Wet van 11 december 2002, houdende wijziging van belastingwetten c.a. (Vervolgwijzigingen in samenhang met de Belastingherziening 2001)
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is in de Wet inkomstenbelasting 2001, de Invoeringswet Wet inkomstenbelasting 2001, en enige daarmee samenhangende wetten, bijstellingen en technische verbeteringen aan te brengen;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Artikel I
[Wijzigt de Wet inkomstenbelasting 2001.]
Artikel II
[Wijzigt de Invoeringswet Wet inkomstenbelasting 2001.]
Artikel III
[Wijzigt de Algemene wet inzake rijksbelastingen.]
Artikel IV
[Wijzigt de Wet op de vennootschapsbelasting 1969.]
Artikel V
[Wijzigt de Wet op de loonbelasting 1964.]
Artikel VI
[Wijzigt de Invorderingswet 1990.]
Artikel VII
[Wijzigt de Wet op de dividendbelasting 1965.]
Artikel VIII
[Wijzigt de Wet op belastingen van rechtsverkeer.]
Artikel IX
[Wijzigt de Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen.]
Artikel X
[Wijzigt de Wet financiering volksverzekeringen.]
Artikel XI
[Wijzigt de Algemene wet inzake rijksbelastingen.]
Artikel XII
[Wijzigt de Wijzigingswet Wet inkomstenbelasting 2001, enz. (Belastingplan 2002 I - Arbeidsmarkt en inkomensbeleid), de Wet op de inkomstenbelasting 2001 en de Wet op de loonbelasting 1964.]
Artikel XIII
[Wijzigt de Wijzigingswet Wet inkomstenbelasting 2001, enz. (Belastingplan 2002 II - Economische infrastructuur), de Wet op de vennootschapsbelasting1969 en de Wijzigingswet Wet op de vennootschapsbelasting 1969 c.a. (herziening regime fiscale eenheid).]
Artikel XIV
De wijzigingen ingevolge de Wet van 14 december 2001 tot wijziging van belastingwetten c.a. (Belastingplan 2002 II Economische infrastructuur) (Stb. 641) in de Wet op de dividendbelasting 1965 en de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 zijn, in afwijking van artikel VIII, vijfde lid, van de Wet van 14 december 2001 (Stb. 641), tevens van toepassing op geldleningen die zijn aangegaan voor 1 januari 2002 , indien op of na het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet:
a. de voorwaarden waaronder de geldlening is aangegaan zodanig worden gewijzigd dat de lening in de zin van artikel 10, eerste lid, onderdeel d, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969, bij de schuldenaar feitelijk gaat functioneren als eigen vermogen; of
b. ingeval het reeds een geldlening in de zin van artikel 10, eerste lid, onderdeel d, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 betreft:
10. de aflossingsdatum van de lening wordt verschoven naar een later tijdstip; of
20. een andere rechtspersoon in de plaats treedt van de schuldenaar, tenzij dit geschiedt in het kader van een fusie of splitsing waarbij de daarbij behaalde winst op de voet van artikel 14, 14a of  14b van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 buiten aanmerking blijft.
Artikel XV
[Wijzigt de Invoeringswet Arbeid en Zorg en de Wet op de inkomstenbelasting 2001.]
Artikel XVA
[Wijzigt de Wet op de inkomstenbelasting 2001.]
Artikel XVI
[Wijzigt de Wijzigingswet Wet op de vennootschapsbelasting 1969 c.a. (herziening regime fiscale eenheid) en de Wet op de vennootschapsbelasting 1969.]
Artikel XVIA
[Wijzigt het Belastingplan 2003 deel II – overig fiscaal pakket en de Invoeringswet Wet inkomstenbelasting 2001.]
1.
Onder toepassing van artikel 16 van de Tijdelijke Referendumwet treedt deze wet in werking met ingang van 1 januari 2003.
2.
In afwijking van het eerste lid werken artikel I, onderdelen A, eerste lid, D, F, L, eerste lid, N tot en met O, Q, U, tweede en derde lid, V, tweede lid, W tot en met AD, AF, AJ, AK, eerste en derde lid, AT, AW, AX, AZ, BE en BF, artikel II, onderdelen A, C, tweede lid en derde lid, D tot en met I, en J, derde lid, artikel IV, onderdeel A, en artikel VI, onderdeel C, terug tot en met 1 januari 2001.
3.
In afwijking van het eerste lid werkt artikel I, onderdeel B, terug tot en met 1 december 2001.
4.
In afwijking van het eerste lid werkt artikel I, onderdeel AP, eerste lid, terug tot en met 31 december 2001.
5.
In afwijking van het eerste lid werken artikel I, onderdelen H, I, Sa, AH, AV en BB, artikel II, onderdelen B en J, eerste en tweede lid, artikel IV, onderdelen AA, eerste en tweede lid, J, eerste lid, en K, artikel V, onderdelen E, F, G, I en J, artikel IX, artikel X, artikel XI, artikel XII en artikel XIII, onderdeel B, terug tot en met 1 januari 2002.
6.
In afwijking van het eerste lid werken de wijzigingen van artikel VII, onderdelen A, B en C, terug tot en met 1 januari 2002 en zijn voor het eerst van toepassing op leningen die zijn aangegaan na 31 december 2001.
7.
In afwijking van het eerste lid werkt artikel XIII, onderdeel A, terug tot en met 16 juli 2002.
8.
In afwijking van het eerste lid werkt artikel VII, onderdeel D, terug tot en met 26 juli 2002.
9.
In afwijking van het eerste lid werkt artikel I, onderdelen C, U, eerste lid en vierde lid, V, eerste lid en derde lid, en BC, terug tot en met de datum waarop het voorstel van wet Wijziging van belastingwetten c.a. (Vervolgwijzigingen in samenhang met de Belastingherziening 2001) bij koninklijke boodschap aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal is aangeboden.
10.
In afwijking van het eerste lid treedt artikel I, onderdelen J, tweede lid, en AR, in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
11.
De wijzigingen ingevolge artikel IV, onderdelen AA, derde lid, C, tweede en derde lid, en E, zijn voor het eerst van toepassing op leningen die zijn aangegaan na het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet.
12.
De wijzigingen ingevolge artikel IV, onderdelen AA, derde lid, C, tweede en derde lid, en E, zijn voorts van toepassing op geldleningen die zijn aangegaan voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet, indien op of na dat tijdstip:
a. de voorwaarden waaronder de geldlening is aangegaan zodanig worden gewijzigd dat de lening in de zin van artikel 10, eerste lid, onderdeel d, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969, bij de schuldenaar feitelijk gaat functioneren als eigen vermogen; of
b. ingeval het reeds een geldlening in de zin van artikel 10, eerste lid, onderdeel d, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 betreft:
10. de aflossingsdatum van de lening wordt verschoven naar een later tijdstip; of
20. een andere rechtspersoon in de plaats treedt van de schuldenaar, tenzij dit geschiedt in het kader van een fusie of splitsing waarbij de daarbij behaalde winst op de voet van artikel 14, 14a of  14b van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 buiten aanmerking blijft.
13.
Artikel IV, onderdeel C, eerste lid, werkt terug tot en met 1 januari 2002 en is van toepassing bij vervreemding, verkrijging of inkoop van deelnemingen op of na die datum.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te 's-Gravenhage, 11 december 2002
De Staatssecretaris van Financiën,
Uitgegeven de negentiende december 2002
De Minister van Justitie,
Inhoudsopgave
Artikel I
Artikel II
Artikel III
Artikel IV
Artikel V
Artikel VI
Artikel VII
Artikel VIII
Artikel IX
Artikel X
Artikel XI
Artikel XII
Artikel XIII
Artikel XIV
Artikel XV
Artikel XVA
Artikel XVI
Artikel XVIA
Artikel XVII
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Parlement
Documenten bij de totstandkoming van (deze versie van) de wet.

Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht