Besluit van 23 februari 2007, houdende wijziging van het Besluit bovenwettelijke werkloosheidsregeling voor onderwijspersoneel primair en voortgezet onderwijs in verband met wijziging van de Werkloosheidswet
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, van 9 januari 2007, nr. AP/PSW/2006/49035 (B51), directie Arbeidsmarkt en Personeelsbeleid, gedaan mede namens Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;
Gelet op artikel 33, tweede lid, van de Wet op het primair onderwijs, artikel 33, tweede lid, van de Wet op de expertisecentra en artikel 38a, tweede lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs;
De Raad van State gehoord (advies van 25 januari 2007, nr. W05.07.0004/1);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, van 16 februari 2007, nr. AP/PSW/2007/5138 (B51), directie Arbeidsmarkt en Personeelsbeleid, uitgebracht mede namens Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Artikel I
[Wijzigt het Besluit bovenwettelijke werkloosheidsregeling voor onderwijspersoneel primair en voortgezet onderwijs.]
1.
Op de betrokkene wiens eerste werkloosheidsdag als bedoeld in artikel 1 van het Besluit bovenwettelijke werkloosheidsregeling voor onderwijspersoneel primair en voortgezet onderwijs is gelegen vóór 1 oktober 2006, blijven de artikelen 4, 5, en 8, eerste lid, zoals die luidden op 30 september 2006, van toepassing.
3.
De betrokkene wiens eerste werkloosheidsdag als bedoeld in artikel 1 van het Besluit bovenwettelijke werkloosheidsregeling voor onderwijspersoneel primair en voortgezet onderwijs is gelegen op of na 1 oktober 2006 en vóór 1 april 2007 en die niet voldoet aan de voorwaarde van artikel 42, tweede lid, WW, heeft na afloop van zijn WW-uitkering recht op drie maanden bovenwettelijke uitkering ter hoogte van 108% van het minimumloon per dag. Indien 78% van de ongemaximeerde berekeningsgrondslag lager is dan 108% van het minimumloon, wordt in de vorige zin voor «108% van het minimumloon» gelezen: 78% van de ongemaximeerde berekeningsgrondslag.
4.
De betrokkene wiens eerste werkloosheidsdag als bedoeld in artikel 1 van het Besluit bovenwettelijke werkloosheidsregeling voor onderwijspersoneel primair en voortgezet onderwijs is gelegen op of na 1 oktober 2006 en vóór 1 april 2007 en die voldoet aan de voorwaarde van artikel 42, tweede lid, WW, heeft na afloop van de WW-uitkering recht op een bovenwettelijke uitkering waarvan de duur gelijk is aan het aantal maanden dat zijn WW-uitkering korter duurt dan het geval zou zijn geweest op grond van de WW , zoals die luidde op 30 september 2006. De hoogte van deze bovenwettelijke uitkering is gedurende de eerste 12 maanden, gerekend vanaf de eerste werkloosheidsdag, per dag 78%, en vervolgens 70%, van de ongemaximeerde berekeningsgrondslag. Voor de bepaling van de duur van de periode van 12 maanden, bedoeld in de vorige volzin, wordt artikel 43 WW overeenkomstig toegepast, en worden perioden van aanvulling op de ZW-uitkering en op de WAZO-uitkering mede in aanmerking genomen. Indien de betrokkene op grond van artikel 8 van het Besluit bovenwettelijke werkloosheidsregeling voor onderwijspersoneel primair en voortgezet onderwijs recht heeft op een aansluitende uitkering, gaat die aansluitende uitkering in na afloop van de uitkering, bedoeld in dit lid.
5.
De uitkeringen, bedoeld in het derde en vierde lid, worden beschouwd als een aansluitende uitkering.
6.
In dit artikel zijn de begripsbepalingen van het Besluit bovenwettelijke werkloosheidsregeling voor onderwijspersoneel primair en voortgezet onderwijs van toepassing.
Artikel III. Inwerkingtreding
Dit besluit, met uitzondering van artikel I, onderdelen I en J, treedt in werking met ingang de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 oktober 2006. De onderdelen I en J van artikel I treden in werking met ingang van 1 april 2007.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
's-Gravenhage, 23 februari 2007
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit
Uitgegeven de twintigste maart 2007
De Minister van Justitie
Inhoudsopgave
Artikel I
Artikel II. Overgangsregeling Wet wijziging WW-stelsel
Artikel III. Inwerkingtreding
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht