Wet van 29 maart 2012, houdende wijziging van enkele socialezekerheidswetten in verband met aanpassing van de hoogte van de uitkering aan het woonland (Wet woonlandbeginsel in de sociale zekerheid)
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is, gelet op het karakter van de kinderbijslag, het kindgebonden budget, de nabestaandenuitkeringen en de vervolguitkering van de WGA-uitkering, te regelen dat deze worden aangepast aan het kostenniveau van een land waar een kind of de uitkeringsgerechtigde woont;
Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Artikel Ia
[Wijzigt deze wet.]
Artikel Ib
[Wijzigt de Verzamelwet SZW 2012.]
1.
De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.
2.
Bij het vaststellen van het in het eerste lid genoemde tijdstip van inwerkingtreding wordt in acht genomen dat, indien het Staatsblad waarin deze wet wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 31 december 2011, artikel I of artikel IA voor personen die voor de datum van uitgifte van genoemd Staatsblad recht op kinderbijslag hebben, in werking treedt met ingang van de eerste dag van het kalenderkwartaal die gelegen is minstens zes kalendermaanden na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin deze wet wordt geplaatst.
3.
Bij het vaststellen van het in het eerste lid genoemde tijdstip van inwerkingtreding wordt in acht genomen dat, indien het Staatsblad waarin deze wet wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 31 december 2011 de artikelen II en IV voor personen die voor de datum van uitgifte van genoemd Staatsblad recht op een uitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet respectievelijk een uitkering op grond van artikel 62 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen hebben, in werking treden met ingang van de eerste dag van de kalendermaand die gelegen is minstens zes kalendermaanden na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin deze wet wordt geplaatst.
Artikel VI. Citeertitel
Deze wet wordt aangehaald als: Wet woonlandbeginsel in de sociale zekerheid.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te
’s-Gravenhage, 29 maart 2012
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
Uitgegeven de achtste mei 2012
De Minister van Veiligheid en Justitie,
Inhoudsopgave
Artikel I. Algemene Kinderbijslagwet
Artikel Ia
Artikel Ib
Artikel II. Algemene nabestaandenwet
Artikel III. Wet op het kindgebonden budget
Artikel IV. Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen
Artikel V. Inwerkingtreding
Artikel VI. Citeertitel
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht