Let op. Deze wet is vervallen op 17 oktober 2007. U leest nu de tekst die gold op 16 oktober 2007.

Wijzigingswet Bestrijdingsmiddelenwet 1962 betreffende instelling College voor de toelating van bestrijdingsmiddelen

Uitgebreide informatie
Wet van 12 november 1998 tot wijziging van de Bestrijdingsmiddelenwet 1962 in verband met de instelling van een College voor de toelating van bestrijdingsmiddelen
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die dit zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de Bestrijdingsmiddelenwet 1962 te wijzigen teneinde te voorzien in de instelling van een zelfstandig College voor de toelating van bestrijdingsmiddelen, dat zal beslissen omtrent de toelating van bestrijdingsmiddelen;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
ARTIKEL I
[Wijzigt de Bestrijdingsmiddelenwet 1962.]
1.
Met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze wet zijn de personeelsleden van het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, dienstonderdeel secretariaat van het college, van wie naam en functie zijn vermeld op een door Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij vastgestelde lijst, van rechtswege ontslagen en aangesteld als ambtenaar in dienst van het college.
2.
De overgang van de in het eerste lid bedoelde personeelsleden vindt plaats in een rechtspositie die als geheel ten minste gelijkwaardig is aan die welke voor elk van hen gold bij het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij.
3.
De aanspraken die een ambtenaar op wie het eerste lid van toepassing is, toekomen krachtens artikel 24 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement vervallen op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet.
4.
De personen die op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet krachtens een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht behoren tot het personeel van het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, dienstonderdeel secretariaat van het college, waarvan naam en functie zijn vermeld op een door Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij vastgestelde lijst, zijn met ingang van dat tijdstip van rechtswege ontslagen en aangesteld in dienst van het college met een rechtspositie die als geheel ten minste gelijkwaardig is aan die welke voor elk van hen gold bij het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij.
1.
Bezittingen, rechten en verplichtingen van de Staat der Nederlanden, die kennelijk zijn verworven, onderscheidenlijk aangegaan in verband met hetgeen het college tot taak verkrijgt, gaan voor zover zij zijn opgenomen in een door Onze Minister in overeenstemming met het college op te stellen lijst en voor zover nodig voorzien van in die lijst op te nemen garanties, vanaf de datum van inwerkingtreding van deze wet over op het college zonder dat daarvoor een nadere akte of betekening wordt gevorderd.
2.
Het college verkrijgt de door de Staat der Nederlanden aan haar toegescheiden bezittingen om niet.
ARTIKEL IV
Bij de eerste samenstelling van het college geschiedt de benoeming van twee leden voor een periode van twee jaren.
ARTIKEL V
Totdat de bedragen, gelden en vergoedingen zijn vastgesteld overeenkomstig artikel 4b, eerste lid, blijven de door Onze betrokken Ministers vastgestelde bedragen, gelden en vergoedingen van kracht.
ARTIKEL VI
Wettelijke procedures of rechtsgedingen waarbij Onze betrokken Minister dan wel de Staat optreedt in het kader van de uitvoering van de bij deze wet aan het college opgedragen taken, worden met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze wet door het college overgenomen.
ARTIKEL VII
Onze Minister zendt binnen drie jaar na inwerkingtreding van deze wet, en vervolgens telkens na vier jaar aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk.
ARTIKEL VIII
Archiefbescheiden van het dienstonderdeel secretariaat van het college gaan met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze wet over naar het college, voor zover zij niet overeenkomstig de Archiefwet 1995 zijn overgebracht naar een archiefbewaarplaats.
ARTIKEL IX
[Wijzigt de Wet op de economische delicten.]
ARTIKEL X
De tekst van de Bestrijdingsmiddelenwet 1962 wordt door Onze Minister van Justitie in het Staatsblad geplaatst.
ARTIKEL XI
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te 's-Gravenhage, 12 november 1998
De Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,
De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
Uitgegeven twee├źntwintigste december 1998
De Minister van Justitie,
Inhoudsopgave
ARTIKEL I
ARTIKEL II
ARTIKEL III
ARTIKEL IV
ARTIKEL V
ARTIKEL VI
ARTIKEL VII
ARTIKEL VIII
ARTIKEL IX
ARTIKEL X
ARTIKEL XI
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Parlement
Documenten bij de totstandkoming van (deze versie van) de wet.

Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht