1.
Een instelling meldt een verrichte of voorgenomen ongebruikelijke transactie binnen veertien dagen nadat het ongebruikelijke karakter van de transactie bekend is geworden, aan het meldpunt.
1.
Een instelling meldt een verrichte of voorgenomen ongebruikelijke transactie binnen veertien dagen nadat het ongebruikelijke karakter van de transactie bekend is geworden, aan het meldpunt.
2.
Bij een melding als bedoeld in het eerste lid verstrekt de instelling de volgende gegevens:
2.
Bij een melding als bedoeld in het eerste lid verstrekt de instelling de volgende gegevens:
a.
de identiteit van de cliënt en, voor zover mogelijk, de identiteit van degene ten behoeve van wie de transactie wordt uitgevoerd;
a.
de identiteit van de cliënt en, voor zover mogelijk, de identiteit van degene ten behoeve van wie de transactie wordt uitgevoerd;
b.
de aard en het nummer van het identiteitsbewijs van de cliënt;
b.
de aard en het nummer van het identiteitsbewijs van de cliënt;
c.
de aard, het tijdstip en de plaats van de transactie;
c.
de aard, het tijdstip en de plaats van de transactie;
d.
de omvang en de bestemming en herkomst van de gelden, effecten, edele metalen of andere waarden die bij een transactie betrokken zijn;
d.
de omvang en de bestemming en herkomst van de gelden, effecten, edele metalen of andere waarden die bij een transactie betrokken zijn;
e.
de omstandigheden op grond waarvan de transactie als ongebruikelijk wordt aangemerkt;
e.
de omstandigheden op grond waarvan de transactie als ongebruikelijk wordt aangemerkt;
f.
een omschrijving van de desbetreffende zaken van grote waarde bij een transactie boven de € 15 000;
f.
een omschrijving van de desbetreffende zaken van grote waarde bij een transactie boven de € 15 000;
g.
aanvullende, bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen, gegevens.
g.
aanvullende, bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen, gegevens.