Artikel 4.1. Reikwijdte
Dit hoofdstuk is van toepassing op scholieren en deelnemers vavo die 18 jaren zijn of ouder en zijn ingeschreven aan een school als bedoeld in paragraaf 2.3.
1.
De tegemoetkoming in de zin van dit hoofdstuk bestaat uit:
a. basistoelage, en
b. tegemoetkoming in de schoolkosten.
2.
Voor leerlingen als bedoeld in artikel 2.9, onderdelen b, c en d, en voor deelnemers vavo als bedoeld in artikel 2.10 bestaat de tegemoetkoming eveneens uit een tegemoetkoming in de onderwijsbijdrage.
Artikel 4.3. Basistoelage
De basistoelage is naar de maatstaf van 1 januari 2001 per kalendermaand voor een:
a. thuiswonende leerling:  € 84,59 [Red: per 1 januari 2016: € 112,62] , en
b. uitwonende leerling:  € 197,21 [Red: per 1 januari 2016: € 262,58] .
1.
De tegemoetkoming in de onderwijsbijdrage voor een kalendermaand is eentwaalfde deel van het bedrag, bedoeld in artikel 5, tweede lid, van de Les- en cursusgeldwet.
2.
In het schooljaar waarin een leerling de leeftijd van 18 jaren bereikt, wordt de tegemoetkoming in de onderwijsbijdrage voor dat schooljaar niet toegekend.
1.
De hoogte van de tegemoetkoming in de schoolkosten voor een schooljaar is afhankelijk van:
a. soort onderwijs, en
b. bovenbouw of overige leerjaren.
2.
De bedragen van de onderscheiden tegemoetkomingen zijn opgenomen in artikel 4.6.
Artikel 4.6. Overzicht hoogte tegemoetkoming schoolkosten
De bedragen in onderstaand overzicht luiden per maand en zijn uitgedrukt in euro’s naar de maatstaf van 1 augustus 2008. WVO WEB WVO Overzicht. Bedragen tegemoetkoming schoolkosten
a. onderbouw volledig op grond van de bekostigd onderwijs en onderbouw + bovenbouw volledig op grond van de bekostigd voorbereidend beroepsonderwijs verzorgd in een agrarisch opleidingscentrum € ?70,25
b. bovenbouw volledig op grond van de bekostigd onderwijs € ?76,93
c. onderbouw niet volledig en rechtstreeks bekostigd vo € ?96,20
d. bovenbouw niet volledig en rechtstreeks bekostigd vo € 102,89
e. speciaal onderwijs en voortgezet speciaal onderwijs € ?46,67
f. vavo € 102,89

[met ingang van schooljaar 2016–2017:] WVO WEB WVO Overzicht bedragen tegemoetkoming schoolkosten per maand 2015–2016
a. onderbouw volledig op grond van de bekostigd onderwijs en onderbouw + bovenbouw volledig op grond van de bekostigd voorbereidend beroepsonderwijs verzorgd in een agrarisch opleidingscentrum € 79,40
b. bovenbouw volledig op grond van de bekostigd onderwijs € 86,94
c. onderbouw niet volledig en rechtstreeks bekostigd vo € 108,73
d. bovenbouw niet volledig en rechtstreeks bekostigd vo € 116,30
e. speciaal onderwijs en voortgezet speciaal onderwijs € 52,75
f. voortgezet algemeen volwassenen onderwijs (vavo) € 116,30
1.
De tegemoetkoming in de onderwijsbijdrage over de maand augustus van enig kalenderjaar omvat in afwijking van artikel 4.4, eerste lid, tevens een voorschot op die tegemoetkoming over het schooljaar dat met die maand augustus aanvangt. Dit voorschot bedraagt ten hoogste de verschuldigde onderwijsbijdrage en wordt niet uitbetaald.
2.
Indien de tegemoetkoming in de onderwijsbijdrage lager is dan de verschuldigde onderwijsbijdrage, omvat het voorschot, bedoeld in het eerste lid, tevens een voorschot op de tegemoetkoming in de schoolkosten. Het voorschot bedraagt ten hoogste de verschuldigde onderwijsbijdrage.
1.
Onze Minister kent een tegemoetkoming toe aan de leerling die daartoe een aanvraag heeft ingediend en die voldoet aan de voorschriften gegeven bij of krachtens deze wet.
2.
Onze Minister besluit op een aanvraag om tegemoetkoming indien de aanvraag is ingediend:
a. vóór 1 november van het jaar voorafgaand aan het kalenderjaar waarop de tegemoetkoming betrekking heeft: vóór 31 december van dat voorafgaande jaar, en
b. na het onder a bedoelde tijdstip: binnen 8 weken na de indiening van de aanvraag.
Artikel 4.9. Gedeeltelijke toekenning
Indien het op basis van de verstrekte gegevens onmogelijk is de draagkracht vast te stellen, kent Onze Minister de basistoelage toe.
1.
Tegemoetkoming wordt toegekend per kalenderjaar of een gedeelte daarvan, met dien verstande dat deze periode ten minste 1 kalendermaand is.
2.
Tegemoetkoming wordt niet toegekend voor een periode die gelegen is voor de datum van indiening van de aanvraag.
3.
Aan de leerling die reeds een tegemoetkoming ontvangt en een aanvraag heeft ingediend om in aanmerking te komen voor een verhoging van de basistoelage wordt, in afwijking van het tweede lid, de verhoging toegekend met ingang van de maand waarin de aanvraag tot verhoging is ingediend. Aan de leerling die reeds een tegemoetkoming ontvangt en een aanvraag heeft ingediend om in aanmerking te komen voor een tegemoetkoming in de onderwijsbijdrage of in de schoolkosten wordt, in afwijking van het tweede lid, de tegemoetkoming in de onderwijsbijdrage of in de schoolkosten toegekend met ingang van de maand waarvoor voor het eerst een tegemoetkoming is toegekend.
Artikel 4.11. Weigerachtige ouders
Op aanvraag van een uitwonende leerling wordt het niet toe te kennen deel van de maximale tegemoetkoming in de onderwijsbijdrage en in de schoolkosten toegekend in de vorm van lening. Voorwaarde voor die toekenning is dat de leerling gelijktijdig met de aanvraag aan Onze Minister een door hemzelf ondertekende verklaring verstrekt dat zijn TOS-ouder en diens partner beide weigeren bij te dragen in zijn schoolkosten. Die verklaring wordt mede ondertekend door een schooldecaan ten blijke dat zij naar zijn kennis juist is.
1.
De tegemoetkoming van de leerling die is ingeschreven aan een school als bedoeld in de artikelen 2.9, onderdelen a, b en c, of  2.10, of ingeschreven voor een cursus als bedoeld in artikel 2.9, onderdeel d, en die zonder geldige reden niet aan het onderwijs heeft deelgenomen gedurende een aaneengesloten periode van ten minste 5 weken, bestaat geheel uit lening met ingang van de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin de afwezigheid zonder geldige reden aanving. De periode van 5 weken wordt verlengd met de weken waarin vanwege vakantie geen onderwijs werd verzorgd.
2.
In afwijking van het eerste lid kan bij ministeriële regeling worden bepaald dat voor soorten van voortgezet onderwijs of voor soorten van vavo het eerste lid van overeenkomstige toepassing is, indien een leerling in een of meer vakken zonder geldige reden niet aan het onderwijs heeft deelgenomen.
3.
Onder afwezigheid met geldige reden wordt uitsluitend verstaan afwezigheid wegens ziekte van de leerling, welke ziekte uitsluitend kan worden aangetoond door middel van een gedagtekende verklaring van een arts, of afwezigheid wegens bijzondere familieomstandigheden.
Artikel 4.13. Weer aanwezig binnen 8 weken
Artikel 4.12 is niet van toepassing met ingang van de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin de leerling weer aan het onderwijs is gaan deelnemen, voorzover de tegemoetkoming niet reeds mede op grond van artikel 4.11 de vorm van lening had. Voorwaarde voor de toepassing van de vorige volzin is dat de leerling aan het onderwijs is gaan deelnemen binnen 8 weken na de aanvang van de periode van 5 weken. De periodes van 5 en 8 weken worden verlengd met de weken waarin vanwege vakantie geen onderwijs werd verzorgd.
1.
Het bestuur van de rechtspersoon waarvan de school, bedoeld in de artikelen 2.9, onderdelen b, c en d, of  2.10 voor zover het betreft een school als bedoeld in artikel 1.4a.1 van de WEB, uitgaat of de natuurlijke persoon die deze school in stand houdt, stelt uiterlijk op de derde werkdag na afloop van een periode van afwezigheid van 4 weken de leerling in kennis dat daarvan in de administratie van de school een aantekening is gemaakt en verzoekt de leerling om opgaaf van de reden van de afwezigheid.
2.
Uiterlijk op de vijfde werkdag na de periode van 8 weken stelt het bestuur van de rechtspersoon of de natuurlijke persoon vast:
a. of de reden die de leerling binnen 8 weken na de aanvang van de periode van 5 weken gaf voor zijn afwezigheid, een geldige is, of
b. dat de leerling binnen 8 weken na de aanvang van de periode van 5 weken geen reden heeft opgegeven voor zijn afwezigheid.
3.
Het bestuur van de rechtspersoon of de natuurlijke persoon stelt tevens uiterlijk op de vijfde werkdag na afloop van de periode van 8 weken vast of de leerling voor het einde van die periode weer aan het onderwijs is gaan deelnemen.
4.
Het bestuur van de rechtspersoon of de natuurlijke persoon meldt uiterlijk de vijfde werkdag na afloop van een periode van 8 weken aan Onze Minister dat de leerling die gedurende een aaneengesloten periode van ten minste 5 weken zonder opgave van geldige reden niet aan het onderwijs heeft deelgenomen. Tevens meldt hij, indien die leerling voor het einde van die periode van 8 weken weer aan het onderwijs is gaan deelnemen, de datum daarvan.
5.
De periodes van 5 en 8 weken worden verlengd met de weken waarin vanwege vakantie geen onderwijs werd verzorgd.
6.
Het bestuur van de rechtspersoon of de natuurlijke persoon stuurt gelijktijdig met de mededelingen, bedoeld in het vierde lid, een afschrift van de gegevens die over de betrokkene aan Onze Minister zijn verstrekt, aan deze betrokkene en geeft daarbij tevens aan dat afwezigheid als bedoeld in artikel 4.12, gevolgen heeft voor de tegemoetkoming van betrokkene, alsmede welke beroepsgang voor betrokkene open staat tegen de mededelingen, bedoeld in het vierde lid.
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
+ Hoofdstuk 2. Werkingssfeer
+ Hoofdstuk 3
- Hoofdstuk 4. Leerlingen van 18 jaar en ouder in voortgezet onderwijs en vavo
+ Hoofdstuk 5. Leraren alsmede leerlingen in deeltijd vo 18+ en vavo
+ Hoofdstuk 6. Opbouw en terugbetaling studieschuld
+ Hoofdstuk 7. Herziening
+ Hoofdstuk 8. Uitbetaling, verrekening en invordering
+ Hoofdstuk 9. Toezicht en sancties
+ Hoofdstuk 10. Onderwijs bedoeld in voorheen Hoofdstuk IV WTS
+ Hoofdstuk 11. Overige bepalingen
+ Hoofdstuk 12. Overgangsbepalingen
+ Hoofdstuk 13. Wijzigingen in andere wetten
+ Hoofdstuk 14. Slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht