Uitstroom vanuit loonkostensubsidie naar reguliere arbeid
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen wijst een verzoek om een loonkostensubsidie ingevolge de artikelen 78a van de Werkloosheidswet, 67f van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, 2:21 en 3:71 van de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten, 65i van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering en 37a van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen af indien er geen reëel uitzicht is op continuering van de betrokken dienstbetrekking of een dienstbetrekking bij een andere werkgever na beëindiging van de subsidie. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen hanteert daarbij een beoordelingskader van relevante indicatoren en volgt het verloop van de dienstbetrekkingen waarvoor een loonkostensubsidie is verleend tot ten minste twee maanden na beëindiging van de subsidie. Indien blijkt dat de toekenning van loonkostensubsidies niet in ten minste 50% van de beslissingen is uitgemond in een dienstbetrekking van tenminste zes maanden, stelt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen het beoordelingskader bij op basis van de verworven inzichten, teneinde met de toekenningen in de volgende periode tenminste een dergelijke uitkomst te realiseren.
1.
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen draagt zorg voor een actueel oordeel over de kans op werk van iedere op grond van artikel 30b geregistreerde werkzoekende en onderzoekt zonodig op welke wijze die kans kan worden verbeterd.
2.
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen draagt zorg voor gevraagde en ongevraagde verstrekking van deugdelijke informatie en advies over de arbeidsmarkt alsmede over de uitvoering van zijn taak aan werkgevers, werknemers, uitkeringsgerechtigden, verzekerden, werkzoekenden en andere belanghebbenden in verband met de uitvoering van de in artikel 30, eerste lid, genoemde verzekeringen en wetten alsmede de in artikel 30a bedoelde taak.
3.
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen geeft voorlichting met betrekking tot de keuze van een beroep alsmede de voor een beroep benodigde opleiding.
4.
Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld betreffende de registratie van de beoordeling, bedoeld in het eerste lid.
1.
Voor zover aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen bekend is dat in een bedrijf of onderneming, of een gedeelte daarvan, een werkstaking, uitsluiting of bedrijfsbezetting plaatsvindt, verleent het geen diensten tot het plaatsen van werkzoekenden in dat bedrijf of die onderneming, of dat gedeelte daarvan, waar de werkstaking, uitsluiting of bedrijfsbezetting heerst.
2.
Voor zover aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen bekend is dat werkzoekenden rechtstreeks in een werkstaking, uitsluiting of bedrijfsbezetting betrokken zijn, verleent het aan hen tijdens de duur van het arbeidsconflict geen diensten als bedoeld in artikel 30a, tweede lid.
1.
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen stelt op verzoek van een werkgever of een werknemer een onderzoek in naar en geeft een oordeel over het bestaan van ongeschiktheid tot werken, indien de werknemer een geschil heeft met zijn werkgever over recht op loon als bedoeld in artikel 629, eerste lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek of recht op bezoldiging als bedoeld in artikel 76a, eerste lid, van de Ziektewet.
2.
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen stelt op verzoek van een werkgever of een werknemer dan wel een eigenrisicodrager als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel h, van de Ziektewet of personen als bedoeld in artikel 29, tweede lid, onderdelen a, b en c, van die wet die laatstelijk tot hem in dienstbetrekking stonden, een onderzoek in naar en geeft een oordeel over de nakoming door de werknemer of de persoon die recht heeft op ziekengeld van verplichtingen als bedoeld in artikel 660a van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek dan wel overeenkomstige bepalingen.
3.
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen stelt op verzoek van een werkgever of een werknemer dan wel een eigenrisicodrager als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel h, van de Ziektewet of personen als bedoeld in artikel 29, tweede lid, onderdelen a, b en c, van die wet die laatstelijk tot hem in dienstbetrekking stonden, een onderzoek in naar en geeft een oordeel over:
a. de aanwezigheid van passende arbeid, die de zieke werknemer voor de werkgever, respectievelijk de persoon die recht heeft op ziekengeld voor de eigenrisicodrager, in staat is te verrichten; of
b. de vraag of de werkgever ten aanzien van zijn zieke werknemer, respectievelijk de eigenrisicodrager ten aanzien van de persoon aan wie hij ziekengeld moet betalen, voldoende en geschikte re-integratie-inspanningen heeft verricht.
4.
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen stelt op verzoek van een eigenrisicodrager als bedoeld in artikel 1 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen of de verzekerde, bedoeld in artikel 82, eerste lid, onderdeel b, van die wet, die recht heeft op uitkering een onderzoek in naar en geeft een oordeel over de vraag of de eigenrisicodrager ten aanzien van genoemde verzekerde voldoende en geschikte re-integratie-inspanningen heeft verricht voor zover hieromtrent door de eigenrisicodrager geen besluit is afgegeven.
5.
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen adviseert een overheidswerkgever als bedoeld in artikel 1, onderdeel i, van de Werkloosheidswet op diens verzoek met betrekking tot door die werkgever te verlenen ondersteuning aan de overheidswerknemer, bedoeld in artikel 1, onderdeel j, van de Werkloosheidswet aan wie toestemming als bedoeld in artikel 77a van de Werkloosheidswet is verleend.
6.
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen stelt op verzoek van een overheidswerkgever als bedoeld in artikel 1, onderdeel i, van de Werkloosheidswet een onderzoek in naar en geeft een oordeel over de vraag of een overheidswerknemer als bedoeld in artikel 1, onderdeel j, van de Werkloosheidswet die gedurende een ononderbroken periode van 104 weken ongeschikt tot werken is geweest, nog ongeschikt tot werken is en over de vraag of het aannemelijk is dat de ongeschiktheid tot werken langer dan zesentwintig weken zal voortduren of over de vraag of redelijkerwijs niet de mogelijkheid bestaat om die overheidswerknemer binnen zesentwintig weken, indien nodig door middel van scholing, te herplaatsen in een aangepaste of andere functie, die voor die overheidswerknemer als passend kan worden beschouwd.
7.
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen verstrekt op verzoek van een werkgever of een werknemer informatie over de sociale verzekeringsaspecten van arbeidsongeschiktheid, werkloosheid en re-integratie.
1.
Indien een werkgever verzoekt een onderzoek als bedoeld in artikel 32, eerste en tweede lid, in te stellen, geeft het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen slechts een oordeel over het bestaan van de ongeschiktheid tot werken van een bepaalde werknemer, indien deze werknemer bereid is zich hiertoe te laten onderzoeken.
2.
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan voor een onderzoek als bedoeld in artikel 32, eerste, tweede, derde, vierde en zesde lid, kosten in rekening brengen bij de werkgever of de werknemer die heeft verzocht dit onderzoek in te stellen.
3.
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen geeft een oordeel als bedoeld in artikel 32, eerste, tweede, derde en vierde lid, binnen een termijn van twee weken na ontvangst van het verzoek. De artikelen 4:14 en 4:15 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing.
1.
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan in het belang van de arbeidsintegratie van personen met een structurele functionele beperking ten laste van de fondsen, bedoeld in hoofdstuk 7 van de Wet financiering sociale verzekeringen, onderscheidenlijk, wanneer deze personen jonggehandicapten betreffen, het Arbeidsondersteuningsfonds jonggehandicapten, bedoeld in artikel 5:1 van de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten, subsidie verstrekken aan instellingen of organisaties met het oog op onderzoek naar en het bevorderen van maatregelen, die strekken tot behoud, herstel of bevordering van de mogelijkheid tot het verrichten van arbeid.
2.
Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld voor de uitvoering van het eerste lid.
1.
Het uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen voert taken uit die bij of krachtens enige andere wet dan bedoeld in artikel 30, eerste lid, aan het uitvoeringsinstituut zijn opgedragen.
2.
Bij algemene maatregel van bestuur of ministeriële regeling kunnen taken worden opgedragen aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.
3.
Een voordracht voor een algemene maatregel van bestuur waarin taken aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen worden opgedragen wordt gedaan mede namens Onze Minister.
4.
Indien taken aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen worden opgedragen bij regeling van Onze Minister wie het aangaat, wordt deze regeling mede ondertekend door Onze Minister.
1.
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen draagt zorg voor de inrichting en adequate werking van de polisadministratie.
2.
De polisadministratie heeft tot doel:
a. van de werknemer gegevens over zijn arbeidsverhouding en uitkeringsverhouding – daaronder begrepen duur, loon en premies werknemersverzekeringen – vast te leggen ten behoeve van de werknemersverzekeringen;
b. besluiten over recht op uitkering of verstrekking te baseren op gegevens als bedoeld in onderdeel a met het oog waarop de werknemer wordt geïnformeerd over die gegevens en het al dan niet verzekerd zijn voor de werknemersverzekeringen;
c. van de persoon die vrijwillig verzekerd is voor de Ziektewet , de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen , Werkloosheidswet en Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering gegevens te verwerken waarbij de onderdelen a en b van overeenkomstige toepassing zijn;
d. van de werknemer gegevens over genoten loon in de zin van de Wet op de loonbelasting 1964 , ingehouden loonbelasting, premie volksverzekeringen in de zin van de Wet financiering sociale verzekeringen , inkomensafhankelijke bijdrage als bedoeld in de Zorgverzekeringswet , alsmede andere gegevens van belang voor de heffing van de inkomstenbelasting te verwerken ten behoeve van de uitvoering van de taken van de rijksbelastingdienst;
e. van de werknemer overige gegevens van belang voor statistische doeleinden op het gebied van arbeid en lonen te verwerken ten behoeve van het Centraal bureau voor de statistiek.
3.
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen is de verantwoordelijke in de zin van de Wet bescherming persoonsgegevens voorzover het betreft de verwerking van de gegevens, bedoeld in het tweede lid, onderdelen a, b en c, en de bewerker in de zin van de Wet bescherming persoonsgegevens voorzover het betreft de verwerking van de gegevens, bedoeld in het tweede lid, onderdelen d en e.
4.
De verantwoordelijke in de zin van de Wet bescherming persoonsgegevens voor de verwerking van de gegevens, bedoeld in het tweede lid, d en e, zijn respectievelijk Onze Minister van Financiën en het Centraal bureau voor de statistiek.
5.
De rijksbelastingdienst verstrekt aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, in het kader van zijn taak bedoeld in het eerste lid, alle gegevens en inlichtingen, die verkregen zijn bij de uitvoering van de heffing van loonbelasting en van de artikelen 58, tweede lid, en 59 van de Wet financiering sociale verzekeringen, voorzover die gegevens en inlichtingen noodzakelijk zijn voor het verwerken van gegevens in de polisadministratie.
6.
De gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens wordt ter verificatie geraadpleegd voor de gegevens, die door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen op grond van dit artikel worden verwerkt.
7.
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen verstrekt aan de rijksbelastingdienst alle gegevens en inlichtingen, die noodzakelijk zijn ten behoeve van de uitvoering van de taken van de rijksbelastingdienst.
8.
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen verstrekt Onze Minister en bestuursorganen als bedoeld in de artikelen 62, 72 en 73, vijfde lid, gegevens die op grond van het tweede lid verwerkt worden in de polisadministratie, met uitzondering van de gegevens, bedoeld in het tweede lid, onderdeel d.
9.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld, in ieder geval over de inrichting, de gegevensset en de wijze van verkrijging van de gegevens van de polisadministratie. Tevens worden regels gesteld over het elektronische gegevensverkeer, de daarbij te gebruiken elektronische infrastructuur en de eisen die aan de gegevensverstrekking uit de polisadministratie worden gesteld.
1.
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen is de verantwoordelijke in de zin van de Wet bescherming persoonsgegevens voor de verwerking van gegevens van uitkeringsgerechtigden als bedoeld in artikel 1, onderdeel l, aanhef en sub 2, noodzakelijk voor het uitvoeren van de taak, bedoeld in artikel 30, eerste lid.
2.
De gegevens, die door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen worden verwerkt, worden door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen niet verkregen van de in het eerste lid genoemde uitkeringsgerechtigden, voor zover zij verkregen kunnen worden uit de polisadministratie, bedoeld in artikel 33, de verzekerdenadministratie, bedoeld in artikel 35, alsmede de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens, tenzij hierdoor een goede vervulling van de taak van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen op grond van dit artikel wordt belet of bij wettelijk voorschrift anders is bepaald. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen andere administraties worden aangewezen waarvoor de eerste zin van toepassing is, worden regels gesteld over de gegevens die het betreft en kunnen administraties worden aangewezen waarvoor de eerste zin tijdelijk niet van toepassing is. Indien het authentieke gegevens uit andere basisregistraties betreft, is dit lid van overeenkomstige toepassing.
3.
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen is, voorzover het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen niet verantwoordelijke is in de zin van de Wet bescherming persoonsgegevens , bewerker in de zin van die wet voor de verwerking van gegevens ter uitvoering van de taak, bedoeld in artikel 30, vijfde lid.
4.
De voordracht voor een krachtens het tweede lid, tweede zin, vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan twee weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
1.
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen gebruikt het burgerservicenummer of, bij het ontbreken daarvan, het sociaal-fiscaalnummer bij de verwerking van persoonsgegevens:
a. voor de uitvoering van de in artikel 30, eerste lid, genoemde verzekeringen en wetten;
b. in de polisadministratie, bedoeld in artikel 33;
c. bij de uitvoering van de taken, bedoeld in de artikelen 30a, 30b, 30c en 30d;
d. bij de uitvoering van artikel 30, zesde lid, voor zover dit betreft de uitvoering van het Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen 1945 .
2.
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen verifieert het burgerservicenummer of, bij het ontbreken daarvan, het sociaal-fiscaalnummer in relatie tot de bijbehorende persoonsidentificerende gegevens, van de natuurlijke persoon, bedoeld in artikel 33, tweede lid, onderdeel a, bij de eerste opname in de polisadministratie en vervolgens indien daartoe aanleiding is, bij de rijksbelastingdienst.
3.
Bij ministeriële regeling kunnen, in overeenstemming met Onze Minister van Financiën, nadere regels worden gesteld ter uitvoering van dit artikel.
1.
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen informeert de werknemer periodiek als bedoeld in artikel 33, tweede lid, onderdeel b.
2.
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen stelt de werknemer tevens in de gelegenheid kennis te nemen van te verwachten hoogte en duur van de uitkering die door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen wordt verstrekt, indien de werknemer werkloos, arbeidsongeschikt of gedeeltelijk arbeidsgeschikt zou worden.
3.
Indien de gegevens niet juist of niet volledig zijn, dient de werknemer terstond een correctieverzoek in bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen met aanduiding van de juiste gegevens.
4.
Indien de werknemer vaststelt, dat gegevens als bedoeld in het eerste lid niet zijn opgenomen in de polisadministratie en hij dit redelijkerwijs wel kon verwachten, dient hij terstond een correctieverzoek in bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen met aanduiding van de ontbrekende gegevens.
5.
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen beslist, in afwijking van artikel 36, tweede lid, van de Wet bescherming persoonsgegevens, binnen zes weken over de opname, verbetering en aanvulling van gegevens van de werknemer naar aanleiding van een verzoek als bedoeld in het derde of vierde lid.
6.
Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld voor de periodiciteit van de informatie en voor de wijze van informatieverstrekking die voor verschillende soorten werknemers verschillend kan zijn, en in samenhang daarmee voor de inhoud van de informatie.
1.
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen legt ten aanzien van de werknemer, bedoeld in de Werkloosheidswet en de Wet inkomen naar arbeidsvermogen , van wie door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen gegevens worden verwerkt op grond van deze wetten, gegevens vast waarbij is aangegeven of hij in een kalenderjaar over 52 of meer dagen loon heeft ontvangen als bedoeld in artikel 42 of  42a van de Werkloosheidswet en artikel 15 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen.
2.
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen informeert de werknemer op de wijze, bedoeld in artikel 33c, over deze arbeidsverledengegevens.
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk 1. Definities
+ Hoofdstuk 2. Zelfstandige bestuursorganen voor werk en inkomen
+ Hoofdstuk 3. Samenwerking en gezamenlijke dienstverlening
+ Hoofdstuk 4. De Raad voor werk en inkomen
- Hoofdstuk 5. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
+ Hoofdstuk 6. De Sociale verzekeringsbank
+ Hoofdstuk 7. Toezicht
+ Hoofdstuk 8. Financiële bepalingen, planning en verslaglegging
+ Hoofdstuk 9. Informatiebepalingen
+ Hoofdstuk 10. Overige bepalingen
+ Hoofdstuk 10A. Bepalingen in verband met de Algemene wet bestuursrecht
+ Hoofdstuk 10B. Overgangsbepalingen
+ Hoofdstuk 10C. Overgangsbepalingen inzake de overgang van de Centrale organisatie werk en inkomen naar het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
+ Hoofdstuk 11. Straf- en slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Snel een vertaling nodig?
Bent u opzoek naar een beëdigde vertaling? Wilt u een contract, brief of een zakelijk document laten vertalen door een professionele vertaler? Neemt u dan gerust vrijblijvend contact met ons op.
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht