Besluit van 1 juli 1991, houdende wijziging van het Algemeen Rijksambtenarenreglement, het Arbeidsovereenkomstenbesluit en het Ambtenarenreglement Staten-Generaal betreffende vakantie
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken van 7 mei 1991, nr. AB91/29/U2, directoraat-generaal Management en Personeelsbeleid, directie Arbeidsvoorwaarden, afdeling Algemene Arbeidsvoorwaarden en Juridische Zaken;
Gelet op de artikelen 125, eerste lid en 134, eerste lid van de Ambtenarenwet 1929;
De Raad van State gehoord, advies van 26 juni 1991, nr. W04.91.0256;
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Binnenlandse Zaken van 27 juni 1991, nr. AB91/263, directoraat-generaal Management en Personeelsbeleid, directie Arbeidsvoorwaarden, afdeling Arbeidsverhoudingen en Juridische Zaken;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Artikel I
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]
Artikel II
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]
Artikel III
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]
Artikel IV
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]
Artikel V
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]
Artikel VI
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]
Artikel VII
De op de datum voor inwerkingtreding van dit besluit bestaande aanspraken op vakantie worden berekend over de periode tot aan de inwerkingtreding van dit besluit en samengevoegd met de aanspraken op vakantie berekend over de periode na inwerkingtreding van dit besluit. Indien de vakantieaanspraak in dagen werd uitgedrukt geldt bij de samenvoeging een omrekeningsfactor van 8 uur per dag indien voor betrokkene een volledige werktijd van 38 per week, dan wel indien voor betrokkene een onvolledige werktijd gold en hij op gemiddeld minder dan vijf dagen per week 8 uur per dag dienst verrichtte. Bij onvolledige werktijd anders dan in de vorige zin bedoeld, geldt een aan de omvang van die werktijd gerelateerde evenredige omrekeningsfactor.
Artikel VIII
Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de datum van plaatsing in het Staatsblad en werkt wat betreft onderdeel A van de artikelen I, III en V terug tot en met 1 januari 1991 en wat betreft onderdeel B van de artikelen I, III en V tot en met 1 juli 1990.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat afschrift daarvan zal worden gezonden aan de Raad van State en aan de Algemene Rekenkamer.
's-Gravenhage, 1 juli 1991
De Minister van Binnenlandse Zaken,
Uitgegeven de negende juli 1991
De Minister van Justitie,
Inhoudsopgave
Artikel I
Artikel II
Artikel III
Artikel IV
Artikel V
Artikel VI
Artikel VII
Artikel VIII
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht