Besluit van 18 december 2012, tot wijziging van het Besluit stralingsbescherming en enkele andere besluiten in verband met de vereenvoudiging van de wettelijke regels en de vermindering van administratieve lasten voor ondernemingen die met ioniserende straling werken en het herstel van enkele wetstechnische gebreken en leemten
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Economische Zaken van 20 augustus 2012, nr. WJZ / 12087046, gedaan mede namens de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
Gelet op Richtlijn 96/29/Euratom van de Raad van 13 mei 1996 tot vaststelling van de basisnormen voor de bescherming van de gezondheid der bevolking en der werkers tegen de aan ioniserende straling verbonden gevaren (PbEG 1996, L 159), Richtlijn 97/43/Euratom van de Raad van 30 juni 1997 betreffende de bescherming van personen tegen de gevaren van ioniserende straling in verband met medische blootstelling en tot intrekking van Richtlijn 84/466/Euratom (PbEG 1996, L 180), Richtlijn 90/641/Euratom van de Raad van 4 december 1990 inzake de praktische bescherming van externe werkers die gevaar lopen aan ioniserende straling te worden blootgesteld tijdens hun werk in een gecontroleerde zone (PbEG 1990, L 349) en Richtlijn 2003/122/Euratom van de Raad van de Europese Unie van 22 december 2003 inzake de controle op hoogactieve ingekapselde radioactieve bronnen en weesbronnen (PbEU 2003, L 346), de artikelen 28, 29, eerste lid, 31, 32, eerste en vierde lid, 34, 35, 37, eerste lid, 37a, 38a, 67, 69, vierde en vijfde lid, 73, 74 en 76 van de Kernenergiewet, artikel 16 van de Arbeidsomstandighedenwet en artikel 37, tweede lid, van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg;
De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 12 oktober 2012, nr. W15.12.0339/IV.);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Economische Zaken van 12 december 2012, nr. WJZ / 12339628, uitgebracht mede namens de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en Onze Minster van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Artikel I
[Wijzigt het Besluit stralingsbescherming.]
Artikel II
[Wijzigt het Besluit kerninstallaties, splijtstoffen en ertsen.]
Artikel III
[Wijzigt het Besluit vervoer splijtstoffen, ertsen en radioactieve stoffen.]
Artikel IV
[Wijzigt het Bijdragenbesluit Kernenergiewet 1981.]
Artikel V
[Wijzigt het Besluit in-, uit- en doorvoer van radioactieve afvalstoffen en bestraalde splijtstoffen.]
Artikel VI
[Wijzigt het Besluit registratie splijtstoffen en ertsen.]
Artikel VII
[Wijzigt het Geheimhoudingsbesluit Kernenergiewet.]
1.
Een handeling met een toestel waarvoor voor de datum van inwerkingtreding van dit besluit een vergunning is verleend of aangevraagd bij of krachtens artikel 34 van de Kernenergiewet, juncto artikel 8, eerste lid, onder b, van het Besluit stralenbescherming Kernenergiewet zoals dat besluit luidde tot 1 maart 2002 wordt geacht te zijn gemeld overeenkomstig artikel 21 van het Besluit stralingsbescherming zoals dit luidt na inwerkingtreding van dit besluit.
2.
Een handeling met een toestel waarvoor voor de datum van de inwerkingtreding van dit besluit een vergunning is verleend of aangevraagd krachtens artikel 23, eerste lid, van het Besluit stralingsbescherming en waarvoor na inwerkingtreding van dit besluit op basis van artikel 23, derde lid, onderdeel d, van dat besluit niet langer een vergunning noodzakelijk is, wordt geacht te zijn gemeld overeenkomstig artikel 21 van het Besluit stralingsbescherming zoals dit luidt na inwerkingtreding van dit besluit.
3.
Een handeling met een radioactieve stof waarvoor voor de datum van inwerkingtreding van dit besluit een vergunning is verleend of aangevraagd bij of krachtens artikel 29 van de Kernenergiewet, juncto artikel 6, eerste lid, van het Besluit stralenbescherming Kernenergiewet zoals dat besluit luidde tot 1 maart 2002, of artikel 25, eerste lid, van het Besluit stralingsbescherming tot de datum van inwerkingtreding van dit besluit, wordt geacht te zijn gemeld overeenkomstig artikel 21 van het Besluit stralingsbescherming zoals dit luidt na inwerkingtreding van dit besluit.
1.
Tot 1 januari 2014 wordt een opleiding, die overeenkomstig de Tijdelijke regeling erkenning opleidingen deskundigen radioactieve stoffen en toestellen , zoals deze regeling luidde tot de datum van inwerkingtreding van dit besluit, en de richtlijn van 20 november 1984 voor erkenning van opleidingen deskundigen radioactieve stoffen en toestellen (Stcrt. 1984, 223) is erkend, aangemerkt als een opleiding van een door Onze Minister erkende instelling als bedoeld in artikel 7f, eerste lid, van het Besluit stralingsbescherming.
2.
Een diploma van een opleiding, die overeenkomstig de Tijdelijke regeling erkenning opleidingen deskundigen radioactieve stoffen en toestellen , zoals deze regeling luidde tot de datum van inwerkingtreding van dit besluit, en de richtlijn van 20 november 1984 voor erkenning van opleidingen deskundigen radioactieve stoffen en toestellen is erkend, behaald voor de inwerkingtreding van dit besluit, wordt aangemerkt als een diploma, certificaat of getuigschrift van een opleiding van een door Onze Minister erkende instelling als bedoeld in artikel 7f, eerste lid, van het Besluit stralingsbescherming.
Artikel X
Tot 1 januari 2014 wordt een stralingsarts, als bedoeld in artikel 7, eerste lid, door Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid erkend en ingeschreven in een door hem gehouden register.
Artikel XI
De artikelen van dit besluit treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
’s-Gravenhage, 18 december 2012
De Minister van Economische Zaken,
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
Uitgegeven de achtste februari 2013
De Minister van Veiligheid en Justitie,
Inhoudsopgave
Artikel I
Artikel II
Artikel III
Artikel IV
Artikel V
Artikel VI
Artikel VII
Artikel VIII
Artikel IX
Artikel X
Artikel XI
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht