Besluit van 16 oktober 2009, houdende wijziging van het Besluit personenvervoer 2000, het Arbeidstijdenbesluit vervoer en het Reglement rijbewijzen in verband met de invoering van de boordcomputer taxi, de afschaffing van de vergunning voor collectief personenvervoer en een technische wijziging in verband met het elektronisch vervoerbewijs
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van de Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat, mede namens Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 15 april 2009, nr. CEND/HDJZ-2009/430 sector S&W, Hoofddirectie Juridische Zaken;
Gelet op de artikelen 4, tweede lid, 8, 13, tweede lid, 74, tweede lid, 86, onderdelen b en c, en 104, eerste lid, onderdelen a, c, d en e, van de Wet personenvervoer 2000, de artikelen 4:3, tweede tot en met vierde lid, 5:12, tweede lid, 7:6, eerste lid, 8:5, eerste lid, en 9:2, eerste lid, van de Arbeidstijdenwet en de artikelen 21, eerste lid, 22, eerste lid, en artikel 127, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994;
De Raad van State gehoord (advies van 3 juli 2009, nr. W09.09.0133/IV);
Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat en Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 15 oktober 2009, nr. CEND/HJDZ-2009/1047 sector S&W, Hoofddirectie Juridische Zaken;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Artikel I
[Wijzigt het Besluit personenvervoer 2000.]
Artikel II
[Wijzigt het Arbeidstijdenbesluit vervoer.]
Artikel III
[Wijzigt het Reglement rijbewijzen.]
1.
Onverminderd de artikelen 79, eerste lid (nieuw), van het Besluit personenvervoer 2000 en 2.4:2 (nieuw), van het Arbeidstijdenbesluit vervoer, is het de vervoerder gedurende een bij ministeriële regeling vast te stellen periode na de inwerkingtreding van de artikelen I, onderdelen J, K, en L en II, onderdeel B, toegestaan om taxivervoer te verrichten zonder een boordcomputer in de auto aanwezig te hebben en zonder gebruikmaking ervan.
2.
In afwijking van het eerste lid, is het een vervoerder toegestaan om gedurende een periode van ten hoogste 40 maanden na de inwerkingtreding van de artikelen I, onderdelen J, K en L en II, onderdeel B, taxivervoer te verrichten zonder een boordcomputer in de auto aanwezig te hebben en zonder gebruikmaking ervan indien dit vervoer wordt verricht met auto’s die uitsluitend gebruikt worden voor taxivervoer dat wordt verricht ter uitvoering van een schriftelijke overeenkomst waarbij gedurende in een bij die overeenkomst vastgestelde periode meermalen taxivervoer wordt verricht tegen een in die overeenkomst vastgelegd tarief.
3.
Gedurende de periode, bedoeld in het eerste en tweede lid, geldt bij het verrichten van taxivervoer de verplichting om ofwel gebruik te maken van een boordcomputer, of van een werkmap en een controledocument, als bedoeld in de artikelen 2.4:2 van het Arbeidstijdenbesluit vervoer en 127, eerste lid, onderdeel d, van het Besluit personenvervoer 2000, zoals deze artikelen luidden op de dag voorafgaande aan die van de inwerkingtreding van de artikelen I, onderdeel V en II, onderdeel B.
4.
De vervoerder die taxivervoer verricht draagt er, ongeacht de wijze van registratie, zorg voor dat er sprake is van een deugdelijke en sluitende registratie.
5.
Indien een vervoerder gebruik maakt van een boordcomputer zijn de artikelen 79 tot en met 83 en 118 (nieuw), van het Besluit personenvervoer 2000 en 2.4:2 en 8:1 (nieuw), van het Arbeidstijdenbesluit vervoer, van toepassing.
6.
Indien een vervoerder gebruik maakt van een werkmap en een controledocument is het oude recht, zoals dat luidde op de dag voorafgaande aan die van de inwerkingtreding van artikelen I, onderdelen J, K, L, U en V, en II, onderdelen B en D, van toepassing.
7.
De bestuurder die taxivervoer verricht draagt er gedurende de periode, bedoeld in het eerste en tweede lid, zorg voor dat de ingevolge het vijfde of zesde lid geregistreerde gegevens van de dag zelf en de voorafgaande 28 dagen aanwezig zijn in de auto waarmee taxivervoer wordt verricht.
8.
De chauffeurspassen die voor de datum van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel L, zijn verleend, worden door Onze Minister van Verkeer en Waterstaat, in afwijking van de artikelen 82 en 83 (nieuw), van het Besluit personenvervoer 2000, om niet, tegen inlevering van de oude chauffeurspas, vervangen door chauffeurskaarten voor de resterende duur van de geldigheid van de verleende chauffeurspas, binnen:
a. vier maanden na de inwerkingtreding van de artikelen I, onderdelen J, K en L en II, onderdeel B, of
b. vier maanden nadat de Dienst Wegverkeer voor de eerste maal een typegoedkeuring, als bedoeld in artikel 22, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994 heeft verleend, indien deze verlening op een later tijdstip plaatsvindt dan gedurende de termijn, bedoeld in onderdeel a.
9.
Op de dag nadat de periode, bedoeld in het achtste lid, onderdeel a of b, is geëindigd, verliest de chauffeurspas, die voor de datum van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel L is verleend, zijn geldigheid.
10.
Op het moment dat er ingevolge het eerste tot en met het derde lid geen registratie plaatsvindt door middel van de boordcomputer, maar de bestuurder wel in het bezit is van een chauffeurskaart, geldt, in afwijking van het zesde lid, de verplichting om in plaats van de chauffeurspas, de door Onze Minister van Verkeer en Waterstaat verstrekte chauffeurskaart te gebruiken overeenkomstig artikel 75 van het Besluit personenvervoer 2000, zoals dit luidde op de dag voorafgaande aan die van de inwerkingtreding van artikel I, onderdeel L en zijn de artikelen 82, vierde lid, en 83, derde tot en met zesde lid en achtste lid, onderdelen d tot en met f (nieuw), van toepassing.
11.
Een aanvraag van een chauffeurspas, die ingevolge de artikelen 75 en 76, van het Besluit personenvervoer 2000, zoals deze luidden op de dag voorafgaande aan die van de inwerkingtreding van artikel I, onderdeel L, is ingediend, en waarop op de datum van de inwerkingtreding van dit besluit nog geen beslissing is genomen, geldt met ingang van die datum als een aanvraag voor een chauffeurskaart, als bedoeld in artikel 82 (nieuw), van het Besluit personenvervoer 2000.
12.
Het tweede tot en met het elfde lid is van overeenkomstige toepassing op het vervoer, bedoeld in artikel 6, van het Besluit personenvervoer 2000.
Artikel V
Na de inwerkingtreding van artikel I, onderdelen J, K en L, van dit besluit berusten de hierna genoemde ministeriële regelingen op de daarbij vermelde artikelen van het Besluit personenvervoer 2000 :
a. de Regeling periodieke controle taxameters berust op artikel 78, vierde lid;
b. de Regeling taxibestuurders 2005 berust op artikel 81, derde, vierde en zevende lid;
c. de Regeling permanente eisen bussen berust op artikel 76, derde lid, onderdeel b;
d. de Regeling permanente eisen taxi’s berust op artikel 76, derde lid, onderdeel b;
e. de Regeling vaststelling regels voor de keuring van auto’s berust op artikel 76, derde lid, onderdeel a;
f. de Regeling vaststelling regels voor de keuring van bussen berust op artikel 76, derde lid, onderdeel a;
g. de Regeling zitplaatsverdeling bussen en auto’s berust op artikel 77, derde lid.
Artikel VI
Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
’s-Gravenhage, 16 oktober 2009
De Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat ,
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid ,
Uitgegeven de twintigste november 2009
De Minister van Justitie ,
Inhoudsopgave
Artikel I
Artikel II
Artikel III
Artikel IV
Artikel V
Artikel VI
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht