Besluit van 19 december 1995, houdende wijziging van het Algemeen Rijksambtenarenreglement en enige andere rechtspositionele regelingen in verband met de invoering van de WAO-conforme uitkering
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken van 31 juli 1995, nr. AD95/U732, directoraat-generaal Management en Personeelsbeleid, directie Personeelsmanagement Rijksdient, afdeling Arbeidsvoorwaarden en Sociaal Beleid, gedaan mede namens Onze Minister van Buitenlandse Zaken;
Gelet op artikel 125, eerste lid, van de Ambtenarenwet;
De Raad van State gehoord (advies van 14 november 1995, WO4.95.0427);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Binnenlandse Zaken van 12 december 1995, nr. AD95/1166, directoraat-generaal Management en Personeelsbeleid, directie Personeelsmanagement Rijksdienst, afdeling Arbeidsvoorwaarden en Sociaal Beleid, uitgebracht mede namens Onze Minister van Buitenlandse Zaken;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Artikel I
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]
Artikel II
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]
Artikel III
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]
Artikel IV
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]
Artikel V
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]
Artikel VI
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]
Artikel VII
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]
Artikel VIII
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]
Artikel IX
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]
Artikel X
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]
Artikel XI
A
De ambtenaar in tijdelijke dienst die op 1 januari 1996 aanspraak heeft op doorbetaling van zijn volledige bezoldiging, dan wel die aanspraak zou hebben indien vanaf het moment van intreden van de ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte toepassing zou zijn gegeven aan artikel 39 of artikel 42 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement dan wel aan artikel 74 of 77 van het Ambtenarenreglement Staten-Generaal, heeft vanaf 1 januari 1996 aanspraak op zijn volledige bezoldiging over het op 1 januari 1996 nog niet verstreken gedeelte van de periode van 18 maanden, doch niet langer dan tot de eerste van de maand waarin hij de leeftijd van 65 jaar bereikt.
B
De aanspraken op grond van artikel 45 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement en artikel 80 van het Ambtenarenreglement Staten-Generaal naar de tekst op 31 december 1995, worden omgezet in aanspraken op grond van artikel 45 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement respectievelijk artikel 80 van het Ambtenarenreglement Staten-Generaal. Indien anders dan als gevolg van een wijziging in de mate van invaliditeit, het bedrag van de nieuw berekende aanvullende uitkering geringer is dan het bedrag van de aanvullende uitkering op 31 december 1995, wordt het bedrag van de aanvullende uitkering tot laatstbedoeld bedrag verhoogd.
C
1. De gewezen ambtenaar die op 31 december 1995 op grond van artikel 42, vierde lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement dan wel artikel 77, vierde lid, van het Ambtenarenreglement Staten-Generaal, een uitkering heeft overeenkomstig de normen van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering en op 1 januari 1996 een recht verkrijgt op een WAO-conforme uitkering, welke lager is dan de eerstbedoelde uitkering, heeft recht op een aanvullende uitkering ter grootte van dat verschil voor de periode gedurende welke hij na 1 januari 1996 aanspraak op eerstbedoelde uitkering zou hebben gehad.
2. Bij de berekening van de aanvullende uitkering wordt rekening gehouden met een wijziging als bedoeld in artikel 42, zevende lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement respectievelijk artikel 77, zevende lid van het Ambtenarenreglement Staten-Generaal.
3. Voor zolang de arbeidongeschiktheid in de zin van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering een ander percentage wordt vastgesteld vindt, in voorkomende gevallen met toepassing van het tweede lid, herberekening van de aanvullende uitkering op basis van het gewijzigde percentage plaats.
Artikel XII
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 1996. Indien het Staatsblad waarin dit besluit wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 31 december 1995, treedt het in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst, en werkt het terug tot en met 1 januari 1996.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
's-Gravenhage, 19 december 1995
De Minister van Binnenlandse Zaken,
De Minister van Buitenlandse Zaken,
Uitgegeven de negende januari 1996
De Minister van Justitie,
Inhoudsopgave
Artikel I
Artikel II
Artikel III
Artikel IV
Artikel V
Artikel VI
Artikel VII
Artikel VIII
Artikel IX
Artikel X
Artikel XI
Artikel XII
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht