Besluit van 31 oktober 2006 tot wijziging van het Besluit personenvervoer 2000 in verband met het gebruik van een elektronisch vervoerbewijs in het openbaar vervoer
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat van 3 juli 2006, nr. HDJZ/S&W/2006-809, Hoofddirectie Juridische Zaken;
Gelet op de artikelen 30, eerste lid, 49, 70, tweede lid, en 74, tweede lid, onder a van de Wet personenvervoer 2000;
De Raad van State gehoord (advies van 26 juli 2006, nr. W09.06.0262/V);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat van 25 oktober 2006, nr. HDJZ/S&W/2006-1654, Hoofddirectie Juridische Zaken;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Artikel I
[Wijzigt het Besluit personenvervoer 2000.]
1.
De artikelen 44, tweede lid, en 47 van het Besluit personenvervoer, zoals die luidden voor inwerkingtreding van dit besluit, blijven van toepassing voor de reiziger die gebruik maakt van het openbaar vervoer op basis van een vervoerbewijs, niet zijnde een elektronisch vervoerbewijs als bedoeld in artikel 32, tweede lid, onderdeel d, of artikel 30, eerste lid van de wet.
2.
[Wijzigt dit besluit.]
Artikel III
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst, met uitzondering van onderdeel D dat in werking treedt met ingang van 1 april 2007.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij horende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
’s-Gravenhage, 31 oktober 2006
De Minister van Verkeer en Waterstaat
Uitgegeven de zevende december 2006
De Minister van Justitie
Inhoudsopgave
Artikel I
Artikel II
Artikel III
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht