1.
Hij die buiten het Koninkrijk een feit begaat, dat niet met straf wordt bedreigd door enige ingevolge dit wetboek toepasselijke strafbepaling, doch waarvoor hij ingevolge enige op hem toepasselijke wet van het land, waar het feit begaan wordt, strafbaar is, wordt gestraft met hetzij hechtenis van ten hoogste zes maanden en geldboete van de derde categorie, hetzij één van deze straffen. De opgelegde hechtenis mag in duur het maximum van de tegen het feit in de buitenlandse wet bedreigde vrijheidsstraf niet overtreffen. De opgelegde geldboete mag evenmin het maximum van de in de buitenlandse wet tegen het feit bedreigde geldboete te boven gaan.
2.
De vrijheidsstraf en de geldboete mogen slechts gezamenlijk worden opgelegd, indien dit ook bij toepassing van de buitenlandse wet mogelijk ware geweest.
Inhoudsopgave
+ Eerste Boek. Algemene bepalingen
+ Tweede Boek. Misdrijven
- Derde Boek. Overtredingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht