Besluit van 11 november 2003, houdende wijziging van het Besluit solvabiliteitsmarge verzekeringsbedrijf 1994, van het Besluit staten verzekeringsbedrijf 1994 en van het Besluit vrijgestelde onderlinge waarborgmaatschappijen 1994 in verband met de uitvoering van richtlijn nr. 2002/13/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 5 maart 2002 tot wijziging van Richtlijn nr. 73/239/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen op het gebied van de solvabiliteitsmargevereisten voor schadeverzekeringsondernemingen (PbEG L 77) en richtlijn nr. 2002/83/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 5 november 2002 betreffende levensverzekering (PbEG L 345)
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Financiën van 4 september 2003, no. FM 2003-00996M;
Gelet op de artikelen 20, aanhef en onderdeel a, 42, eerste lid, onderdeel e, 68, eerste, tweede, vierde en zesde lid, 72, vijfde lid, 100, vijfde lid, 187, eerste lid, en 195, derde lid, van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993;
De Raad van State gehoord (advies van 23 oktober 2003, no. W06.03.0384/IV);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Financiën van 5 november 2003, no. FM 2003-01574 M;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Atikel I
[Wijzigt het Besluit solvabiliteitsmarge verzekeringsbedrijf 1994.]
Atikel II
[Wijzigt het Besluit staten verzekeringsbedrijf 1994.]
Atikel III
[Wijzigt het Besluit vrijgestelde onderlinge waarborgmaatschappijen 1994.]
1.
Op onderlinge waarborgmaatschappijen die op 20 maart 2002 in het bezit waren van een verklaring als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van het Besluit vrijgestelde onderlinge waarborgmaatschappijen 1994, blijven tot 20 maart 2007 de ingevolge artikel 3, tweede lid, van het Besluit vrijgestelde onderlinge waarborgmaatschappijen 1994 van toepassing verklaarde eisen van toepassing zoals deze luidden op het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit.
2.
Indien een onderlinge waarborgmaatschappij als bedoeld in het eerste lid op 20 maart 2007 nog niet volledig voldoet aan de ingevolge artikel 3, tweede lid, van het Besluit vrijgestelde onderlinge waarborgmaatschappijen 1994 van toepassing verklaarde eisen, kan de Pensioen- & Verzekeringskamer een aanvullende termijn van ten hoogste twee jaar toestaan, mits de onderlinge waarborgmaatschappij voor genoemde datum de maatregelen die zij voornemens is te nemen om de vereiste solvabiliteitsmarge te bereiken overeenkomstig artikel 138, eerste, vierde en vijfde lid, van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993 ter toestemming bij de Pensioen- & Verzekeringskamer heeft ingediend en de Pensioen- & Verzekeringskamer die toestemming heeft verleend.
Artikel V
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
's-Gravenhage, 11 november 2003
De Minister van Financiën ,
Uitgegeven de eerste december 2003
De Minister van Justitie ,
Inhoudsopgave
Atikel I
Atikel II
Atikel III
Artikel IV
Artikel V
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht