Besluit van 7 december 2006, houdende wijziging van het Algemeen Rijksambtenarenreglement en enkele andere besluiten in verband met de formalisering van de Arbeidsvoorwaardenovereenkomst sector Rijk 2005–2006
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 27 oktober 2006, nr. 2006-0000340898, directoraat-generaal Management Openbare Sector, directie Personeel, Organisatie en Informatie Rijk, afdeling Personeel Rijk, gedaan mede namens Onze Minister van Buitenlandse Zaken;
Gelet op artikel 125, eerste lid, van de Ambtenarenwet;
De Raad van State gehoord (advies van 9 november 2006, nr. W04.06.0466/I);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 5 december 2006, nr. 2006-0000369383, directoraat-generaal Management Openbare Sector, directie Personeel, Organisatie en Informatie Rijk, afdeling Personeel Rijk, uitgebracht mede namens Onze Minister van Buitenlandse Zaken;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Artikel I
[Wijzigt het Algemeen Rijksambtenarenreglement.]
Artikel II
[Wijzigt het Ambtenarenreglement Staten-Generaal. ]
Artikel III
[Wijzigt het Reglement Dienst Buitenlandse Zaken. ]
Artikel IV
[Wijzigt het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984. ]
Artikel V
[Wijzigt de Overgangsregeling Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984. ]
Artikel VI
[Wijzigt het Besluit personenchauffeurs Rijksdienst. ]
Artikel VII
Degene aan wie op grond van het Besluit tegemoetkoming ziektekosten rijkspersoneel , zoals dat luidde op 31 december 2005, over december 2005 een tegemoetkoming voor een gezinslid als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel b, ten eerste, van dat besluit is verleend, heeft recht op een eenmalige uitkering. Deze uitkering bedraagt € 450,00, vermenigvuldigd met de voor de betrokkene op 1 december 2005 geldende arbeidsduurfactor indien deze kleiner is dan 1.
1.
Dit besluit, met uitzondering van de artikelen I, onderdeel C, II, onderdeel C, III, onderdeel E en IV, onderdeel D, treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad, met dien verstande dat:
artikel IV, onderdeel B, onder 1, terugwerkt tot en met 1 januari 2004;
artikel IV, onderdeel B, onder 2, terugwerkt tot en met 1 januari 2005;
artikel IV, onderdeel B, onder 3, terugwerkt tot en met 29 december 2005; en
2.
Artikel IV, onderdeel D, treedt in werking met ingang van 1 december 2006.
3.
De artikelen I, onderdeel C, II, onderdeel C en III, onderdeel E, treden in werking met ingang van 1 januari 2007.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
’s-Gravenhage, 7 december 2006
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties ,
De Minister van Buitenlandse Zaken ,
Uitgegeven de twintigste december 2006
De Minister van Justitie ,
Inhoudsopgave
Artikel I
Artikel II
Artikel III
Artikel IV
Artikel V
Artikel VI
Artikel VII
Artikel VIII
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht