Besluit van 25 juni 1996, houdende wijziging van het Besluit bezoldiging politie en toekenning van een eenmalige uitkering in verband met het arbeidsvoorwaardenakkoord sector Politie voor de periode van 1 april 1995 tot en met 1 juli 1996
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken van 24 mei 1996, directoraat-generaal voor Openbare Orde en Veiligheid, directie Politie, hoofdafdeling Onderwijs en Personeelsbeleid, afdeling Arbeidsvoorwaardenbeleid, nr. EA96/U1548;
Gelet op artikel 50, eerste lid, van de Politiewet 1993 en artikel 9, zesde lid, van de LSOP-wet;
De Raad van State gehoord (advies van 18 juni 1996, no. WO4.96.0220);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Binnenlandse Zaken van 20 juni 1996, directoraat-generaal voor Openbare Orde en Veiligheid, directie Politie, hoofdafdeling Onderwijs en Personeelsbeleid, afdeling Arbeidsvoorwaardenbeleid, nr. EA96/1844;
Hebben goedgevonden en verstaan:
ARTIKEL I
[Wijzigt het Besluit bezoldiging politie.]
ARTIKEL II
[Wijzigt het Besluit bezoldiging politie.]
ARTIKEL III
[Wijzigt het Besluit bezoldiging politie.]
ARTIKEL IV
[Wijzigt het Besluit bezoldiging politie.]
ARTIKEL V
[Wijzigt het Besluit bezoldiging politie.]
ARTIKEL VI
[Wijzigt het Besluit bezoldiging politie.]
1.
Aan de ambtenaar, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder h , van het Besluit bezoldiging politie, wordt over 1995 een eindejaarsuitkering verleend ter grootte van 12 x 0,2% van de voor hem geldende berekeningsbasis.
2.
De berekeningsbasis, bedoeld in het eerste lid, is het salaris, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder l , van het Besluit bezoldiging politie, dat over de maand november 1995 is genoten, met inachtneming van de bepalingen in het Besluit algemene rechtspositie politie en het Besluit bezoldiging politie ter zake van buitengewoon verlof, ouderschapsverlof, ziekte of schorsing, vermindering van bezoldiging in geval van non-activiteit en militaire dienst.
3.
De ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, wordt voor de toepassing van dit artikel niet als belanghebbende aangemerkt voor de tijd dat hij ingevolge een wettelijke verplichting als militair in werkelijke dienst is en in verband daarmee de aan zijn ambt verbonden bezoldiging geniet tot een bedrag dat gelijk is aan het bedrag van het op hem te verhalen gedeelte van de pensioenbijdrage.
4.
De eindejaarsuitkering is geen ambtelijk inkomen in de zin van artikel C1 van de Algemene burgerlijke pensioenwet.
ARTIKEL VIII
Voor de berekening van het aantal jaren, bedoeld in artikel 15, eerste tot en met derde lid, van het Besluit bezoldiging politie wordt mede in aanmerking genomen het aantal jaren, gedurende welke de ambtenaar een toelage genoot op grond van artikel 13, dan wel artikel 14 van het Besluit bezoldiging politie, zoals deze artikelen luidden op de datum voorafgaand aan de inwerkingtreding van dit besluit.
ARTIKEL IX
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 juli 1996 en werkt terug voor wat betreft Artikel I tot en met 1 januari 1995, voor wat betreft Artikel II tot en met 1 april 1995, voor wat betreft Artikel III tot en met 1 juli 1995, voor wat betreft Artikel VII tot en met 1 november 1995, voor wat betreft artikel IV tot en met 1 januari 1996 en voor wat betreft artikel V tot en met 1 april 1996.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
's-Gravenhage, 25 juni 1996
De Minister van Binnenlandse Zaken,
Uitgegeven de achtentwintigste juni 1996
De Minister van Justitie,
Inhoudsopgave
ARTIKEL I
ARTIKEL II
ARTIKEL III
ARTIKEL IV
ARTIKEL V
ARTIKEL VI
ARTIKEL VII
ARTIKEL VIII
ARTIKEL IX
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht