Wet van 29 november 2001 tot verbetering van de procesgang in het eerste ziektejaar en nieuwe regels voor de ziekmelding, de reïntegratie en de wachttijd van werknemers alsmede met betrekking tot de loondoorbetalingsverplichting van de werkgever (Wet verbetering poortwachter)
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is om een reïntegratieverslag en verlenging van de wachttijd in de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering in te voeren, de bepalingen over de ziekmelding in de Ziektewet en over de loondoorbetalingsverplichting van de werkgever in het Burgerlijk Wetboek alsmede, in verband met het voorgaande, de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten en enige andere wetten, te wijzigen met het oog op verbetering van de procesgang tijdens het eerste ziektejaar van de werknemer en een heldere verantwoordelijkheidsverdeling van werkgevers, werknemers, arbodiensten en uitvoeringsinstanties daarbij;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Artikel XIV. Evaluatiebepaling
Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid zendt binnen 4 jaar na de inwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk.
1.
Ten aanzien van de verzekerde wiens eerste dag van ongeschiktheid tot het verrichten van arbeid wegens ziekte is gelegen voor de dag van inwerkingtreding van artikel II, onderdeel M, zijn de artikelen 46, 71a, 75e, en 75f van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de artikelen 8, eerste lid, 15, tweede lid, 16 en 18, tweede lid, van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten, 15 van de Wet inschakeling werkzoekende, 52j van de Werkloosheidswet , en 14 van de Arbeidsomstandighedenwet zoals deze luiden op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel II, onderdeel M, van toepassing en zijn de artikelen 34a en 71b van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering en artikel 629 lid 11, onderdeel d, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, en artikel 76a, zesde lid, onderdeel b, van de Ziektewet niet van toepassing.
2.
Ten aanzien van de verzekerde die voor de dag van inwerkingtreding van artikel II, onderdeel B, zonder redelijke gronden weigert deel te nemen aan een voor hem gewenste opleiding of scholing of onvoldoende meewerkt aan het bereiken van een gunstig resultaat ervan, is artikel 28, onderdeel g, van de Wet op de arbeidsongeschiktheid niet van toepassing en is artikel 21, vierde lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheid, zoals dat artikel luidde op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel II, onderdeel B, van toepassing.
3.
Ten aanzien van de verzekerde die voor de dag van inwerkingtreding van artikel XII, onderdeel A, zonder redelijke gronden weigert deel te nemen aan een voor hem gewenste opleiding of scholing of onvoldoende meewerkt aan het bereiken van een gunstig resultaat ervan, is artikel 46, onderdeel g, van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen niet van toepassing en is artikel 9, derde lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, zoals dat artikel luidde op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel XII, onderdeel A, van toepassing.
4.
Ten aanzien van de jonggehandicapte die voor de dag van inwerkingtreding van artikel XIII, onderdeel A, zonder redelijke gronden weigert deel te nemen aan een voor hem gewenste opleiding of scholing of onvoldoende meewerkt aan het bereiken van een gunstig resultaat ervan, is artikel 38, onderdeel g, van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten niet van toepassing en is artikel 8, derde lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, zoals dat artikel luidde op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel XIII, onderdeel A, van toepassing.
5.
Indien op grond van het eerste lid toepassing wordt gegeven aan de artikelen 46, 71a, derde of vierde lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering of artikel 52j van de Werkloosheidswet , zoals die luidden op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel II, onderdeel M, zijn de artikelen 89 en 97e, onderdeel h, van de Werkloosheidswet , zoals die luidden op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel V, onderdeel B, onder 2, van toepassing, met dien verstande dat in artikel 89, onderdeel f, en artikel 97e, onderdeel h, van de Werkloosheidswet voor «artikel 71a, tweede en derde lid» wordt gelezen: artikel 71a, derde en vierde lid.
6.
Indien artikel 8, eerste lid, van de Wet op de (re)ïntegratie arbeidsgehandicapten, zoals dat lid luidde op het moment voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Invoeringswet Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen , toepassing vindt en op grond van dat artikel het reïntegratieverslag wordt verstrekt aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, is artikel 34a, eerste lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering niet van toepassing.
7.
Bij ministeriële regeling kunnen in verband met de goede overgang van taken van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen naar verplichtingen van de werkgever regels van overgangsrecht worden gesteld.
1.
De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.
2.
Indien het bij koninklijke boodschap van 2 maart 2000 ingediende voorstel van een Tijdelijke referendumwet (Kamerstukken II 1999/2000, 27 034) tot wet wordt verheven en in werking treedt, en deze wet wordt bekrachtigd op of na het tijdstip van inwerkingtreding van de Tijdelijke referendumwet , kan bij de toepassing van het eerste lid worden afgeweken van de artikelen 12 en 13 van de Tijdelijke referendumwet en vindt in dat geval artikel 16 van laatstgenoemde wet toepassing.
Artikel XVIII. Citeertitel
Deze wet wordt aangehaald als: Wet verbetering poortwachter.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te 's-Gravenhage, 29 november 2001
De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
De Minister van Justitie,
Uitgegeven de achttiende december 2001
De Minister van Justitie,
Inhoudsopgave
Artikel I. Ziektewet
Artikel II. Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering
Artikel III. Burgerlijk Wetboek
Artikel IV. Organisatiewet sociale verzekeringen 1997
Artikel V. Werkloosheidswet
Artikel VI. Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten
Artikel VII. Arbeidsomstandighedenwet 1998
Artikel VIII. Wet inschakeling werkzoekenden
Artikel IX. Wet terugdringing ziekteverzuim
Artikel X. Wet overheidspersoneel onder de werknemersverzekeringen
Artikel XI. Wet beslistermijnen sociale verzekeringen
Artikel XII. Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen
Artikel XIII. Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten
Artikel XIV. Evaluatiebepaling
Artikel XV. Overgangsrecht
Artikel XVI. Bepaling in verband met de Invoeringswet arbeid en zorg
Artikel XVII. Inwerkingtreding
Artikel XVIII. Citeertitel
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Parlement
Documenten bij de totstandkoming van (deze versie van) de wet.

Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht
Jurisprudentie
Voorbeelden van het gebruik van deze artikel(en) in rechterlijke uitspraken