Let op. Deze wet is vervallen op 17 oktober 2007. U leest nu de tekst die gold op 16 oktober 2007.

Wijzigingswet Bestrijdingsmiddelenwet 1962 (landbouwkundig onmisbare gewasbeschermingsmiddelen)

Uitgebreide informatie
Wet van 25 januari 2001, houdende wijziging van de Bestrijdingsmiddelenwet 1962 (landbouwkundig onmisbare gewasbeschermingsmiddelen)
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat een voorziening dient te worden getroffen voor gewasbeschermingsmiddelen die landbouwkundig onmisbaar zijn;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Artikel I
[Wijzigt de Bestrijdingsmiddelenwet 1962.]
1.
Gewasbeschermingsmiddelen, waarvan de werkzame stof of stoffen in de bijlage bij deze wet zijn opgenomen, zijn een gewasbeschermingsmiddel in de zin van de Bestrijdingsmiddelenwet 1962 en zijn, in afwijking van de bij of krachtens de artikelen 3 en 3a van de Bestrijdingsmiddelenwet 1962 gestelde regelen of beginselen inzake de toelatingscriteria, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a, ten negende en ten tiende, van voornoemde wet, en artikel 4, eerste lid, van voornoemde wet, van rechtswege toegelaten in de zin van die wet voor de in de bijlage vermelde doeleinden voor een periode die eindigt met ingang van 1 juli 2001, met dien verstande dat artikel 25c, tweede lid, van de Bestrijdingsmiddelenwet 1962 van overeenkomstige toepassing is.
2.
Indien vóór 1 juli 2001 een volledige aanvraag tot toelating op grond van artikel 25c van de Bestrijdingsmiddelenwet 1962 is ingediend met overlegging van de vereiste gegevens en indien aan de overige bij of krachtens artikel 4 van die wet gestelde regels is voldaan, eindigt de in het eerste lid bedoelde periode van toelating met ingang van 1 juli 2002 of zoveel eerder als omtrent de aanvraag een beslissing is genomen.
3.
Met betrekking tot de in het eerste en tweede lid bedoelde gewasbeschermingsmiddelen is het, onverminderd het in de bijlage bepaalde met betrekking tot de doeleinden waarvoor het middel mag worden gebruikt, verboden te handelen in strijd met de krachtens artikel 5, tweede en derde lid, van de Bestrijdingsmiddelenwet 1962 gegeven voorschriften zoals deze golden tot het moment van beëindiging van de toelating en met de krachtens artikel 13 van de Bestrijdingsmiddelenwet 1962 gegeven voorschriften.
4.
Ter uitvoering van een communautaire maatregel wordt, onverminderd het bepaalde in de artikelen 5 en 7, tweede lid, van de Bestrijdingsmiddelenwet 1962, een toelating, bedoeld in het eerste of tweede lid, ingetrokken of worden de voorschriften, bedoeld in artikel 5, tweede lid, van die wet gewijzigd.
5.
Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij doet mededeling in de Staatscourant van:
a. het vervallen van een toelating als bedoeld in het eerste lid, indien niet voldaan is aan het tweede lid;
b. de toelating van rechtswege, indien aan het tweede lid is voldaan;
c. een communautaire maatregel als bedoeld in het vierde lid, de gevolgen daarvan en het tijdstip waarop deze gevolgen intreden.
6.
Op gewasbeschermingsmiddelen, waarvan de werkzame stof door Onze betrokken Minister is aangewezen, is dit artikel voor de bij die aanwijzing vermelde doeleinden van overeenkomstige toepassing. Voor aanwijzing komen uitsluitend in aanmerking werkzame stoffen met betrekking tot gewasbeschermingsmiddelen en doeleinden daarvan ten aanzien waarvan zich een situatie als bedoeld in artikel 25c, eerste lid, onderdeel a, van de Bestrijdingsmiddelenwet 1962 naar de mening van Onze betrokken Minister voor kan doen, met dien verstande dat artikel 25c, tweede lid, van de Bestrijdingsmiddelenwet 1962 van overeenkomstige toepassing is.
Artikel III
[Wijzigt de Wet op de economische delicten.]
Artikel IV
Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst, met dien verstande dat artikel II, eerste lid, terugwerkt tot en met 10 mei 2000.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te 's-Gravenhage, 25 januari 2001
De Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,
De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
Uitgegeven de dertiende februari 2001
De Minister van Justitie,
Inhoudsopgave
Artikel I
Artikel II
Artikel III
Artikel IV
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht