Besluit van 16 augustus 2006 houdende wijziging van onder meer het Rechtspositiebesluit WPO/WEC, onder meer in verband met de uitwerking van de CAO 2000–2002 en het verbruik van formatierekeneenheden vanwege bevordering van arbeidsparticipatie van ouderen
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, van 12 april 2006, nr. WJZ/2006/15593 (2580), directie Wetgeving en Juridische Zaken;
Gelet op de artikelen 33, tweede lid, 120, eerste lid, 123, tweede lid, en 185 van de Wet op het primair onderwijs; de artikelen 33, tweede lid, 117, eerste lid, en 120, tweede lid, van de Wet op de expertisecentra; de artikelen 38a, tweede en derde lid, 77, derde lid, en 84, eerste lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs, en de artikelen 4.1.2, tweede lid, en 4.3.2, tweede lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs;
De Raad van State gehoord (advies van 30 juni 2006, nr. W05.06.0109/III);
Gezien het nader rapport van Onze minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, van 7 augustus 2006, nr. WJZ/2006/30086 (2580), directie Wetgeving en Juridische Zaken;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Artikel XII. Overgangsrecht in verband met uitwerking CAO 2000–2002
In verband met de wijzigingen die voortvloeien uit de artikelen I tot en met XI van dit besluit gelden de volgende bepalingen
A. Salarisaanspraak onderwijsondersteunend personeel met ingang van 1 januari 2001
1. De betrokkene, bedoeld in artikel 1, onderdeel e, onder 1° of 2°, van het Rechtspositiebesluit WPO/WEC, die op 31 december 2000 was benoemd in een functie als bedoeld in titel 14 van hoofdstuk 1 van bedoeld besluit en die op 1 januari 2001 in diezelfde functie blijft benoemd, heeft met ingang van 1 januari 2001 aanspraak op een salaris bij het op hem van toepassing zijnde salarisnummer, bedoeld in onderdeel B van de bijlage bij dit besluit, indien hij op 31 december 2000 werd bezoldigd naar een bedrag vermeld achter een salarisnummer.
2. Voor de betrokkene, bedoeld in artikel 1, onderdeel e, onder 1° of 2°, van het Rechtspositiebesluit WPO/WEC, die op 31 december 2000 was benoemd in een functie als bedoeld in titel 14 van hoofdstuk 1 van bedoeld besluit en die op 1 januari 2001 wordt benoemd in een functie als bedoeld in titel 14 van hoofdstuk 1 van bedoeld besluit, of in een functie als bedoeld in titel 12 of 13 van hoofdstuk 1 van bedoeld besluit, wordt ten behoeve van de vaststelling van het salaris in de nieuwe functie het in die vorige onderwijsfunctie genoten salaris vastgesteld zoals het zou zijn vastgesteld op grond van het eerste lid, indien hij op 31 december 2000 werd bezoldigd naar een bedrag vermeld achter een salarisnummer beginnend met de letter U. De eerste volzin is niet van toepassing op de betrokkene die wordt benoemd in een functie als bedoeld in artikel 91, tweede lid, van het Rechtspositiebesluit WPO/WEC.
3. De in de bijlage, onderdeel B, gehanteerde salarisnummers maken onderdeel uit van de in de bijlage, onderdeel A, opgenomen schalen.
B. Salarisaanspraak leraren per 1 maart 2001
1. De betrokkene die op 28 februari 2001 was benoemd in een functie als bedoeld in titel 13 van hoofdstuk 1 van het Rechtspositiebesluit WPO/WEC, en die op 1 maart 2001 in die functie blijft benoemd, heeft met ingang van 1 maart 2001 aanspraak op een salaris bij het op hem van toepassing zijnde salarisnummer als bedoeld in de bijlage, onderdeel D, subonderdeel D, bij dit besluit.
2. De betrokkene die op 28 februari 2001 was benoemd in een functie als bedoeld in titel 13 van hoofdstuk 1 van het Rechtspositiebesluit WPO/WEC en die op 1 maart 2001 aansluitend wordt benoemd in diezelfde functie met hetzelfde maximumsalaris heeft met ingang van die datum aanspraak op een salaris zoals dat zou zijn vastgesteld op grond van het eerste lid.
3. Voor de betrokkene die op 28 februari 2001 was benoemd in een functie als bedoeld in titel 13 van hoofdstuk 1 van het Rechtspositiebesluit WPO/WEC en die op 1 maart 2001 aansluitend wordt benoemd in dezelfde functie met een ander maximumsalaris dan wel in een functie als bedoeld in titel 12 of titel 14 van hoofdstuk 1 van bedoeld besluit, wordt ten behoeve van de vaststelling van het salaris in de nieuwe functie het in die vorige onderwijsfunctie genoten salaris vastgesteld zoals het zou zijn vastgesteld op grond van het eerste lid.
4. De in de bijlage, onderdeel D, subonderdeel D, gehanteerde salarisnummers maken onderdeel uit van de in de bijlage, onderdeel C, opgenomen schalen.
C. Salarisaanspraak onderwijsondersteunend personeel per 1 maart 2001
1. De betrokkene die op 28 februari 2001 was benoemd in een functie als bedoeld in titel 14 van hoofdstuk I van het Rechtspositiebesluit WPO/WEC, en die op 1 maart 2001 in diezelfde functie blijft benoemd, heeft met ingang van die datum aanspraak op een salaris bij het op hem van toepassing zijnde salarisnummer als bedoeld in de bijlage, onderdeel D, subonderdeel E, bij dit besluit, indien hij op 28 februari 2001 werd bezoldigd naar een bedrag vermeld achter een salarisnummer.
2. De in de bijlage, onderdeel D, subonderdeel E, gehanteerde salarisnummers maken onderdeel uit van de in bijlage C opgenomen schalen.
D. Compensatiemaatregel voor leraren
1. De leraar die op 28 februari 2001 en op 1 maart 2001 in dienst is, met uitzondering van de leraar die een bezoldiging geniet op grond van titel 2 dan wel titel 4 van hoofdstuk 5 van het Rechtspositiebesluit WPO/WEC en die voldoet aan de voorwaarde van het tweede lid, heeft aanspraak op een compensatie ter grootte van € 90,76 bij een normbetrekking.
2. De bezoldiging op 28 februari 2001 vindt plaats op of boven het maximum salarisbedrag van de functieschalen 9, 10, 11 of 12 of naar functieschaal 11, salarisnummer 10.
3. Het bedrag van de compensatie bij normbetrekking wordt met het genoten salaris in de maand februari vermenigvuldigd en gedeeld door het salaris bij normbetrekking waarnaar de betrokkene in die maand wordt bezoldigd als deze betrokkene niet de gehele maand februari benoemd is geweest of als de omvang van de werktijdfactor in die maand ongelijk is aan 1. De uitkomst wordt rekenkundig afgerond op centen.
4. De compensatie wordt niet aangemerkt als bezoldiging en maakt geen onderdeel uit van het inkomen, bedoeld in het pensioenreglement.
E. Salarisaanspraak directieleden per 1 maart 2001
1. De betrokkene die op 28 februari 2001 was benoemd in een functie als bedoeld in titel 12 van hoofdstuk 1 van het Rechtspositiebesluit WPO/WEC en die op 1 maart 2001 in die functie benoemd blijft, heeft met ingang van 1 maart 2001 aanspraak op een salaris bij het op hem van toepassing zijnde salarisnummer als bedoeld in de bijlage, onderdeel D, subonderdeel A, indien betrokkene directeur is, dan wel onderdeel D, subonderdeel B, indien betrokkene adjunct-directeur is.
2. De betrokkene die op 28 februari 2001 was benoemd in een functie als bedoeld in titel 12 van hoofdstuk 1 van het Rechtspositiebesluit WPO/WEC en die op 1 maart 2001 aansluitend wordt benoemd in diezelfde functie met hetzelfde maximumsalaris, heeft met ingang van 1 maart 2001 aanspraak op een salaris zoals dat zou zijn vastgesteld op grond van het eerste lid.
3. Voor de betrokkene die op 28 februari 2001 was benoemd in een functie als bedoeld in titel 12 van het Rechtspositiebesluit WPO/WEC en die op 1 maart 2001 aansluitend wordt benoemd in dezelfde functie met een ander maximumsalaris dan wel in een functie als bedoeld in titel 13 of 14 van bedoeld besluit, wordt ten behoeve van de vaststelling van het salaris in de nieuwe functie het in die vorige onderwijsfunctie genoten salaris vastgesteld zoals dat zou zijn vastgesteld op grond van het eerste lid.
4. De in de bijlage, onderdeel D, gehanteerde salarisnummers maken onderdeel uit van de in de bijlage, onderdeel C, opgenomen schalen.
F. Salarisaanspraak per 1 maart 2001 ingeval van salarisuitzicht
1. Voor de betrokkene die op 28 februari 2001 een salaris genoot op grond van één van de artikelen 262, 266, 267, 268, 269, 270 of 271 van het Rechtspositiebesluit WPO/WEC en die met ingang 1 maart 2001 in dezelfde functie werkzaam blijft, wordt met ingang van die datum het salaris vastgesteld volgens het tweede, derde en vierde lid.
2. Aan de hand van dit besluit, artikel XII, onderdeel E, eerste lid, wordt vastgesteld welke salarisschaal met ingang van 1 maart 2001 in de plaats is gekomen van de maximumschaal waarin betrokkene op 28 februari 2001 was benoemd.
3. Het salaris dat betrokkene op 28 februari 2001 genoot, wordt verhoogd met de toelage die in de bijlage onderdeel D, subonderdeel C, is vermeld bij de desbetreffende functie.
4. De inpassing in de in het tweede lid vastgestelde salarisschaal geschiedt op basis van het in het derde lid vastgestelde bedrag op hetzelfde bedrag en indien dat bedrag niet voorkomt op het naasthogere bedrag in die schaal. Indien het in het derde lid vastgestelde bedrag hoger is dan het maximum salarisbedrag in de salarisschaal die in het tweede lid is vastgesteld, vindt inpassing plaats in de navolgende salarisschaal met een hoger maximumsalaris in dezelfde categorie als in het tweede lid is vastgesteld op hetzelfde bedrag en indien dat bedrag niet voorkomt op het naasthogere bedrag in die salarisschaal.
5. Indien betrokkene een salaris geniet op grond van artikel 262 van het Rechtspositiebesluit WPO/WEC, geen aanspraak maakt op een toelage als bedoeld in het derde lid en volgens het vierde lid wordt ingepast op een salarisbedrag dat hoger is dan het maximumbedrag van de in tweede lid vastgestelde salarisschaal, vervalt de inpassing volgens dit artikel en blijft de bezoldiging gelden zoals die gold op 28 februari 2001.
6. Voor de toepassing van dit artikel wordt uitgegaan van het salaris en de toelage behorende bij een normbetrekking met loonpeil 1 maart 2001.
G. Overgangsrecht salarisuitzicht
1. Voor de betrokkene die op 28 februari 2001 een salaris genoot op basis van één van de artikelen 262, 266, 267, 268, 269, 270 of 271 van het Rechtspositiebesluit WPO/WEC wordt met ingang 1 maart 2001 een salarisuitzicht vastgesteld dat afhankelijk is van de op grond van het tweede lid vastgestelde uitkomst.
2. Bij het salarisbedrag dat hoort bij het salarisuitzicht, bedoeld in artikel 262, 266, 267, 268, 269, 270 of 271 van het Rechtspositiebesluit WPO/WEC, wordt opgeteld de toelage die in de bijlage, onderdeel D, subonderdeel C, is vermeld bij de salarisschaal waarin betrokkene op 28 februari 2001 was benoemd.
3. Het salarisuitzicht op grond van artikel 262 van het Rechtspositiebesluit WPO/WEC blijft onverkort van toepassing voor de betrokkene waarvoor onderdeel F, vijfde lid, geldt. In de overige gevallen wordt het salarisuitzicht vastgesteld op basis van het tweede lid vastgestelde bedrag op hetzelfde bedrag en indien dat bedrag niet voorkomt op het naasthogere bedrag in een salarisschaal waar dat bedrag voor het eerst in voorkomt in de categorie zoals die in onderdeel F, tweede lid, is vastgesteld.
4. Zolang het in onderdeel F, vierde lid, van dit artikel vastgestelde salaris lager is dan het volgens het derde lid vastgestelde uitzicht, wordt jaarlijks met toepassing van artikel 95 van het Rechtspositiebesluit WPO/WEC een periodieke verhoging toegekend in de salarisschaal die is vastgesteld op grond van onderdeel F, vierde lid, van dit artikel. Op het moment dat de betrokkene wordt bezoldigd volgens het maximum salarisbedrag van die salarisschaal wordt op 1 augustus aansluitend op het jaar waarin betrokkene volgens bedoeld maximum salarisbedrag wordt bezoldigd, in afwijking van artikel 95 van bedoeld besluit, diens salaris naasthoger ingepast in de opvolgende salarisschaal van dezelfde categorie. Zolang het op deze wijze vastgestelde salarisbedrag niet gelijk is aan het salarisbedrag van het salarisuitzicht wordt aan betrokkene jaarlijks met toepassing van artikel 95 van bedoeld besluit een periodiek toegekend totdat het salarisuitzicht is bereikt.
5. De overige aan het salarisuitzicht verbonden aanspraken en voorwaarden van de in dit artikel genoemde artikelen, zoals die luidden op 28 februari 2001, blijven onverkort van toepassing.
6. Voor de toepassing van dit artikel wordt uitgegaan van het salaris en de toelage behorende bij een normbetrekking met loonpeil 1 maart 2001.
7. Ingeval betrokkene in een andere of eenzelfde betrekking in het onderwijs gaat werken en volgens de voorwaarde van de garantie zoals die gold op 28 februari 2001 aanspraak blijft houden op die garantie dan wordt op de ontslagbeschikking aangegeven op welk salarisschaal en salarisnummer die garantie is gebaseerd en op grond van welk overgangsrecht die aanspraak bestaat.
H. Salarisaanspraak per 1 augustus 2001 voor leraren
1. De betrokkene die op 31 juli 2001 was benoemd in een functie als bedoeld in titel 13 van hoofdstuk 1 van het Rechtspositiebesluit WPO/WEC en die op 1 augustus 2001 in die functie blijft benoemd, heeft met ingang van 1 augustus 2001 aanspraak op een salaris bij het op hem van toepassing zijnde salarisnummer als bedoeld in de bijlage, onderdeel F, bij dit besluit.
2. De in de bijlage, onderdeel F, gehanteerde salarisnummers maken onderdeel uit van de in de bijlage, onderdeel E, opgenomen schalen.
I. Salarisaanspraak op 1 augustus 2002 voor leraren
1. De betrokkene die op 31 juli 2002 was benoemd in een functie als bedoeld in titel 13 van hoofdstuk 1, van het Rechtspositiebesluit WPO/WEC en die op 1 augustus 2002 in die functie blijft benoemd, heeft met ingang van 1 augustus 2002 aanspraak op een salaris bij het op hem van toepassing zijnde salarisnummer als bedoeld in de bijlage, onderdeel H, bij dit besluit.
2. De in de bijlage, onderdeel H, gehanteerde salarisnummers maken onderdeel uit van de in de bijlage, onderdeel G, opgenomen schalen.
Formatiebesluit W.V.O. van Wijzigingsbesluit Rechtspositiebesluit WPO/WEC, enz. (uitwerking CAO 2000-2002 en verbruik formatierekeneenheden)">
Artikel XIX. Overgangsrecht Formatiebesluit W.V.O.
Het Formatiebesluit W.V.O. wordt als volgt gewijzigd:A
Vanaf 1 augustus 2001 tot 1 augustus 2003 luidt artikel 14:Artikel 14. Formatie reguliere taken van de school
De formatie voor de vervulling van reguliere taken van de school, bedoeld in artikel 13, eerste lid onderdeel a , bestaat uit:
a. de normatieve formatie,
b. een opslag in verband met formatieve fricties en,
c. een opslag vanwege herbezetting in verband met arbeidsduurverkorting.B
Vanaf 1 augustus 2001 tot 1 augustus 2003 luidt artikel 29 :
1. De aantallen formatierekeneenheden voor het onderwijzend personeel en schoolleiding en de aantallen formatierekeneenheden voor speciale doeleinden, berekend op grond van artikel 35, eerste lid , worden verhoogd met 8,11% vanwege herbezetting in verband met arbeidsduurverkorting.
2. De aantallen formatierekeneenheden voor onderwijsondersteunend personeel, berekend op grond van artikel 35, tweede lid , worden verhoogd met 5,68% vanwege herbezetting in verband met arbeidsduurverkorting.
3. De uitkomst van het aantal formatierekeneenheden, berekend op grond van het eerste en het tweede lid, wordt telkens afgerond.
Artikel XX. Inwerkingtreding
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst, met dien verstande dat:
1. Artikel I terugwerkt tot en met 1 augustus 2000;
2. Artikel II terugwerkt tot en met 1 december 2000;
3. Artikel III en artikel XII, onderdeel A, terugwerken tot en met 1 januari 2001;
4. Artikel IV en artikel XII, onderdeel B, C, D, E, F en G, terugwerken tot en met 1 maart 2001;
6. Artikel XII, onderdeel I en artikel XIII, onderdelen D, onder 2, E en I, terugwerken tot en met 1 augustus 2002;
8. Artikel XVI, onderdelen B en K, onder 2, terugwerkt tot en met 18 juni 2003;
9. Artikel VII terugwerkt tot en met 1 augustus 2003;
10. Artikel XVI, onderdelen A, C, D, E, F, G, H, I en J, terugwerken tot en met 1 januari 2004;
12. Artikel VIII terugwerkt tot en met 1 augustus 2004;
13. Artikel IX terugwerkt tot en met 1 april 2005;
14. Artikel X terugwerkt tot en met 1 januari 2006.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
’s-Gravenhage, 16 augustus 2006
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Uitgegeven de negentiende september 2006
De Minister van Justitie
Inhoudsopgave
Artikel I. Wijziging van het Rechtspositiebesluit WPO/WEC per 1 augustus 2000
Artikel II. Wijziging van het Rechtspositiebesluit WPO/WEC per 1 december 2000
Artikel III. Wijziging van het Rechtspositiebesluit WPO/WEC per 1 januari 2001
Artikel IV. Wijziging van het Rechtspositiebesluit WPO/WEC per 1 maart 2001
Artikel V. Wijziging van het Rechtspositiebesluit WPO/WEC per 1 augustus 2001
Artikel VI. Wijziging van het Rechtspositiebesluit WPO/WEC per 1 februari 2003
Artikel VII. Wijziging van het Rechtspositiebesluit WPO/WEC per 1 augustus 2003
Artikel VIII. Wijziging van het Rechtspositiebesluit WPO/WEC per 1 augustus 2004
Artikel IX. Wijziging van het Rechtspositiebesluit WPO/WEC per 1 april 2005
Artikel X. Wijziging van het Rechtspositiebesluit WPO/WEC per 1 januari 2006
Artikel XI. Wijziging van het Rechtspositiebesluit WPO/WEC
Artikel XII. Overgangsrecht in verband met uitwerking CAO 2000–2002
Artikel XIII. Wijziging van het Formatiebesluit WPO
Artikel XIV. Wijziging van het Formatiebesluit WEC
Artikel XV. Wijziging van het Besluit trekkende bevolking WPO
Artikel XVI. Wijziging van het Overlegbesluit onderwijspersoneel
Artikel XVII. Wijziging van het Besluit participatiefonds
Artikel XVIII. Wijziging van het Besluit vervangingsfonds
Artikel XIX. Overgangsrecht Formatiebesluit W.V.O.
Artikel XX. Inwerkingtreding
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht