Wet van 14 december 2001 tot wijziging van belastingwetten c.a. (Belastingplan 2002 IV – Herziening successie- en schenkingsrecht, BTW-maatregelen, artiesten- en sportersregeling, alsmede overige aanpassingen)
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het in het kader van het fiscale beleid voor het jaar 2002 wenselijk is maatregelen te treffen inzake de herziening van het successieen schenkingsrecht, BTW, artiesten- en sportersregeling, alsmede overige onderwerpen;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Artikel I
[Wijzigt de Wet inkomstenbelasting 2001.]
Artikel II
[Wijzigt de Wet op de loonbelasting 1964.]
Artikel III
[Wijzigt de Wet op de omzetbelasting 1968.]
Artikel IV
[Wijzigt de Successiewet 1956.]
Artikel V
[Wijzigt de Wet op belastingen van rechtsverkeer.]
Artikel VI
[Wijzigt de Algemene wet inzake rijksbelastingen.]
Artikel VII
[Wijzigt de Invorderingswet 1990.]
Artikel VIII
[Wijzigt de Wet op de accijns.]
Artikel VIIIA
[Wijzigt de Wet op de verbruiksbelastingen van alcoholvrije dranken en van enkele andere produkten.]
1.
Teruggaaf van accijns voor bier, wijn en tussenproducten op de voet van de artikelen 70 en 71 van de Wet op de accijns wordt tot en met 31 mei 2002 verleend naar het tot en met 31 maart 2002 geldende tarief, tenzij belanghebbende aantoont dat de accijns naar het vanaf 1 april 2002 geldende tarief is voldaan.
2.
Teruggaaf van de verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken op de voet van de artikelen 32 en 33 van de Wet op de verbruiksbelastingen van alcoholvrije dranken en van enkele andere produkten wordt tot en met 31 mei 2002 slechts verleend naar het tot en met 31 maart 2002 geldende tarief, indien belanghebbende aantoont dat de verbruiksbelasting naar dat tarief is voldaan.
Artikel IX
[Wijzigt de Wet op de belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992.]
Artikel X
[Wijzigt de Invoeringswet Wet inkomstenbelasting 2001.]
Artikel XA
[Wijzigt de Wijzigingswet van enkele belastingwetten (herstel van enige onjuistheden).]
Artikel XB
Artikel 16, tweede lid, van de Wet op de omzetbelasting 1968 vindt geen toepassing voorzover het betreft de aanpassing van de guldensbedragen opgenomen in het Besluit uitsluiting aftrek omzetbelasting 1968 in verband met de invoering van de euro.
Artikel XC
[Wijzigt de Wet tot beëindiging van overheidstaken m.b.t. voormalige Wees- en Momboirkamers.]
Artikel XD
[Wijzigt de Invoeringswet nieuw Burgerlijk Wetboek (aanpassing van de wetgeving aan het nieuwe erfrecht en schenkingsrecht).]
Artikel XE
De in artikel 24, tweede lid, letter a, van de Successiewet 1956 genoemde termijn van vijf kalenderjaren begint te lopen met ingang van 1 januari 2001.
1.
Deze wet treedt in werking met ingang van 1 januari 2002.
2.
In afwijking van het eerste lid werkt artikel I, onderdelen B, C, D, F en H en artikel X terug tot en met 1 januari 2001.
3.
In afwijking van het eerste lid treden artikel I, onderdeel A, en artikel V in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdelen D en F, van de wet van 22 december 1999, Stb. 1999, 583, in werking treden.
4.
In afwijking van het eerste lid treden de artikelen VIII, onderdelen A, B en C, VIIIA en VIIIB in werking met ingang van 1 april 2002.
5.
De ingevolge de artikelen IV gewijzigde artikelen van de Successiewet 1956 vinden voor het eerst toepassing met betrekking tot belastbare feiten in de zin van de Successiewet 1956 die zich hebben voorgedaan op of na de datum van inwerkingtreding van deze wet.
6.
De ingevolge artikel VII, onderdelen A, onder 2, B, C, D en E, gewijzigde artikelen van de Invorderingswet 1990 vinden voor het eerst toepassing met betrekking tot belastingaanslagen die verschuldigd zijn ter zake van belastbare feiten in de zin van de Successiewet 1956 die zich hebben voorgedaan op of na de datum van inwerkingtreding van deze wet. Met betrekking tot belastingaanslagen die verschuldigd zijn ter zake van belastbare feiten in de zin van de Successiewet 1956 die zich hebben voorgedaan voor de inwerkingtreding van deze wet blijven de op grond van artikel VII, onderdelen A, onder 2, B, C, D en E, gewijzigde artikelen van de Invorderingswet 1990 van kracht zoals deze luidden onmiddellijk voorafgaande aan de datum van inwerkingtreding van deze wet.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te 's-Gravenhage, 14 december 2001
De Staatssecretaris van Financiën,
Uitgegeven de eenentwintigste december 2001
De Minister van Justitie,
Inhoudsopgave
Artikel I
Artikel II
Artikel III
Artikel IV
Artikel V
Artikel VI
Artikel VII
Artikel VIII
Artikel VIIIA
Artikel VIIIB
Artikel IX
Artikel X
Artikel XA
Artikel XB
Artikel XC
Artikel XD
Artikel XE
Artikel XI
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Parlement
Documenten bij de totstandkoming van (deze versie van) de wet.

Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht