Wet van 2 juni 2014 tot wijziging van de Wet inkomstenbelasting 2001, de Wet op de loonbelasting 1964, de Pensioenwet, de Wet verplichte beroepspensioenregeling en de Invoerings- en aanpassingswet Pensioenwet in verband met de aanpassing van het fiscale kader voor oudedagsvoorzieningen (Wet verlaging maximumopbouw- en premiepercentages pensioen en maximering pensioengevend inkomen)
Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is het fiscale kader voor pensioenen zodanig aan te passen dat bij 40 dienstjaren ten hoogste een ouderdomspensioen kan worden bereikt van 70% van het gemiddelde pensioengevend inkomen, met overeenkomstige aanpassing van het fiscale kader voor partner- en wezenpensioen, en voorts het pensioengevend inkomen te maximeren op € 100.000 alsmede het fiscale kader voor inkomensvoorzieningen in de inkomstenbelasting op overeenkomstige wijze aan te passen en bijbehorende aanpassingen in de Pensioenwet, de Wet verplichte beroepspensioenregeling en de Invoerings- en aanpassingswet Pensioenwet door te voeren;
Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Artikel I
[Wijzigt de Wet inkomstenbelasting 2001.]
Artikel II
[Wijzigt de Wet inkomstenbelasting 2001.]
Artikel III
[Wijzigt de Wet op de loonbelasting 1964.]
Artikel IV
[Wijzigt de Wet op de loonbelasting 1964.]
Artikel VI
Het in artikel I, onderdeel B, onder 1, laatstgenoemde bedrag wordt per 1 januari 2015 bij ministeriële regeling vervangen door een ander bedrag. Dit bedrag wordt berekend door het per 1 januari 2015 in artikel 3.127, derde lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 eerstgenoemde bedrag, verminderd met het na toepassing van artikel 10.1 van die wet per 1 januari 2015 in artikel 3.127, derde lid, van die wet laatstgenoemde bedrag, te vermenigvuldigen met het na toepassing van artikel 3.68, vierde lid, van die wet per 1 januari 2015 in artikel 3.68, eerste lid, van die wet genoemde percentage en vervolgens de nodig geachte afronding aan te brengen.
Artikel VIa
[Wijzigt de Successiewet 1956.]
Artikel VII
[Wijzigt de Pensioenwet.]
Artikel VIII
[Wijzigt de Wet verplichte beroepspensioenregeling.]
Artikel IX
[Wijzigt de Invoerings- en aanpassingswet Pensioenwet.]
Artikel IXa
[Wijzigt de Wet financiering sociale verzekeringen.]
Artikel X
Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.
Artikel XI
Deze wet wordt aangehaald als: Wet verlaging maximumopbouw- en premiepercentages pensioenen en maximering pensioengevend inkomen.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te
Wassenaar, 2 juni 2014
De Staatssecretaris van Financiën,
De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
Uitgegeven de elfde juni 2014
De Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie,
Inhoudsopgave
Artikel I
Artikel II
Artikel III
Artikel IV
Artikel V
Artikel VI
Artikel VIa
Artikel VII
Artikel VIII
Artikel IX
Artikel IXa
Artikel X
Artikel XI
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht