Let op. Deze wet is vervallen op 1 januari 2006. U leest nu de tekst die gold op -.

Wijzigingswet Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten, enz. (vrijwillige verzekering AWBZ)

Uitgebreide informatie
Wet van 21 december 2000, houdende wijziging van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten in verband met de invoering van de mogelijkheid tot een vrijwillige voortzetting van de bijzondere ziektekostenverzekering ingevolge die wet en van de Wet financiering volksverzekeringen in samenhang daarmee (vrijwillige verzekering AWBZ)
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is een vrijwillige voortzetting van de verzekering voor bijzondere ziektekosten mogelijk te maken ten behoeve van bepaalde categorieën van buiten Nederland wonende personen van wie de verzekering van rechtswege ingevolge artikel 5 van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten is geëindigd;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Artikel I
[Wijzigt de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten.]
Artikel II
[Wijzigt de Wet financiering volksverzekeringen.]
1.
In afwijking van artikel 32b, eerste lid, van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten geschiedt aanmelding voor de vrijwillige verzekering van de in artikel 32a, eerste en tweede lid, van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten bedoelde personen, van wie de verzekering ingevolge artikel 5 van die wet is geëindigd vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet, uiterlijk twaalf maanden na de inwerkingtreding van deze wet.
2.
De vrijwillige verzekering ingevolge Hoofdstuk IV van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten gaat voor de in het eerste lid bedoelde personen in op de dag volgend op die waarop de verzekering ingevolge artikel 5 van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten is geëindigd, doch niet vroeger dan 1 januari 2000.
3.
In afwijking van artikel 25 van de Wet financiering volksverzekeringen zijn personen, bedoeld in het eerste lid, eerst premie verschuldigd met ingang van het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet.
4.
Indien een persoon als bedoeld in het eerste lid is overleden tussen 31 december 1999 en de datum van inwerkingtreding van deze wet, hebben diens erfgenamen, ten laste van het Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g, van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten, ter zake van kosten van zorg als bedoeld in het Besluit zorgaanspraken bijzondere ziektekostenverzekering , niet omvattende de intramurale zorg als bedoeld in de paragrafen 3, 4, 5, 6, en 7, van dat besluit, recht op een vergoeding ter zake van die kosten, voorzover de overledene op 31 december 1999, ingevolge artikel 34, eerste lid, onderdeel b, en derde lid, van dat besluit, in verbinding met de Regeling hulp in bijzondere omstandigheden AWBZ, voor rekening van het Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten die aanspraak had, en die zorg op een tijdstip gelegen uiterlijk op die dag is aangevangen. Artikel 34, eerste lid, onderdeel b, en derde lid, van het Besluit zorgaanspraken bijzondere ziektekostenverzekering, in verbinding met de Regeling hulp in bijzondere omstandigheden AWBZ, is van overeenkomstige toepassing.
5.
De erfgenamen, bedoeld in het vierde lid, wenden zich voor het tot gelding brengen van het recht op vergoeding, binnen twaalf maanden na inwerkingtreding van deze wet tot de Sociale Verzekeringsbank. De Sociale Verzekeringsbank beoordeelt of de overledene tot de vrijwillige verzekering had kunnen toetreden indien hij nog had geleefd, met dien verstande dat bij die beoordeling artikel 32a, tweede lid, van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten buiten toepassing blijft. De Sociale Verzekeringsbank geeft aan de erfgenamen een verklaring af. Voor het verkrijgen van een vergoeding wenden de erfgenamen zich tot het uitvoeringsorgaan waarbij de overledene tot het overlijden als verzekerde was ingeschreven, onder overlegging van de door de SVB afgegeven verklaring.
Artikel IV
Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te 's-Gravenhage, 21 december 2000
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
Uitgegeven achtentwintigste december 2000
De Minister van Justitie,
Inhoudsopgave
Artikel I
Artikel II
Artikel III
Artikel IV
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Parlement
Documenten bij de totstandkoming van (deze versie van) de wet.

Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht