Wet van 12 mei 2005 tot samenvoeging van de gemeenten Venhuizen en Drechterland
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de gemeenten Venhuizen en Drechterland samen te voegen;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Artikel 1
Met ingang van de datum van herindeling worden de gemeenten Venhuizen en Drechterland opgeheven.
Artikel 2
Met ingang van de datum van herindeling wordt de nieuwe gemeente Drechterland ingesteld, bestaande uit het grondgebied van de op te heffen gemeenten Venhuizen en Drechterland, zoals aangegeven op de bij deze wet behorende kaart.
Artikel 3
Voor de nieuwe gemeente Drechterland wordt de op te heffen gemeente Drechterland aangewezen voor de toepassing van artikel 36 van de Wet algemene regels herindeling, in verband met de toepassing van de instructies en reglementen, bedoeld in dat artikel.
Artikel 4
Voor de op te heffen gemeenten Venhuizen en Drechterland wordt de nieuwe gemeente Drechterland aangewezen voor de toepassing van de volgende bepalingen van de Wet algemene regels herindeling :
a. artikel 39, tweede lid, in verband met de heffing en invordering van gemeentelijke belastingen;
b. artikel 41, derde lid, in verband met de deelneming aan gemeenschappelijke regelingen;
c. artikel 45, tweede lid , in verband met de overgang van de voorziening van drinkwater, elektriciteit en gas.
1.
Voor de nieuwe gemeente Drechterland wordt een tussentijdse raadsverkiezing als bedoeld in artikel 52, tweede lid, onderdeel a, van de Wet algemene regels herindeling gehouden.
2.
Met de voorbereiding van de tussentijdse raadsverkiezing wordt de op te heffen gemeente Drechterland belast.
3.
Indien de datum van herindeling valt binnen twee jaar voor de datum waarop de reguliere verkiezingen voor de leden van de gemeenteraden ingevolge de Kieswet moeten worden gehouden, vinden deze verkiezingen niet plaats in de gemeente die bij deze wet is ingesteld.
4.
De zittingsperiode van de leden van de raad van de nieuwe gemeente eindigt in de in het derde lid bedoelde situatie gelijk met de zittingsperiode van de leden van de raden van de overige gemeenten die volgt op de eerste verkiezingen voor de gemeenteraden na de datum van herindeling.
Artikel 6
[Wijzigt de Wet op de rechterlijke indeling.]
Artikel 7
[Wijzigt de Politiewet 1993.]
Artikel 8
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te ’s-Gravenhage, 12 mei 2005
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
Uitgegeven de vijfde juli 2005
De Minister van Justitie,
Inhoudsopgave
+ Paragraaf 1. Opheffing en instelling van gemeenten
+ Paragraaf 2. Overige bepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Parlement
Documenten bij de totstandkoming van (deze versie van) de wet.

Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht