1.
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen heeft tot taak uitvoering te geven aan de wettelijke arbeidsongeschiktheidsverzekeringen, de wettelijke ziekengeldverzekering, de wettelijke werkloosheidsverzekering, de Tijdelijke wet beperking inkomensgevolgen arbeidsongeschiktheidscriteria , de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten , de Toeslagenwet , de Wet inkomensvoorziening oudere werklozen , alsmede aan wetten die de uitvoering van deze wetten beheersen, voor zover die uitvoering niet bij of krachtens enige wet aan anderen is opgedragen.
2.
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen heeft tot taak het beheren en administreren van de fondsen, bedoeld in artikel 1, onderdelen j tot en met m en w, van de Wet financiering sociale verzekeringen, het Toeslagenfonds, genoemd in artikel 31 van de Toeslagenwet, en het Arbeidsongeschiktheidsfonds jonggehandicapten, genoemd in artikel 5:1 van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten en het voeren van een adequate administratie ten behoeve van de uitoefening van zijn taken.
3.
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen verstrekt aan Onze Minister op zijn verzoek de inlichtingen die nodig zijn voor de beoordeling van de uitvoerbaarheid van beleidsvoornemens en wettelijke voorschriften, voor zover deze betrekking hebben op onderwerpen als bedoeld in dit hoofdstuk.
4.
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen verricht in opdracht van Onze Minister of uit eigen beweging onderzoek met betrekking tot de wettelijke taken van dit instituut en verzamelt en analyseert informatie ten behoeve van de bevordering van de werking van en het inzicht in de arbeidsmarkt.
5.
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen verricht diensten voor gegevensverkeer met het buitenland, waarbij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en de hierna genoemde bestuursorganen de omvang van die diensten nader kunnen overeenkomen of voor zover dit voortvloeit uit internationaalrechtelijke voorschriften:
a. ten behoeve van een rechtmatige uitvoering van bij of krachtens deze wet of enige andere wet aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en de Sociale verzekeringsbank opgedragen taken;
b. ten behoeve van een rechtmatige uitvoering van aan de colleges van burgemeester en wethouders opgedragen taken bij of krachtens de Participatiewet , de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers en de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen ;
c. ten behoeve van Onze Minister met het oog op het toezicht op de naleving van wetten.
6.
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen verstrekt aan Onze Minister op zijn verzoek inlichtingen die nodig zijn voor de beoordeling van een verzoek om ontheffing als bedoeld in artikel 8, derde lid, van het Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen 1945.
1.
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen heeft tot taak de inschakeling in het arbeidsproces te bevorderen van:
a. personen die recht hebben op een uitkering of arbeidsondersteuning op grond van wetten als bedoeld in artikel 30, eerste lid;
b. werknemers, die kunnen aantonen dat de dienstbetrekking binnen vier maanden zal eindigen en van wie naar het oordeel van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen redelijkerwijs valt aan te nemen dat zij recht zullen hebben op een uitkering op grond van hoofdstuk II van de Werkloosheidswet;
c. personen die ingezetene zijn als bedoeld in artikel 1:2 van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, de leeftijd van 18 jaar nog niet hebben bereikt en in verband met ziekte of gebrek een belemmering ondervinden of hebben ondervonden bij het volgen van onderwijs.
2.
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen heeft tot taak het registreren van werkzoekenden en van vacatures van werkgevers en het voordragen van geschikte vacatures aan werkzoekenden en het voordragen van geschikte werkzoekenden voor vacatures. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen maakt in dit kader afspraken met werkgevers op basis waarvan concrete, passende arbeid kan worden aangeboden aan personen, die aanspraak maken op ziekengeld op grond van de Ziektewet of die ten minste 52 weken onafgebroken recht op een uitkering op grond van de Werkloosheidswet hebben gehad. Voor het bepalen van het tijdvak van 52 weken worden perioden meegeteld waarin ten hoogste gedurende vier weken geen recht op uitkering bestaat. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen maakt in dit kader tevens afspraken met werkgevers op basis waarvan concrete, algemeen geaccepteerde arbeid kan worden aangeboden aan personen die recht op arbeidsondersteuning hebben op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten .
3.
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen heeft de taak, bedoeld in het eerste lid, niet:
a. ten aanzien van personen, bedoeld in het eerste lid, indien het college van burgemeester en wethouders op grond van artikel 7, derde lid, onderdeel c, en zevende lid, van de Participatiewet die personen ondersteunt en aan die personen voorzieningen aanbiedt;
b. ten aanzien van personen die een arbeidsongeschiktheidsuitkering ontvangen op grond van hoofdstuk 6 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen;
c. ten aanzien van de verzekerde, bedoeld in artikel 82, eerste en tweede lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, tenzij de artikelen 72, derde lid, of 84, tweede of achtste lid, van die wet van toepassing zijn en ten aanzien van de personen, bedoeld in artikel 63a van de Ziektewet, voor de betaling van het ziekengeld aan wie de eigenrisicodrager in de zin van de Ziektewet het risico draagt;
d. indien artikel 72a van de Werkloosheidswet van toepassing is;
e. ten aanzien van de werknemer, bedoeld in artikel 29b en artikel 29d van de Ziektewet;
f. ten aanzien van de jonggehandicapte die duurzaam geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft als bedoeld in de artikelen 1a:1, eerste lid, 2:4, eerste lid, en 3:8a, eerste lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten.
4.
Nadat het recht op een uitkering op grond van wetten als bedoeld in artikel 30, eerste lid, uitgezonderd de wettelijke ziekengeldverzekering en het recht op arbeidsondersteuning op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten , is vastgesteld, stelt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, indien gelet op de aard van de uitkering het eerste lid van toepassing is, in samenspraak met de uitkeringsgerechtigde een re-integratievisie vast waarin verplichtingen en rechten van de uitkeringsgerechtigde zijn vermeld.
5.
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen evalueert, in samenspraak met de uitkeringsgerechtigde, periodiek de re-integratievisie en kan deze bijstellen.
6.
Indien de re-integratievisie daartoe aanleiding geeft draagt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen ten behoeve van de uitkeringsgerechtigde, bedoeld in het vierde lid, zorg voor een plan gericht op behoud en verkrijging van mogelijkheden tot het verrichten van arbeid en inschakeling in arbeid. Het re-integratieplan wordt in samenspraak met de uitkeringsgerechtigde opgesteld. Voor zover noodzakelijk in verband met de aard van de voorziening, stelt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de uitkeringsgerechtigde in de gelegenheid zelf een re-integratieplan op te stellen.
7.
In het re-integratieplan worden verplichtingen en rechten van de uitkeringsgerechtigde vermeld voor zover die niet in de re-integratievisie zijn vermeld.
8.
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen verricht de werkzaamheden, bedoeld in het vierde tot en met zevende lid, niet ten aanzien van een uitkeringsgerechtigde op grond van de Wet inkomensvoorziening oudere werklozen en niet ten aanzien van een uitkeringsgerechtigde op grond van de Werkloosheidswet behalve wanneer een werknemer gedurende de eerste dertien weken van ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte hierdoor niet beschikbaar voor arbeid is of minder beschikbaar voor arbeid is dan het aantal arbeidsuren dat hij heeft verloren.
9.
Uitgezonderd uitkeringsgerechtigden als bedoeld in het achtste lid, laat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de werkzaamheden in het kader van zijn taak, bedoeld in het eerste en zesde lid, in elk geval indien het personen met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt betreft, verrichten door een re-integratiebedrijf.
10.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld voor het derde en het negende lid in ieder geval voor de situaties van samenloop van de taak, bedoeld in het eerste lid met de vergelijkbare taak van werkgevers of in geval van samenloop van uitkeringen, de inhoud van de overeenkomst met het re-integratiebedrijf, het verwerken van gegevens en de soort werkzaamheden.
1.
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen registreert op diens verzoek als werkzoekende:
a. Nederlanders;
b. vreemdelingen op wie artikel 1 van Verordening (EU) nr. 492/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 5 april 2011 betreffende het vrije verkeer van werknemers binnen de Unie (PbEU L 141) of artikel 23 van Richtlijn 2004/38/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende het recht van vrij verkeer en verblijf op het grondgebied van de lidstaten voor de burgers van de Unie en hun familieleden, tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 1612/68 en tot intrekking van de Richtlijnen 64/221/EEG, 68/360/EEG, 72/194/EEG, 73/148/EEG, 75/34/EEG, 75/35/EEG, 90/364/EEG, 90/365/EEG en 93/96/EEG (PbEU L 158) van toepassing is;
c. vreemdelingen die beschikken over een krachtens de Vreemdelingenwet 2000 afgegeven vergunning die is voorzien van een aantekening van Onze Minister van Veiligheid en Justitie waaruit blijkt dat aan die vergunning geen beperkingen zijn verbonden voor het verrichten van arbeid;
d. vreemdelingen die behoren tot een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen categorie.
2.
Aan geregistreerde werkzoekenden wordt kosteloos een bewijs van registratie verstrekt.
3.
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen regelt de termijnen gedurende welke de registratie ten hoogste wordt gehandhaafd en waarmee de registratie telkenmale, op verzoek van de betrokkene, ten hoogste kan worden verlengd.
4.
De registratie van een werkzoekende wordt beëindigd:
a. op verzoek van de betrokkene;
b. indien een termijn als bedoeld in het derde lid is verstreken zonder dat de betrokkene een verzoek tot verlenging van de termijn heeft gedaan.
5.
Iedere werkgever heeft het recht bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen vacatures te laten registreren. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen stelt regels met betrekking tot deze registratie.
1.
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen neemt, onverminderd artikel 41, tweede lid, van de Participatiewet, aanvragen in ontvangst van algemene bijstand op grond van de Participatiewet dan wel van een uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers . Bij het in ontvangst nemen van de aanvraag legt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de datum van de aanvraag vast en op welke dag hij naam, adres en woonplaats van de belanghebbende heeft geregistreerd en hem in staat heeft gesteld zijn aanvraag in te dienen.
2.
De belanghebbende verstrekt aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen op verzoek alle gevraagde gegevens en bewijsstukken die nodig zijn voor de beslissing op zijn aanvraag door het college van burgemeester en wethouders van de betrokken gemeente.
3.
De belanghebbende deelt op verzoek van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen of onverwijld uit eigen beweging in verband met de toepassing van dit artikel alle feiten en omstandigheden mee, waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij van invloed kunnen zijn op het recht op bijstand of het recht op een uitkering, het geldend maken van het recht op bijstand of het recht op een uitkering, of de hoogte of de duur van de bijstand of de uitkering. Deze verplichting geldt niet indien die feiten en omstandigheden door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kunnen worden vastgesteld op grond van bij wettelijk voorschrift als authentiek aangemerkte gegevens of kunnen worden verkregen uit bij ministeriële regeling aan te wijzen administraties. Bij ministeriële regeling wordt bepaald voor welke gegevens de tweede zin van toepassing is.
4.
Artikel 33a, tweede en vierde lid, zijn van overeenkomstige toepassing.
5.
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen draagt de aanvraag met de daarbij verstrekte gegevens en bewijsstukken, over aan het college van burgemeester en wethouders van de betrokken gemeente. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen doet tegelijkertijd van deze overdracht schriftelijk mededeling aan belanghebbende. De verplichting van het derde lid geldt tot het tijdstip van ontvangst van deze mededeling.
6.
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen sluit overeenkomsten met het college van burgemeester en wethouders van de betrokken gemeente over de wijze van uitvoering van dit artikel, waarbij voor bepaalde categorieën van aanvragen een andere taakverdeling kan worden vastgesteld dan die voortvloeit uit het eerste en tweede lid. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot dit lid.
7.
De gegevens en bewijsstukken, bedoeld in het tweede lid, worden door het college van burgemeester en wethouders niet verkregen van de belanghebbende voor zover ze zijn verkregen van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, tenzij hierdoor een goede vervulling van de taak van het college van burgemeester en wethouders op grond van dit artikel wordt belet.
8.
Artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing ten aanzien van de uitvoering van dit artikel door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.
1.
Ten behoeve van de uitvoering van de Wet sociale werkvoorziening door colleges van burgemeester en wethouders heeft het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen tot taak:
a. na het verrichten van een onderzoek te besluiten over de herindicatie, bedoeld in artikel 11 van die wet;
b. in het geval betrokkene tot de doelgroep van die wet blijft behoren aan het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waar betrokkene woonachtig is te adviseren:
1°. welke aanpassing van omstandigheden nodig is bij het verrichten van arbeid door betrokkene, en
2°. of betrokkene in aanmerking komt voor toepassing van hoofdstuk 3 van die wet;
c. in het geval betrokkene niet meer tot de doelgroep van genoemde wet behoort aan het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waar betrokkene woonachtig is te adviseren over de wijze waarop de mogelijkheden tot inschakeling in het arbeidsproces van betrokkene kunnen worden verbeterd, dan wel aan dat college van burgemeester en wethouders te adviseren over een doorgeleiding naar een voorziening voor ondersteunende en activerende begeleiding. In het advies over de wijze waarop de mogelijkheden tot inschakeling in het arbeidsproces kunnen worden verbeterd, wordt van de opvattingen van de betrokkene, desgewenst in de door deze aangegeven bewoordingen, en, indien het advies hiervan afwijkt, van de redenen daarvoor, melding gedaan;
d. in de gevallen, bedoeld in artikel 6, derde lid, van die wet aan het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waar betrokkene woonachtig is te adviseren omtrent de opzegging van de dienstbetrekking, bedoeld in die wet .
2.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld voor het besluit, bedoeld in het eerste lid, en over de advisering en de wijze waarop de herindicatie tot stand komt.
1.
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen draagt zorg voor een actueel oordeel over de kans op werk van iedere op grond van artikel 30b geregistreerde werkzoekende en onderzoekt zonodig op welke wijze die kans kan worden verbeterd.
2.
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen draagt zorg voor gevraagde en ongevraagde verstrekking van deugdelijke informatie en advies over de arbeidsmarkt alsmede over de uitvoering van zijn taak aan werkgevers, werknemers, uitkeringsgerechtigden, verzekerden, werkzoekenden en andere belanghebbenden in verband met de uitvoering van de in artikel 30, eerste lid, genoemde verzekeringen en wetten alsmede de in artikel 30a bedoelde taak.
3.
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen geeft voorlichting met betrekking tot de keuze van een beroep alsmede de voor een beroep benodigde opleiding.
4.
Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld betreffende de registratie van de beoordeling, bedoeld in het eerste lid.
1.
Voor zover aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen bekend is dat in een bedrijf of onderneming, of een gedeelte daarvan, een werkstaking, uitsluiting of bedrijfsbezetting plaatsvindt, verleent het geen diensten tot het plaatsen van werkzoekenden in dat bedrijf of die onderneming, of dat gedeelte daarvan, waar de werkstaking, uitsluiting of bedrijfsbezetting heerst.
2.
Voor zover aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen bekend is dat werkzoekenden rechtstreeks in een werkstaking, uitsluiting of bedrijfsbezetting betrokken zijn, verleent het aan hen tijdens de duur van het arbeidsconflict geen diensten als bedoeld in artikel 30a, tweede lid.
1.
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen stelt op verzoek van een werkgever of een werknemer een onderzoek in naar en geeft een oordeel over het bestaan van ongeschiktheid tot werken, indien de werknemer een geschil heeft met zijn werkgever over recht op loon als bedoeld in artikel 629, eerste lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek of recht op bezoldiging als bedoeld in artikel 76a, eerste lid, van de Ziektewet.
2.
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen stelt op verzoek van een werkgever of een werknemer dan wel een eigenrisicodrager als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel h, van de Ziektewet of personen als bedoeld in artikel 29, tweede lid, onderdelen a, b en c, van die wet die laatstelijk tot hem in dienstbetrekking stonden, een onderzoek in naar en geeft een oordeel over de nakoming door de werknemer of de persoon die recht heeft op ziekengeld van verplichtingen als bedoeld in artikel 660a van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek dan wel overeenkomstige bepalingen.
3.
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen stelt op verzoek van een werkgever of een werknemer dan wel een eigenrisicodrager als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel h, van de Ziektewet of personen als bedoeld in artikel 29, tweede lid, onderdelen a, b en c, van die wet die laatstelijk tot hem in dienstbetrekking stonden, een onderzoek in naar en geeft een oordeel over:
a. de aanwezigheid van passende arbeid, die de zieke werknemer voor de werkgever, respectievelijk de persoon die recht heeft op ziekengeld voor de eigenrisicodrager, in staat is te verrichten;
b. de vraag of de werkgever ten aanzien van zijn zieke werknemer, respectievelijk de eigenrisicodrager ten aanzien van de persoon aan wie hij ziekengeld moet betalen, voldoende en geschikte re-integratie-inspanningen heeft verricht; of
c. de vraag of de werknemer bij regelmaat de bedongen arbeid niet kan verrichten als gevolg van ziekte of gebreken van de werknemer, die niet het gevolg zijn van onvoldoende zorg van de werkgever voor de arbeidsomstandigheden, of het aannemelijk is dat binnen 26 weken geen herstel zal optreden en dat binnen die periode de bedongen arbeid niet in aangepaste vorm kan worden verricht, en of herplaatsing van de werknemer in een andere passende functie, al dan niet met behulp van scholing, niet tot de mogelijkheden behoort.
4.
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen stelt op verzoek van een eigenrisicodrager als bedoeld in artikel 1 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen of de verzekerde, bedoeld in artikel 82, eerste lid, onderdeel b, van die wet, die recht heeft op uitkering een onderzoek in naar en geeft een oordeel over de vraag of de eigenrisicodrager ten aanzien van genoemde verzekerde voldoende en geschikte re-integratie-inspanningen heeft verricht voor zover hieromtrent door de eigenrisicodrager geen besluit is afgegeven.
5.
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen adviseert een overheidswerkgever als bedoeld in artikel 1, onderdeel i, van de Werkloosheidswet op diens verzoek met betrekking tot door die werkgever te verlenen ondersteuning aan de overheidswerknemer, bedoeld in artikel 1, onderdeel j, van de Werkloosheidswet aan wie toestemming als bedoeld in artikel 77a van de Werkloosheidswet is verleend.
6.
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen stelt op verzoek van een overheidswerkgever als bedoeld in artikel 1, onderdeel i, van de Werkloosheidswet een onderzoek in naar en geeft een oordeel over de vraag of een overheidswerknemer als bedoeld in artikel 1, onderdeel j, van de Werkloosheidswet die gedurende een ononderbroken periode van 104 weken ongeschikt tot werken is geweest, nog ongeschikt tot werken is en over de vraag of het aannemelijk is dat de ongeschiktheid tot werken langer dan zesentwintig weken zal voortduren of over de vraag of redelijkerwijs niet de mogelijkheid bestaat om die overheidswerknemer binnen zesentwintig weken, indien nodig door middel van scholing, te herplaatsen in een aangepaste of andere functie, die voor die overheidswerknemer als passend kan worden beschouwd.
7.
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen verstrekt op verzoek van een werkgever of een werknemer informatie over de sociale verzekeringsaspecten van arbeidsongeschiktheid, werkloosheid en re-integratie.
1.
Indien een werkgever verzoekt een onderzoek als bedoeld in artikel 32, eerste en tweede lid, in te stellen, geeft het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen slechts een oordeel over het bestaan van de ongeschiktheid tot werken van een bepaalde werknemer, indien deze werknemer bereid is zich hiertoe te laten onderzoeken.
2.
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan voor een onderzoek als bedoeld in artikel 32, eerste, tweede, derde, vierde en zesde lid, kosten in rekening brengen bij de werkgever of de werknemer die heeft verzocht dit onderzoek in te stellen.
3.
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen geeft een oordeel als bedoeld in artikel 32, eerste, tweede, derde en vierde lid, binnen een termijn van twee weken na ontvangst van het verzoek. De artikelen 4:14 en 4:15 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing.
1.
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan in het belang van de arbeidsintegratie van personen met een structurele functionele beperking ten laste van de fondsen, bedoeld in hoofdstuk 7 van de Wet financiering sociale verzekeringen, onderscheidenlijk, wanneer deze personen jonggehandicapten betreffen, het Arbeidsongeschiktheidsfonds jonggehandicapten, bedoeld in artikel 5:1 van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, subsidie verstrekken aan instellingen of organisaties met het oog op onderzoek naar en het bevorderen van maatregelen, die strekken tot behoud, herstel of bevordering van de mogelijkheid tot het verrichten van arbeid.
2.
Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld voor de uitvoering van het eerste lid.
1.
Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen te verstrekken subsidie aan een rechtspersoon die in het kader van de uitoefening van beroep of bedrijf door scholing de inschakeling in de arbeid bevordert van personen:
a. voor wier ondersteuning bij arbeidsinschakeling het college van burgemeester en wethouders zorg draagt op grond van artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de Participatiewet;
b. die als gevolg van psychische, verstandelijke of lichamelijke beperkingen niet in staat zijn tot het verdienen van het minimumloon, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag of, indien het een persoon jonger dan 23 jaar betreft, het voor zijn leeftijd geldende minimumloon per maand, bedoeld in artikel 7, derde lid, en artikel 8, derde lid, van die wet; en
c. die ernstige scholingsbelemmeringen hebben.
2.
Bij de subsidieverlening, bedoeld in het eerste lid, kunnen aan de subsidie-ontvanger verplichtingen worden opgelegd omtrent het hanteren van een registratiesysteem waaruit blijkt of het doel van de subsidie is bereikt.
1.
Het uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen voert taken uit die bij of krachtens enige andere wet dan bedoeld in artikel 30, eerste lid, aan het uitvoeringsinstituut zijn opgedragen.
2.
Bij algemene maatregel van bestuur of ministeriële regeling kunnen taken worden opgedragen aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.
3.
Een voordracht voor een algemene maatregel van bestuur waarin taken aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen worden opgedragen wordt gedaan mede namens Onze Minister.
4.
Indien taken aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen worden opgedragen bij regeling van Onze Minister wie het aangaat, wordt deze regeling mede ondertekend door Onze Minister.
1.
In het verkeer tussen burgers en het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen wordt, in afwijking van artikel 2:14, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, een bericht uitsluitend elektronisch verzonden, tenzij er naar het oordeel van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen sprake is van groepen burgers voor wie en berichten of omstandigheden waarvoor communicatie langs andere dan elektronische weg is aangewezen.
2.
Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de inrichting van de dienstverlening, bedoeld in het eerste lid.
1.
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen draagt zorg voor de inrichting en adequate werking van de polisadministratie.
2.
De polisadministratie heeft tot doel:
a. van de werknemer gegevens over zijn arbeidsverhouding en uitkeringsverhouding – daaronder begrepen duur, loon en premies werknemersverzekeringen – vast te leggen ten behoeve van de werknemersverzekeringen;
b. besluiten over recht op uitkering of verstrekking te baseren op gegevens als bedoeld in onderdeel a met het oog waarop de werknemer wordt geïnformeerd over die gegevens en het al dan niet verzekerd zijn voor de werknemersverzekeringen;
c. van de persoon die vrijwillig verzekerd is voor de Ziektewet , de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen , Werkloosheidswet en Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering gegevens te verwerken waarbij de onderdelen a en b van overeenkomstige toepassing zijn;
d. van de werknemer gegevens over genoten loon in de zin van de Wet op de loonbelasting 1964 , ingehouden loonbelasting, premie volksverzekeringen in de zin van de Wet financiering sociale verzekeringen , inkomensafhankelijke bijdrage als bedoeld in de Zorgverzekeringswet , alsmede andere gegevens van belang voor de heffing van de inkomstenbelasting te verwerken ten behoeve van de uitvoering van de taken van de Belastingdienst;
e. van de werknemer overige gegevens van belang voor statistische doeleinden op het gebied van arbeid en lonen te verwerken ten behoeve van het Centraal bureau voor de statistiek.
3.
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen is de verantwoordelijke in de zin van de Wet bescherming persoonsgegevens voorzover het betreft de verwerking van de gegevens, bedoeld in het tweede lid, onderdelen a, b en c, en de bewerker in de zin van de Wet bescherming persoonsgegevens voorzover het betreft de verwerking van de gegevens, bedoeld in het tweede lid, onderdelen d en e.
4.
De verantwoordelijke in de zin van de Wet bescherming persoonsgegevens voor de verwerking van de gegevens, bedoeld in het tweede lid, d en e, zijn respectievelijk Onze Minister van Financiën en het Centraal bureau voor de statistiek.
5.
De Belastingdienst verstrekt aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, in het kader van zijn taak bedoeld in het eerste lid, alle gegevens en inlichtingen, die verkregen zijn bij de uitvoering van de heffing van loonbelasting en van de artikelen 58, tweede lid, en 59 van de Wet financiering sociale verzekeringen, voorzover die gegevens en inlichtingen noodzakelijk zijn voor het verwerken van gegevens in de polisadministratie.
6.
De basisregistratie personen wordt ter verificatie geraadpleegd voor de gegevens, die door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen op grond van dit artikel worden verwerkt.
7.
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen verstrekt aan de Belastingdienst alle gegevens en inlichtingen, die noodzakelijk zijn ten behoeve van de uitvoering van de taken van de Belastingdienst.
8.
De gegevens, bedoeld in het tweede lid, onderdeel e, kunnen door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, de Sociale verzekeringsbank en de colleges van burgemeester en wethouders tevens verwerkt worden voor de uitvoering van de taken, bedoeld in artikel 62.
9.
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen verstrekt Onze Minister en bestuursorganen als bedoeld in de artikelen, 62, 72 en 73, zevende lid, gegevens die op grond van het tweede lid, onderdelen a tot en met c, verwerkt worden in de polisadministratie, tenzij de gegevens, bedoeld in het tweede lid, onderdeel e, tevens verwerkt kunnen worden op grond van het achtste lid.
10.
Gegevens als bedoeld in het tweede lid, onderdeel e, over lonen kunnen voor de uitvoering van de pensioenregelingen of beroepspensioenregelingen tevens verwerkt worden door de pensioenuitvoerders en beroepspensioenfondsen, genoemd in artikel 73, eerste lid, onderdeel a, en voor regelingen inzake vervroegd uittreden op grond van een algemeen verbindend voorschrift door de stichtingen, genoemd in artikel 73, eerste lid, onderdeel b. Artikel 73, eerste en vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.
11.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld, in ieder geval over de inrichting, de gegevensset en de wijze van verkrijging van de gegevens van de polisadministratie. Tevens worden regels gesteld over het elektronische gegevensverkeer, de daarbij te gebruiken elektronische infrastructuur en de eisen die aan de gegevensverstrekking uit de polisadministratie worden gesteld.
1.
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen is de verantwoordelijke in de zin van de Wet bescherming persoonsgegevens voor de verwerking van gegevens van uitkeringsgerechtigden als bedoeld in artikel 1, onderdeel l, aanhef en sub 2, noodzakelijk voor het uitvoeren van de taak, bedoeld in artikel 30, eerste lid.
2.
De gegevens, die door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen worden verwerkt, worden door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen niet verkregen van de in het eerste lid genoemde uitkeringsgerechtigden, voor zover zij verkregen kunnen worden uit de polisadministratie, bedoeld in artikel 33, de verzekerdenadministratie, bedoeld in artikel 35, alsmede de basisregistratie personen, tenzij hierdoor een goede vervulling van de taak van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen op grond van dit artikel wordt belet of bij wettelijk voorschrift anders is bepaald. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen andere administraties worden aangewezen waarvoor de eerste zin van toepassing is, worden regels gesteld over de gegevens die het betreft en kunnen administraties worden aangewezen waarvoor de eerste zin tijdelijk niet van toepassing is. Indien het authentieke gegevens uit andere basisregistraties betreft, is dit lid van overeenkomstige toepassing.
3.
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen is, voorzover het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen niet verantwoordelijke is in de zin van de Wet bescherming persoonsgegevens , bewerker in de zin van die wet voor de verwerking van gegevens ter uitvoering van de taak, bedoeld in artikel 30, vijfde lid.
4.
De voordracht voor een krachtens het tweede lid, tweede zin, vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan twee weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
Artikel 33b. Verificatie burgerservicenummer
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen verifieert het burgerservicenummer in relatie tot de bijbehorende persoonsidentificerende gegevens van de natuurlijke persoon, bedoeld in artikel 33, tweede lid, onderdeel a, bij de eerste opname in de polisadministratie en doet indien daartoe aanleiding is mededeling aan het college van burgemeester en wethouders als bedoeld in artikel 2.34, eerste lid, van de Wet basisregistratie personen.
1.
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen informeert de werknemer periodiek als bedoeld in artikel 33, tweede lid, onderdeel b.
2.
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen stelt de werknemer tevens in de gelegenheid kennis te nemen van te verwachten hoogte en duur van de uitkering die door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen wordt verstrekt, indien de werknemer werkloos, arbeidsongeschikt of gedeeltelijk arbeidsgeschikt zou worden.
3.
Indien de gegevens niet juist of niet volledig zijn, dient de werknemer terstond een correctieverzoek in bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen met aanduiding van de juiste gegevens.
4.
Indien de werknemer vaststelt, dat gegevens als bedoeld in het eerste lid niet zijn opgenomen in de polisadministratie en hij dit redelijkerwijs wel kon verwachten, dient hij terstond een correctieverzoek in bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen met aanduiding van de ontbrekende gegevens.
5.
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen beslist, in afwijking van artikel 36, tweede lid, van de Wet bescherming persoonsgegevens, binnen zes weken over de opname, verbetering en aanvulling van gegevens van de werknemer naar aanleiding van een verzoek als bedoeld in het derde of vierde lid.
6.
Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld voor de periodiciteit van de informatie en voor de wijze van informatieverstrekking die voor verschillende soorten werknemers verschillend kan zijn, en in samenhang daarmee voor de inhoud van de informatie.
1.
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen legt ten aanzien van de werknemer, bedoeld in de Werkloosheidswet en de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen , van wie door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen gegevens worden verwerkt op grond van deze wetten, gegevens vast waarbij is aangegeven of hij in een kalenderjaar over 52 of meer dagen respectievelijk over 208 of meer uren loon heeft ontvangen als bedoeld in artikel 42 of  42a van de Werkloosheidswet en artikel 15 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen.
2.
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen informeert de werknemer op de wijze, bedoeld in artikel 33c, over deze arbeidsverledengegevens.
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk 1. Definities
+ Hoofdstuk 2. Zelfstandige bestuursorganen voor werk en inkomen
+ Hoofdstuk 3. Samenwerking en gezamenlijke dienstverlening
+ Hoofdstuk 4
- Hoofdstuk 5. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
+ Hoofdstuk 6. De Sociale verzekeringsbank
+ Hoofdstuk 7. Toezicht
+ Hoofdstuk 8. Financiële bepalingen, planning en verslaglegging
+ Hoofdstuk 9. Informatiebepalingen
+ Hoofdstuk 10. Overige bepalingen
+ Hoofdstuk 10A. Bepalingen in verband met de Algemene wet bestuursrecht
+ Hoofdstuk 10B. Overgangsbepalingen
+ Hoofdstuk 10C. Overgangsbepalingen inzake de overgang van de Centrale organisatie werk en inkomen naar het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
+ Hoofdstuk 10D. Overgangsbepalingen in verband met de opheffing van de Raad voor werk en inkomen
+ Hoofdstuk 11. Straf- en slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht