Besluit van 8 maart 1996, houdende wijziging van enige besluiten naar aanleiding van het akkoord arbeidsvoorwaarden- en werkgelegenheidsbeleid 1995-1997 sector Defensie
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van de Staatssecretaris van Defensie van 9 januari 1996, nr. PAV2210/96000201;
Gelet op artikel 125 van de Ambtenarenwet, artikel 12 van de Militaire Ambtenarenwet 1931 en artikel 2 van de Wet Rechtstoestand Dienstplichtigen;
De Raad van State gehoord (advies van 13 februari 1996, nr. W07.96.0016);
Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Defensie van 4 maart 1996, nr. PAV2210/96003149;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Artikel I
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]
Artikel II
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]
Artikel III [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]
Artikel IV
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]
Artikel V [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]
Artikel VI [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]
Artikel VII [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]
Artikel VIII [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]
1.
De militair die op 30 juni 1996 aanspraken ontleende aan de ministeriële regeling betreffende de aanspraken bij samenlevingsvormen maar van wie de levenspartner met wie hij op die datum samenwoont, nog niet door het Algemeen burgerlijk pensioenfonds is ingeschreven in het register inzake partnerpensioenen, behoudt zijn aanspraken uit hoofde van die regeling, indien het niet inschrijven uitsluitend het gevolg is van de omstandigheid dat de levenspartner naar Nederlands recht nog gehuwd is. De aanspraken op grond van die ministeriële regeling eindigen één jaar na inwerkingtreding van dit besluit, of zoveel eerder als:
a. de levenspartner niet langer naar Nederlands recht gehuwd is;
b. niet langer wordt voldaan aan de in die regeling gestelde voorwaarden.
2.
De militair die op 30 juni 1996 aanspraken ontleende aan de ministeriële regeling betreffende de aanspraken bij samenlevingsvormen maar van wie de levenspartner met wie hij op die datum samenwoont, nog niet door het Algemeen burgerlijk pensioenfonds is ingeschreven in het register inzake partnerpensioenen, behoudt zijn aanspraken uit hoofde van die regeling, indien het niet inschrijven uitsluitend het gevolg is van de omstandigheid dat de militair of zijn levenspartner de leeftijd van achttien jaar nog niet hebben bereikt. De aanspraken op grond van die ministeriële regeling eindigen zodra:
a. de militair en zijn levenspartner de leeftijd van achttien jaar hebben bereikt;
b. niet langer wordt voldaan aan de in die regeling gestelde voorwaarden.
3.
De militair die op 30 juni 1996 aanspraken ontleende aan de ministeriële regeling betreffende de aanspraken bij samenlevingsvormen maar van wie de levenspartner met wie hij op die datum samenwoont, nog niet door het Algemeen burgerlijk pensioenfonds is ingeschreven in het register inzake partnerpensioenen, behoudt zijn aanspraken uit hoofde van die regeling, indien het niet inschrijven uitsluitend het gevolg is van de omstandigheid dat de militair of zijn levenspartner bloed- of aanverwanten in de rechte lijn zijn. De aanspraken op grond van die ministeriële regeling eindigen zodra niet langer wordt voldaan aan de in die regeling gestelde voorwaarden.
1.
De ambtenaar als bedoeld in artikel 1 van het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie, op wie op 30 juni 1996 artikel 4 van dat reglement van toepassing was zoals dat luidde voor inwerkingtreding van dit besluit, maar van wie de levenspartner met wie hij op die datum samenwoont, nog niet door het Algemeen burgerlijk pensioenfonds is ingeschreven in het register inzake partnerpensioenen, behoudt zijn aanspraken uit hoofde van dat artikel, indien het niet inschrijven uitsluitend het gevolg is van de omstandigheid dat de levenspartner naar Nederlands recht nog gehuwd is. Die aanspraken eindigen één jaar na inwerkingtreding van dit besluit, of zoveel eerder als:
a. de levenspartner niet langer naar Nederlands recht gehuwd is;
b. niet langer wordt voldaan aan de in dat artikel gestelde voorwaarden.
2.
De ambtenaar als bedoeld in artikel 1 van het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie, op wie op 30 juni 1996 artikel 4 van dat reglement van toepassing was zoals dat luidde voor inwerkingtreding van dit besluit, maar van wie de levenspartner met wie hij op die datum samenwoont, nog niet door het Algemeen burgerlijk pensioenfonds is ingeschreven in het register inzake partnerpensioenen, behoudt zijn aanspraken uit hoofde van dat artikel, indien het niet inschrijven uitsluitend het gevolg is van de omstandigheid dat de ambtenaar of zijn levenspartner de leeftijd van achttien jaar nog niet hebben bereikt. Die aanspraken eindigen zodra:
a. de ambtenaar en zijn levenspartner de leeftijd van achttien hebben bereikt;
b. niet langer wordt voldaan aan de in dat artikel gestelde voorwaarden.
3.
De ambtenaar als bedoeld in artikel 1 van het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie, op wie op 30 juni 1996 artikel 4 van dat reglement van toepassing was zoals dat luidde voor inwerkingtreding van dit besluit, maar van wie de levenspartner met wie hij op die datum samenwoont, nog niet door het Algemeen burgerlijk pensioenfonds is ingeschreven in het register inzake partnerpensioenen, behoudt zijn aanspraken uit hoofde van dat artikel, indien het niet inschrijven uitsluitend het gevolg is van de omstandigheid dat de ambtenaar of zijn levenspartner bloed- of aanverwanten in de rechte lijn zijn. De aanspraken op grond van dat artikel eindigen zodra niet langer wordt voldaan aan de in dat artikel gestelde voorwaarden.
Artikel XI [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]
De artikelen 71 a en 80 b van het Algemeen militair ambtenarenreglement zijn niet van toepassing ten aanzien van het op 31 december 1996 nog niet verleend vakantieverlof.
Artikel XII [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]
De toepassing van artikel 80 van het Algemeen militair ambtenarenreglement vindt ten aanzien van op 31 december 1996 nog niet verleend vakantieverlof eerst plaats met ingang van 31 december 1999.
Artikel XIII
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 april 1996, met uitzondering van:
b. artikel I, onderdelen C, E, F, G, I, J en K, artikel IV, onderdelen C en D, artikelen XI en XII, die in werking treden op 1 januari 1997,
met dien verstande dat:
c. artikel IV, onderdeel H, onder 2, terugwerkt tot en met 1 juni 1994.
Indien het Staatsblad waarin dit besluit wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 31 maart 1996, treedt het in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
's-Gravenhage, 8 maart 1996
De Staatssecretaris van Defensie,
Uitgegeven de zesentwintigste maart 1996
De Minister van Justitie,
Inhoudsopgave
Artikel I
Artikel II
Artikel III
Artikel IV
Artikel V
Artikel VI
Artikel VII
Artikel VIII
Artikel IX
Artikel X
Artikel XI
Artikel XII
Artikel XIII
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht