Let op. Deze wet is vervallen op 1 juli 2012. U leest nu de tekst die gold op 30 juni 2012.

Wet zeggenschap in ter beurze genoteerde vennootschappen BES

Uitgebreide informatie
1.
De persoon die voornemens is onder welke titel dan ook, stemgerechtigde aandelen in het kapitaal van een vennootschap te verkrijgen, en die weet of behoort te weten dat hij na die verkrijging stemmen zal hebben welke 20% of meer vertegenwoordigen van alle stemmen die op het geplaatste kapitaal van die vennootschap kunnen worden uitgebracht, is verplicht alvorens tot die verkrijging over te gaan, het bestuur van de vennootschap van zijn voornemen op de hoogte te stellen, en het de gelegenheid te geven met hem te overleggen, binnen een periode welke hij op niet minder kan stellen dan twee weken nadat hij het bestuur op de hoogte heeft gesteld.
2.
De uitnodiging tot overleg als in het vorige lid bedoeld dient schriftelijk te geschieden, overeenkomstig het bepaalde in artikel 5, onder opgave van mutatis mutandis de in artikel 5 omschreven voornemens van de persoon met betrekking tot de vennootschap indien hij invloed verwerft over haar beleid, en de wijze waarop de verwerving zal worden gefinancierd, met inbegrip van de naam en het adres van iedere bank, financiële instelling of andere partij die zich verbonden heeft de verwerving geheel of gedeeltelijk te financieren.
3.
Gedurende de tijd dat het overleg kan plaats vinden en gedurende een week nadat het overleg is begonnen, is het de persoon en de met hem gelieerde partijen verboden enig openbaar of onderhands bod uit te brengen op stemgerechtigde aandelen of andere effecten van de vennootschap, noch om deze te verwerven anders dan met toestemming van het bestuur en van de raad van commissarissen.
4.
Indien het bestuur geen gebruik heeft gemaakt van de uitnodiging tot overleg, of indien het overleg niet binnen een week tot een met toestemming van de raad van commissarissen bereikt resultaat heeft geleid, is het de persoon verboden stemgerechtigde aandelen en andere effecten van de vennootschap boven de in het eerste lid genoemde drempel te verwerven, anders dan door het uitbrengen van een openbaar bod waarbij de voorwaarden, in artikel 10 gesteld, in acht zijn genomen.
1.
De persoon die stemgerechtigde aandelen boven de in het eerste lid van artikel 8 bedoelde drempel door welke oorzaak dan ook is gaan houden zonder toestemming van het bestuur en de raad van commissarissen van de vennootschap of anders dan als gevolg van een openbaar bod als bedoeld in artikel 10, is verplicht onmiddellijk zijn aandelenbezit tot beneden die drempel te brengen.
2.
Indien de bedoelde drempel onopzettelijk of buiten toedoen van de persoon of van met hem gelieerde partijen werd overtreden, is het bestuur met toestemming van de raad van commissarissen bevoegd om de persoon alsnog geheel of gedeeltelijk ontheffing te verlenen van de verplichting om zijn aandelenbezit beneden de drempel te brengen, welke ontheffing onder voorwaarden verleend kan worden.
3.
Binnen tien dagen nadat een persoon onopzettelijk of buiten zijn toedoen en buiten het toedoen van met hem gelieerde partijen, stemgerechtigde aandelen is gaan houden boven de bedoelde drempel, of nadat hem dat feit bekend werd, of nadat een verzoek tot ontheffing als in het eerste lid bedoeld is afgewezen, kan de persoon aan het bestuur zijn voornemen kenbaar maken om een openbaar bod als in artikel 10 bedoeld uit te brengen, in welk geval hij niet verplicht is zijn aandelenbezit tot beneden de drempel terug te brengen. De verplichting herleeft evenwel zodra hij van dat voornemen afziet.
Artikel 10
Een openbaar bod, uitgebracht door een persoon of door een met hem gelieerde partij, en waarmee wordt beoogd of dat ertoe kan leiden dat die persoon stemgerechtigde aandelen in het kapitaal van een vennootschap verkrijgt boven de in het eerste lid van artikel 8 bedoelde drempel, en welk bod wordt uitgebracht zonder de toestemming van het bestuur en van de raad van commissarissen van de vennootschap, dient:
a. openbaar te worden uitgebracht op alle effecten van de vennootschap, met uitzondering van effecten die door de vennootschap zelf worden gehouden;
b. een in contanten betaalbare prijs per effect te bieden niet lager dan, voor iedere soort van de effecten:
1°. de door erkende effectenbeurzen hoogst genoteerde koers of bekendgemaakte prijs voor die soort van de effecten gedurende de onmiddellijk aan het bod voorafgaande twaalf maanden; en
2°. de hoogste prijs die voor die soort van de effecten door de persoon en de met hem gelieerde partijen gedurende de onmiddellijk aan het bod voorafgaande vierentwintig maanden is geboden voor enig effect van dezelfde soort;
c. de gelegenheid te geven het bod gedurende een eerste aanmeldingstermijn van tenminste vier en ten hoogste tien weken te aanvaarden, en gedurende een daarop aansluitende tweede aanmeldingstermijn van tenminste twee weken, indien het bod aanvankelijk voorwaardelijk werd uitgebracht en gedurende de eerste termijn onvoorwaardelijk wordt;
d. onvoorwaardelijk en onherroepelijk te zijn met dien verstande dat de bieder een of meer van de volgende voorwaarden kan stellen:
1°. dat zich onder de gedurende de eerste aanmeldingstermijn aangemelde effecten, zoveel stemgerechtigde aandelen bevinden, dat de persoon tenminste 50%, of een hoger door hem vastgesteld percentage van de stemmen die op het geplaatste kapitaal kunnen worden uitgebracht, zal kunnen uitbrengen;
2°. dat gedurende de eerste aanmeldingstermijn niet door een derde voor het eerst wordt bekend gemaakt dat deze een openbaar bod op de effecten of een deel daarvan uitbrengt of het voornemen daartoe heeft, of dat deze met de vennootschap is overeengekomen stemgerechtigde aandelen te nemen welke vijf procent of meer vertegenwoordigen van de stemmen die op het geplaatste kapitaal kunnen worden uitgebracht;
3°. dat gedurende de eerste aanmeldingstermijn alle benodigde rechterlijke of administratieve toestemmingen voor de verkrijging van de effecten zijn of worden verleend of toezeggingen daartoe zijn of worden gedaan;
4°. dat een voorwaarde waaronder een in onderdeel 3° bedoelde toestemming of toezegging tot toestemming is verleend, niet is vervuld;
5°. dat gedurende de eerste aanmeldingstermijn zich geen omstandigheden voordoen die aan de persoon bij het uitbrengen van het bod onbekend waren en niet bekend hoefden te zijn, en welke een doorslaggevende betekenis zouden hebben gehad, ware zij bij het uitbrengen van het bod bekend geweest.
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk I. Algemene bepalingen
+ Hoofdstuk II. Kennisgeving van zeggenschap
- Hoofdstuk III. Openbaar bod op effecten
+ Hoofdstuk IV. Diverse bepalingen
+ Hoofdstuk V. Uitzonderingen
+ Hoofdstuk VI
+ Hoofdstuk VII. Strafbepalingen
+ Hoofdstuk VIII. Slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht