Besluit van 7 november 1997 tot wijziging van het Besluit zorgaanspraken bijzondere ziektekostenverzekering, het Bijdragebesluit zorg, het Verstrekkingenbesluit ziekenfondsverzekering, het Vergoedingenbesluit particulier verzekerden en enige andere besluiten in verband met wijziging van de aanspraak op thuiszorg en enige andere wijzigingen
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, van 30 september 1997, VPZ/VU-973567, gedaan in overeenstemming met de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
Gelet op de artikelen 6, eerste en derde lid, 8, tweede lid, en 45, vierde lid, van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten, de artikelen 8, tweede lid, 8 a , tweede lid, en 47, tweede lid, van de Ziekenfondswet en artikel 2, tweede lid, van de Wet op de toegang tot ziektekostenverzekeringen;
De Raad van State gehoord (advies van 22 oktober 1997, no. W13.97.0630);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 3 november 1997, VPZ/VU-973948, uitgebracht in overeenstemming met de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
Hebben goedgevonden en verstaan:
ARTIKEL I
[Wijzigt het Besluit zorgaanspraken bijzondere ziektekostenverzekering.]
ARTIKEL II
[Wijzigt het Bijdragebesluit zorg. ]
ARTIKEL III
[Wijzigt het Verstrekkingenbesluit ziekenfondsverzekering.]
ARTIKEL IV
[Wijzigt het Besluit erkenning categorie├źn van instellingen Ziekenfondswet (toepassing artikel 8a van de ziekenfondswet).]
ARTIKEL V
[Wijzigt het Vergoedingenbesluit particulier verzekerden. ]
ARTIKEL VI
Indien een verzekerde op 31 december 1997 op grond van artikel 15, eerste lid, onder a , van het Besluit zorgaanspraken bijzondere ziektekostenverzekering verpleging of verzorging gedurende meer dan 3 uren per dag ontvangt, behoudt hij tot uiterlijk 1 juli 1998 aanspraak op die zorg overeenkomstig de op 31 december 1997 geldende wettelijke voorschriften.
1.
Een instelling waarmee onmiddellijk voor het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit voor het verlenen van de zorg, bedoeld in artikel 15 van het Besluit zorgaanspraken bijzondere ziektekostenverzekering, een overeenkomst ingevolge artikel 42, eerste lid, van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten was gesloten, is tot 1 januari 1999 op grond van artikel 8, eerste lid, van die wet toegelaten.
2.
Een instelling die op 31 december 1996 als kruisorganisatie ingevolge artikel 8, eerste lid, van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten was toegelaten, is tot 1 januari 1999 op grond van artikel 8, eerste lid, van die wet voor het verlenen van de zorg, bedoeld in artikel 15 van het Besluit zorgaanspraken bijzondere ziektekostenverzekering, toegelaten.
3.
Een instelling die op 31 december 1996 als instelling voor gezinsverzorging op grond van artikel 39, derde lid, onder h , van de Wet financiering volksverzekeringen subsidie ontving, is tot 1 januari 1999 op grond van artikel 8, eerste lid, van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten voor het verlenen van de zorg, bedoeld in artikel 15 van het Besluit zorgaanspraken bijzondere ziektekostenverzekering, toegelaten.
4.
Instellingen als bedoeld in het eerste, tweede en derde lid, die voor 1 januari 1999 aan Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport schriftelijk hebben medegedeeld dat zij vanaf 1 januari 1999 de zorg, bedoeld in artikel 15, eerste lid, van het Besluit zorgaanspraken bijzondere ziektekostenverzekering leveren, zijn met ingang van 1 januari 1999 voor het verlenen van die zorg toegelaten.
ARTIKEL VIII
Indien een verzekerde op 31 december 1997 op grond van artikel 9 van het Vergoedingenbesluit particulier verzekerden een vergoeding van de kosten van verpleging of verzorging ten huize van de verzekerde ontvangt, behoudt hij tot uiterlijk 1 april 1998 aanspraak op die vergoeding overeenkomstig de op 31 december 1997 geldende wettelijke voorschriften.
1.
Artikel I treedt in werking met ingang van een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
2.
De artikelen II tot en met VIII treden in werking met ingang van 1 januari 1998, met uitzondering van artikel III, onderdeel A, en artikel V, onderdeel C, die in werking treden met ingang van 1 januari 1999.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
's-Gravenhage, 7 november 1997
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
Uitgegeven vijfentwintigste november 1997
De Minister van Justitie,
Inhoudsopgave
ARTIKEL I
ARTIKEL II
ARTIKEL III
ARTIKEL IV
ARTIKEL V
ARTIKEL VI
ARTIKEL VII
ARTIKEL VIII
ARTIKEL IX
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht