Wet van 30 november 2006 tot wijziging van de Arbeidstijdenwet in verband met vereenvoudiging van die wet
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de Arbeidstijdenwet te vereenvoudigen en aldus voor werkgevers en werknemers de mogelijkheden te vergroten om op maat afspraken te maken inzake arbeids- en rusttijden van werknemers met behoud van de noodzakelijke bescherming van de veiligheid, de gezondheid en het welzijn van die werknemers;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Artikel I
[Wijzigt de Arbeidstijdenwet.]
Artikel II
[Wijzigt de Wet op de ondernemingsraden.]
Artikel III
[Wijzigt het Burgerlijk Wetboek Boek 7.]
Artikel IV
Na inwerkingtreding van deze wet berust de Regeling tachograafkaarten mede op artikel 12:2, tweede lid, van de Arbeidstijdenwet.
1.
Indien op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet een collectieve regeling als bedoeld in artikel 1:3 van de Arbeidstijdenwet van toepassing is, waarvan de inwerkingtreding ligt voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet, blijft de Arbeidstijdenwet van toepassing, zoals die wet luidde op de dag voor inwerkingtreding van deze wet.
2.
In afwijking van het eerste lid geldt de toepassing van Arbeidstijdenwet , zoals deze luidde op de dag voor inwerkingtreding van deze wet, slechts tot het tijdstip waarop de collectieve regeling, bedoeld in het eerste lid, expireert, doch uiterlijk tot een jaar na inwerkingtreding van deze wet.
3.
Het eerste of tweede lid geldt niet, indien in de desbetreffende collectieve regeling is voorzien in de toepassing van deze wet.
Artikel VI
Tot 11 april 2007 geldt in afwijking van artikel 5:15, vijfde lid, van de Arbeidstijdenwet, zoals dit lid komt te luiden na inwerkingtreding van artikel I, onderdeel L, van deze wet, dat bij de toepassing van artikel 5:15 van de Arbeidstijdenwet verordening (EEG) nr. 3820/85 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 20 december 1985 tot harmonisatie van bepaalde voorschriften van sociale aard voor het wegvervoer (PbEG L 370) in acht wordt genomen.
Artikel VII
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te ’s-Gravenhage, 30 november 2006
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid ,
Uitgegeven de twaalfde december 2006
De Minister van Justitie ,
Inhoudsopgave
Artikel I
Artikel II
Artikel III
Artikel IV
Artikel V
Artikel VI
Artikel VII
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht