Besluit van 31 oktober 2001, houdende wijziging van het Besluit bewijzen van bevoegdheid voor de luchtvaart
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat, in overeenstemming met Onze Minister van Defensie, van 22 augustus 2001, nr. DGL/DLB/L 01.421042, Directoraat-Generaal Luchtvaart;
Gelet op de artikelen 1.2, tweede lid, 2.2, derde lid, 2.3, tweede, vijfde en zesde lid, 2.4, tweede, derde en vierde lid, 2.5, vierde lid, 2.7, vierde lid, en 2.9, eerste en derde lid, van de Wet luchtvaart;
De Raad van State gehoord (advies van 13 september 2001, nr. W09.01.0451/V);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat, in overeenstemming met Onze Minister van Defensie, van 22 oktober 2001, nr. DGL/01.421065, Directoraat-Generaal Luchtvaart;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Artikel I
[Wijzigt het Besluit bewijzen van bevoegdheid voor de luchtvaart.]
1.
De bewijzen van bevoegdheid om op te treden als bestuurder van een helikopter of als boordwerktuigkundige van een luchtvaartuig, die zijn afgegeven na 30 juni 2001, worden aangemerkt als te zijn afgegeven op grond van het Besluit bewijzen van bevoegdheid voor de luchtvaart .
2.
De opleidingsinstellingen met betrekking tot de in het eerste lid bedoelde bewijzen van bevoegdheid, welke na 30 juni 2001 worden erkend als opleidingsinstelling, worden aangemerkt als te zijn erkend op grond van het Besluit bewijzen van bevoegdheid voor de luchtvaart .
3.
De opleidingsinstellingen, welke na 31 mei 2001 erkend zijn als opleidingsinstelling voor het verkrijgen van een JAR-66-AML, worden aangemerkt als te zijn erkend op grond van het Besluit bewijzen van bevoegdheid voor de luchtvaart .
Artikel III
De geneeskundigen en geneeskundige instanties, die op het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit bevoegd zijn tot het verrichten van keuringen van aanvragers of houders van zweefvliegbewijzen en van ballonvoerders blijven tot 1 oktober 2004 bevoegd tot het verrichten van diezelfde of gelijkwaardige keuringen en het opstellen van de hieruit volgende adviesrapportages aan Onze Minister, zonder dat een autorisatie als bedoeld in artikel 2.4, derde lid, onderdeel d, van de Wet luchtvaart daartoe vereist is. Zij nemen daarbij de Regeling geneeskundige instanties, geneeskundigen en medische verklaringen voor de luchtvaart in acht.
Artikel IV
Na de inwerkingtreding van dit besluit berust de Regeling gelijkstelling buitenlandse bewijzen van bevoegdheid op artikel 12 van het Besluit bewijzen van bevoegdheid voor de luchtvaart.
Artikel V
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 november 2001 en werkt terug tot en met 1 oktober 2001.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
's-Gravenhage, 31 oktober 2001
De Minister van Verkeer en Waterstaat,
Uitgegeven de achtste november 2001
De Minister van Justitie,
Inhoudsopgave
Artikel I
Artikel II
Artikel III
Artikel IV
Artikel V
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht