Besluit van 28 april 2006 tot wijziging van het Besluit capaciteitsverdeling hoofdspoorweginfrastructuur
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat en van de Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat van 29 november 2005, nr. HDJZ/S&W/2005-2291, Hoofddirectie Juridische Zaken;
Gelet op richtlijn 2001/14/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2001 inzake de toewijzing van infrastructuurcapaciteit en de heffing van rechten voor het gebruik van spoorweginfrastructuur (PbEG L 75), en op de artikelen 59, derde lid, en 61 van de Spoorwegwet;
De Raad van State gehoord (advies van 30 januari 2006, nr. W09.05.0531/V);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat en de Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat van 25 april 2006, nr. HDJZ/S&W/2006-517, Hoofddirectie Juridische Zaken;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Artikel I
[ Wijzigt het Besluit capaciteitsverdeling hoofdspoorweginfrastructuur.]
1.
In afwijking van de artikelen 8, eerste lid, onderdeel c, 12 en kaart 1 van het Besluit capaciteitsverdeling hoofdspoorweginfrastructuur , zoals deze luiden na de inwerkingtreding van dit besluit, blijven de artikelen 8, onderdeel b, en 12 van het Besluit capaciteitsverdeling hoofdspoorweginfrastructuur en kaart 1 behorende bij dat besluit zoals die luidden voor de inwerkingtreding van dit besluit, van toepassing op de verdeling van capaciteit voor het vervoer dat plaatsvindt tot het tijdstip waarop de Betuweroute in gebruik is genomen.
2.
In afwijking van de artikelen 8, eerste lid, onderdeel b, 10 van het Besluit capaciteitsverdeling hoofdspoorweginfrastructuur, zoals deze luiden na de inwerkingtreding van dit besluit, blijven de artikelen artikel 8, onderdeel a en 10 van het Besluit capaciteitsverdeling hoofdspoorweginfrastructuur, zoals die voor de inwerkingtreding van dit besluit luidden, van toepassing op de verdeling van capaciteit voor het vervoer dat plaatsvindt tot het tijdstip dat het in Nederland gelegen deel van de hogesnelheidsspoorverbinding Amsterdam – Brussel – Parijs in gebruik is genomen.
Artikel III
Dit besluit treedt in werking met ingang van de eerste dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
’s-Gravenhage, 28 april 2006
De Minister van Verkeer en Waterstaat ,
De Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat ,
Uitgegeven de drieëntwintigste mei 2006
De Minister van Justitie ,
Inhoudsopgave
Artikel I
Artikel II
Artikel III
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht