Besluit van 4 maart 1992, houdende wijziging van het Algemeen Rijksambtenarenreglement, het Arbeidsovereenkomstenbesluit en het Ambtenarenreglement Staten-Generaal betreffende vakantie en betreffende ouderschapsverlof
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken van 29 november 1991, nr. AB91/U820, directoraat-generaal Management en Personeelsbeleid, directie Arbeidsvoorwaarden, afdeling Arbeidsvoorwaarden Rijkspersoneel;
Gelet op de artikelen 125, eerste lid, en 134, eerste lid, van de Ambtenarenwet 1929;
De Raad van State gehoord (advies van 31 januari 1992, nr. W04.91.0692);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Binnenlandse Zaken van 27 februari 1992, nr. AB92/136, directoraat-generaal Management en Personeelsbeleid, directie Arbeidsvoorwaarden, afdeling Arbeidsvoorwaarden Rijkspersoneel;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Artikel I
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]
Artikel II
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]
Artikel III
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]
Artikel IV
De toepassing van artikel 23, achtste lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement, van artikel 22, achtste lid, van het Arbeidsovereenkomstenbesluit en van artikel 36, achtste lid, van het Ambtenarenreglement Staten-Generaal vindt ten aanzien van op 31 december 1991 nog niet genoten vakantie eerst plaats met ingang van 31 december 1994, welke datum in bijzondere individuele gevallen door het bevoegde gezag op een latere datum kan worden gesteld.
1.
Dit besluit treedt voor wat betreft artikel I, onderdeel D, artikel II, onderdeel D en artikel III, onderdeel D in werking met ingang van de tweede dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 oktober 1991.
2.
In afwijking van het eerste lid vindt ten aanzien van de gevallen waarin voor de inwerkingtreding van dit besluit een verlofperiode is aangevangen volgens de regelen van artikel 33 g, derde lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement , 30 i , derde lid, van het Arbeidsovereenkomstenbesluit en 62 a , derde lid, van het Ambtenarenreglement Staten-Generaal geen terugwerkende kracht plaats.
3.
Dit besluit treedt voor wat betreft artikel I onderdelen A, C en E, artikel II onderdelen A, C en E en artikel III onderdelen A, C en E in werking met ingang van 1 januari 1992. Indien het Staatsblad waarin dit besluit wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 1 januari 1992, treedt het in werking met ingang van de tweede dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst, en werkt het terug tot en met 1 januari 1992.
4.
Dit besluit treedt voor wat betreft artikel I onderdeel B, artikel II onderdeel B en artikel III onderdeel B in werking met ingang van de tweede dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat afschrift daarvan zal worden gezonden aan de Raad van State en aan de Algemene Rekenkamer.
's-Gravenhage, 4 maart 1992
De Minister van Binnenlandse Zaken a.i.,
Uitgegeven de negentiende maart 1992
De Minister van Justitie,
Inhoudsopgave
Artikel I
Artikel II
Artikel III
Artikel IV
Artikel V
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht