Let op. Deze wet is vervallen op 1 januari 2007. U leest nu de tekst die gold op -.

Artikel 12 Wet toezicht beleggingsinstellingen

Uitgebreide informatie
1.
De beheerder waaraan een vergunning is verleend, de beleggingsinstelling waarover hij het beheer voert en de bewaarder, indien aan de instelling verbonden, houden zich aan bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen regels met betrekking tot:
a. deskundigheid en betrouwbaarheid;
b. financiële waarborgen;
c. bedrijfsvoering, waaronder maatregelen gericht op het bevorderen en handhaven van een integere bedrijfsvoering;
d. aan Onze Minister, aan de deelnemers in de beleggingsinstelling en aan het publiek te verstrekken informatie; en
e. waarborgen voor een adequaat toezicht op de naleving van de bij of krachtens deze wet gestelde regels.
Tot de eisen, bedoeld in onderdeel c, behoren niet de effectentypische gedragsregels, bedoeld in artikel 18a van de Wet toezicht effectenverkeer 1995.
2.
Degenen, die onmiddellijk bevoegd zijn bestuurders van de beheerder, de beleggingsinstelling of van de bewaarder te benoemen of te ontslaan, houden zich aan bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen regels ten aanzien van betrouwbaarheid. Onder bestuurder wordt begrepen ieder die de beheerder, beleggingsinstelling of bewaarder krachtens statuten of reglementen vertegenwoordigt dan wel binnen de beheerder, beleggingsinstelling of bewaarder het beleid bepaalt.
3.
De beheerder, de beleggingsinstelling als bedoeld in artikel 6, en de bewaarder houden zich bovendien aan bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen aanvullende eisen met betrekking tot deskundigheid en betrouwbaarheid, bedrijfsvoering, financiële waarborgen, het beleggen en informatieverstrekking.
4.
Onze Minister kan op verzoek van de beheerder bepalen dat de beheerder, de beleggingsinstelling of de bewaarder, niet behoeft te voldoen aan alle in het eerste, tweede of derde lid bedoelde regels indien zij aantoont dat daaraan redelijkerwijs niet volledig kan worden voldaan en dat de doeleinden die deze wet beoogt te bereiken anderszins voldoende bereikt zijn. Onze Minister kan een beschikking als hiervoor bedoeld wijzigen of intrekken indien naar zijn oordeel de omstandigheden waaronder de beschikking is gegeven zodanig zijn gewijzigd dat de doeleinden die deze wet beoogt te bereiken niet langer worden bereikt.
5.
De accountant, bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, die op grond van de regels, bedoeld in het eerste of tweede lid, de jaarrekening van de beheerder, of de beleggingsinstelling van een verklaring moet voorzien, meldt Onze Minister zo spoedig mogelijk elke omstandigheid waarvan hij bij de uitvoering van zijn desbetreffende werkzaamheden kennis heeft gekregen en die:
a. in strijd is met de eisen die voor het verkrijgen van de vergunning zijn gesteld;
b. in strijd is met de bij of krachtens deze wet opgelegde verplichtingen;
c. het voortbestaan van de beheerder, of de beleggingsinstelling bedreigt; of
d. leidt tot weigering van het afgeven van een verklaring omtrent de getrouwheid of tot het maken van voorbehouden.
6.
Op de accountant, bedoeld in het vijfde lid, die naast zijn werkzaamheden voor de beheerder of de beleggingsinstelling ook werkzaamheden uitvoert voor een andere onderneming of instelling, is de meldingsplicht, bedoeld in het vijfde lid, van overeenkomstige toepassing indien de beheerder of de beleggingsinstelling dochtermaatschappij is van de andere onderneming of instelling, dan wel indien de andere onderneming of instelling dochtermaatschappij is van de beheerder of de beleggingsinstelling. Voor de toepassing van de eerste volzin wordt onder dochtermaatschappij verstaan een dochtermaatschappij als bedoeld in artikel 24a van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, met dien verstande dat een beleggingsinstelling tevens dochtermaatschappij kan zijn van een natuurlijk persoon of vennootschap.
7.
Onverminderd het bepaalde in het vijfde en het zesde lid verstrekt de accountant, bedoeld in het vijfde lid, aan Onze Minister zo spoedig mogelijk alle inlichtingen die redelijkerwijs nodig zijn ten behoeve van het toezicht op de naleving van deze wet met betrekking tot bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen onderwerpen.
8.
De accountant die op grond van het vijfde of zesde lid tot een melding of op grond van het zevende lid tot het geven van inlichtingen aan Onze Minister is overgegaan, is niet aansprakelijk voor schade die een derde dientengevolge lijdt, tenzij aannemelijk wordt gemaakt dat, gelet op alle feiten en omstandigheden, in redelijkheid niet tot melding of tot het geven van inlichtingen had mogen worden overgegaan.
9.
Artikel 5, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing op een beheerder waaraan een vergunning is verleend en op een bewaarder.
10.
Artikel 16 van de Wet toezicht effectenverkeer 1995 is van overeenkomstige toepassing op het houden, verwerven of vergroten van een gekwalificeerde deelneming, dan wel het uitoefenen van enige zeggenschap verbonden aan een gekwalificeerde deelneming, in een beheerder als bedoeld in artikel 6 waaraan een vergunning is verleend.
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk I. Inleidende bepalingen
- Hoofdstuk II. Vergunning
+ Hoofdstuk III. Beleggingsinstellingen uit andere lidstaten die onder de toepassing van de richtlijn vallen
+ Hoofdstuk IIIa. Beleggingsinstellingen met zetel buiten Nederland die niet onder de werking van de richtlijn vallen
+ Hoofdstuk IV. Het register
+ Hoofdstuk V. Controle en uitvoering
+ Hoofdstuk VI. Bepalingen van bijzondere aard
+ Hoofdstuk VII. Beroep
+ Hoofdstuk VIIA. Onderzoek door Onze Minister
+ Hoofdstuk VII B. Dwangsom en bestuurlijke boete
+ Hoofdstuk VIIC. Openbaarmaking van overtredingen
+ Hoofdstuk VIII. Wijziging van andere wetten
+ Hoofdstuk IX. Slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht