Wet van 19 december 1991, houdende herziening van de Comptabiliteitswet 1976 met uitzondering van de bepalingen inzake de Algemene Rekenkamer (vierde wijziging van de Comptabiliteitswet 1976)
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de Comptabiliteitswet 1976 te herzien in verband met de invoering van een geïntegreerd verplichtingen-kasstelsel, alsmede in verband met de invoering van in de praktijk gebleken noodzakelijke aanpassingen;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Artikel I
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]
1.
De Bedrijvenwet ( Stb. 1928, 249) en het koninklijk besluit van 14 mei 1930 ( Stb. 182) worden ingetrokken.
2.
Bij koninklijk besluit kan worden bepaald, dat ten aanzien van eerder aangevangen begrotingsjaren de Bedrijvenwet ( Stb. 1928, 249) geheel of gedeeltelijk van toepassing blijft.
1.
Met betrekking tot de jaren voorafgaande aan het begrotingsjaar 1992 zijn de artikelen van de Comptabiliteitswet (1976) van toepassing, zoals deze luidden voor inwerkingtreding van deze wet.
2.
De goedkeuring door de Algemene Rekenkamer van de rekening van het Rijk over de begrotingsjaren 1988 tot en met 1991 heeft geen betrekking op de verplichtingen, tenzij de Rekenkamer dit over een of meer van bedoelde begrotingsjaren verantwoord acht.
3.
De rekeningen van het Rijk over de jaren 1987 tot en met 1991 worden door Onze Minister van Financiën in afwijking van het bepaalde in artikel 86 A , derde lid (oud), aan de Staten-Generaal overgelegd ter verlening van decharge.
1.
Deze wet treedt in werking met ingang van 1 januari 1991. Indien het Staatsblad waarin deze wet wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 31 december 1990 treedt zij in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst en werkt zij terug tot en met 1 januari 1991.
2.
Artikel II, derde lid, treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin deze wet wordt geplaatst.
3.
Artikel III, tweede lid, treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin deze wet wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 1988.
4.
Artikel I, onderdeel H, en artikel II, eerste en tweede lid, treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
5.
De tekst van de Comptabiliteitswet wordt door Onze Minister van Justitie in het Staatsblad geplaatst.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te 's-Gravenhage, 19 december 1991
De Minister van Financiën,
Uitgegeven de eenendertigste december 1991
De Minister van Justitie,
Inhoudsopgave
Artikel I
Artikel II
Artikel III
Artikel IV
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht