Besluit van 2 september 1997, houdende wijziging van enige rechtspositionele besluiten alsmede toekenning van een eenmalige- en een eindejaarsuitkering in verband met het akkoord arbeidsvoorwaarden en werkgelegenheid sector Politie voor de periode 1 januari 1997 tot en met 31 december 1998
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken van 12 juni 1997, directoraat-generaal voor Openbare Orde en Veiligheid, directie Politie, afdeling Arbeidsvoorwaardenbeleid, kenmerk EA97/U1596;
Gelet op artikel 50, eerste lid, van de Politiewet 1993, en artikel 9, zesde lid, van de LSOP-wet;
De Raad van State gehoord (advies van 23 juli 1997, no WO4.97.0345);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Binnenlandse Zaken van 22 augustus 1997, directoraat-generaal voor Openbare Orde en Veiligheid, afdeling Arbeidsvoorwaardenbeleid, kenmerk EA97/2648;
Hebben goedgevonden en verstaan:
ARTIKEL I
[Wijzigt het Besluit algemene rechtspositie politie.]
ARTIKEL II
[Wijzigt het Besluit bezoldiging politie.]
ARTIKEL III
[Wijzigt het Besluit vergoeding verplaatsingskosten politie.]
ARTIKEL IV
[Wijzigt het Besluit algemene rechtspositie politie.]
ARTIKEL V
[Wijzigt het Besluit bezoldiging politie.]
ARTIKEL VI
[Wijzigt het Besluit algemene rechtspositie politie.]
ARTIKEL VII
[Wijzigt het Besluit algemene rechtspositie politie.]
ARTIKEL VIII
[Wijzigt het Besluit bezoldiging politie.]
ARTIKEL IX
[Wijzigt het Besluit algemene rechtspositie politie.]
ARTIKEL X
[Wijzigt het Besluit bezoldiging politie.]
ARTIKEL XI
[Wijzigt het Besluit vergoeding dienstreizen politie.]
ARTIKEL XII
[Wijzigt het Besluit vergoeding verplaatsingskosten politie.]
1.
Aan de ambtenaar, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder h , van het Besluit bezoldiging politie wordt in de maand juli 1997 een eenmalige uitkering verstrekt ter grootte van 12% van de voor hem geldende berekeningsbasis.
2.
De berekeningsbasis, bedoeld in het eerste lid, is het salaris, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder l , van het Besluit bezoldiging politie, dat over de maand juni 1997 is genoten, met inachtneming van de bepalingen in het Besluit algemene rechtspositie politie en het Besluit bezoldiging politie ter zake van buitengewoon verlof, ouderschapsverlof, ziekte, schorsing of vermindering van bezoldiging in geval van non-activiteit en militaire dienst.
3.
De ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, wordt voor de toepassing van dit artikel niet als belanghebbende aangemerkt voor de tijd dat hij ingevolge een wettelijke verplichting als militair in werkelijke dienst is en in verband daarmee de aan zijn ambt verbonden bezoldiging geniet tot een bedrag dat gelijk is aan het bedrag van het op hem te verhalen gedeelte van de pensioenbijdrage.
4.
De eenmalige uitkering is geen ambtelijk inkomen in de zin van het Pensioenreglement Stichting Pensioenfonds ABP.
1.
Aan de ambtenaar, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder c tot en met f , van het Besluit bezoldiging politie, die op 1 april 1998 in dienst is, wordt in de maand mei 1998 eenmalig een bedrag van f 1450,00 toegekend.
2.
Aan de ambtenaar, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder c tot en met f , van het Besluit bezoldiging politie, die in het tijdvak tussen 1 april 1998 en 1 oktober 1998 in dienst treedt, wordt in de maand november 1998 een eenmalig bedrag toegekend naar rato van het aantal kalendermaanden dat hij in het tijdvak tussen 1 april 1998 en 1 oktober 1998 in dienst is geweest.
3.
Voor de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, aan wie in het tijdvak tussen 1 april 1998 en 1 oktober 1998 ontslag wordt verleend, wordt het bedrag dat hem in de maand mei 1998 eenmalig is toegekend, vastgesteld naar rato van het aantal kalendermaanden dat de ambtenaar in dienst is geweest tussen 1 april 1998 en 1 oktober 1998.
4.
De ambtenaar is bij zijn ontslag het verschil tussen het bedrag, bedoeld in het eerste lid, en het bedrag, bedoeld in het derde lid, verschuldigd.
5.
Aan de ambtenaar met een deelbetrekking, wordt de eenmalige uitkering naar evenredigheid toegekend.
6.
De eenmalige uitkering is geen ambtelijk inkomen in de zin van het Pensioenreglement Stichting Pensioenfonds ABP.
1.
Aan de ambtenaar, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder h , van het Besluit bezoldiging politie, wordt over 1998 een eindejaarsuitkering verleend ter grootte van 18,6% van de voor hem geldende berekeningsbasis.
2.
De berekeningsbasis, bedoeld in het eerste lid, is het salaris, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder l , van het Besluit bezoldiging politie, dat over de maand november 1998 is genoten, met inachtneming van de bepalingen in het Besluit algemene rechtspositie politie en het Besluit bezoldiging politie ter zake van buitengewoon verlof, ouderschapsverlof, ziekte, schorsing of vermindering van bezoldiging in geval van non-activiteit en militaire dienst.
3.
De ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, wordt voor de toepassing van dit artikel niet als belanghebbende aangemerkt voor de tijd dat hij ingevolge een wettelijke verplichting als militair in werkelijke dienst is en in verband daarmee de aan zijn ambt verbonden bezoldiging geniet tot een bedrag dat gelijk is aan het bedrag van het op hem te verhalen gedeelte van de pensioenbijdrage.
4.
De eindejaarsuitkering is geen ambtelijk inkomen in de zin van het Pensioenreglement Stichting Pensioenfonds ABP.
1.
Onverminderd het bepaalde in het Besluit bezoldiging politie wordt, in voorkomend geval onder aanpassing van het salarisnummer, het salaris van:
a. de ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, met uitzondering van de surveillant van politie die door het bevoegd gezag van de vaste component in artikel 13 van het Besluit bezoldiging politie is uitgesloten;
b. de ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie die door het bevoegd gezag is aangewezen voor de vaste component, bedoeld in artikel 13 van het Besluit bezoldiging politie;
c. de ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van politie die op 1 juli 1997 recht zou hebben gehad op de harmonisatietoeslag krachtens de circulaire van Onze Minister van 6 december 1996, kenmerk EA96/U3909, indien deze niet zou zijn komen te vervallen;
d. de bijzondere ambtenaar van politie;
e. de ambtenaar bezoldigd volgens een der salarisschalen van bijlage IA behorende bij het Besluit bezoldiging politie ;
vastgesteld op het bedrag dat gelijk is aan het salaris zoals dat voor de ambtenaar zou hebben gegolden op 1 juli 1997, indien de in artikel V, onder A, bedoelde vervanging van de bijlagen I en IA , niet zou hebben plaatsgevonden, vermeerderd met het bedrag van de tijdelijke vaste component die op grond van Bijlage IB van het Besluit bezoldiging politie tot 1 juli 1997 heeft gegolden.
2.
Onverminderd het bepaalde in het Besluit bezoldiging politie wordt, in voorkomend geval onder aanpassing van het salarisnummer, het salaris van:
a. de ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie die op 1 juli 1997 geen recht zou hebben gehad op de harmonisatietoeslag, indien deze niet zou zijn komen te vervallen;
b. de surveillant van politie die door het bevoegd gezag van de vaste component is uitgesloten;
vastgesteld op het bedrag dat gelijk is aan het salaris zoals dat voor de ambtenaar zou hebben gegolden op 1 juli 1997, indien de in artikel V, onder A, bedoelde vervanging van de bijlagen I en IA niet zou hebben plaatsgevonden, vermeerderd met tenminste f 100,00.
3.
In geval de in het eerste en tweede lid bedoelde vaststelling van het salaris niet kan plaatsvinden op de daar genoemde bedragen, wordt, in voorkomend geval onder aanpassing van het salarisnummer, het salaris van de ambtenaar vastgesteld op het naasthogere bedrag van het salaris zoals dat zou hebben gegolden op 1 juli 1997, indien de in artikel V, onder A, bedoelde vervanging van de bijlagen I en IA niet zou hebben plaatsgevonden, vermeerderd met het bedrag van de tijdelijke vaste component dan wel tenminste f 100,00.
4.
De in het eerste, tweede en derde lid bedoelde vaststelling van het salaris laat het tijdstip waarop aan de ambtenaar de volgende verhoging in de voor hem geldende schaal kan worden toegekend, onverlet.
ARTIKEL XVII
Door het bevoegd gezag, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder k , van het Besluit algemene rechtspositie politie, wordt een regeling getroffen om in voorkomend geval het financieel nadeel van de ambtenaar, als gevolg van het afschaffen van de harmonisatietoeslag krachtens de circulaire van Onze Minister van 6 december 1996, kenmerk EA96/U3909, te compenseren.
ARTIKEL XVIII
Dit besluit treedt, met uitzondering van de artikelen VI, VII, VIII, IX en X, in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst en werkt terug wat betreft artikel XI, onderdeel C, tot en met 1 april 1994, wat betreft de artikelen XI, onderdeel A en XII, onderdeel A en B, tot en met 1 januari 1996, wat betreft de artikelen I, II, III en XII, onderdeel C, tot en met 1 april 1997, en wat betreft de artikelen IV, V, XIII, XVI en XVII tot en met 1 juli 1997.
De artikelen VI, VII, VIII, IX en X treden in werking op respectievelijk 1 januari 1998, 1 april 1998, 1 augustus 1998 en 1 oktober 1998.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
's-Gravenhage, 2 september 1997
De Minister van Binnenlandse Zaken,
Uitgegeven de zesde november 1997
De Minister van Justitie,
Inhoudsopgave
ARTIKEL I
ARTIKEL II
ARTIKEL III
ARTIKEL IV
ARTIKEL V
ARTIKEL VI
ARTIKEL VII
ARTIKEL VIII
ARTIKEL IX
ARTIKEL X
ARTIKEL XI
ARTIKEL XII
ARTIKEL XIII
ARTIKEL XIV
ARTIKEL XV
ARTIKEL XVI
ARTIKEL XVII
ARTIKEL XVIII
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht