Wet van 26 februari 2011 tot wijziging van de Elektriciteitswet 1998 en de Gaswet ter verbetering van de werking van de elektriciteits- en gasmarkt
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is, om in het belang van elektriciteits- en gasbesparing, regels te stellen ter uitvoering van richtlijn 2006/32/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 5 april 2006 betreffende energie-efficiëntie bij het eindgebruik en energiediensten en houdende intrekking van richtlijn 93/76/EEG van de Raad (PbEU L 114) en regels te stellen die de geliberaliseerde elektriciteits- en gasmarkt nader ordenen met het oog op een verbetering van de werking van de elektriciteits- en gasmarkt voor met name kleinverbruikers;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Artikel I
[Wijzigt de Elektriciteitswet 1998.]
Artikel II
[Wijzigt de Gaswet.]
Artikel IV
[Wijzigt de Wijzigingswet Elektriciteitswet 1998 en Gaswet (nadere regels omtrent een onafhankelijk netbeheer).]
Artikel V
Tot de inwerkingtreding van het in artikel I, onderdeel W, van deze wet voorgestelde artikel 95cb, eerste lid, of het in artikel II, onderdeel L, van deze wet voorgestelde artikel 44b, eerste lid, betaalt een netbeheerder die met betrekking tot afnemers als bedoeld in artikel 95a, eerste lid, van de Elektriciteitswet 1998 of artikel 43, eerste lid, van de Gaswet, de facturering en inning van de aan de netbeheerder verschuldigde bedragen laat verrichten door anderen en aan een of meer van hen hiervoor direct of indirect een vergoeding betaalt, aan elk van hen een gelijke vergoeding.
Artikel VI
[Wijzigt deze wet.]
Artikel VIa
[Wijzigt deze wet.]
Artikel VIb
[Wijzigt deze wet.]
Artikel VIc
[Wijzigt de Gaswet.]
1.
De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.
2.
De artikelen 26ad tot en met 26ah van artikel I, onderdeel J, vervallen op een bij koninklijk besluit te bepalen datum die voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.
3.
De artikelen 13d tot en met 13h van artikel II, onderdeel E, vervallen op een bij koninklijk besluit te bepalen datum die voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te
’s-Gravenhage, 26 februari 2011
De Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie,
Uitgegeven de vijftiende maart 2011
De Minister van Veiligheid en Justitie,
Inhoudsopgave
Artikel I
Artikel II
Artikel III
Artikel IV
Artikel V
Artikel VI
Artikel VIa
Artikel VIb
Artikel VIc
Artikel VII
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht