Wet van 25 november 2013 tot wijziging van de Wet op het financieel toezicht en enige andere wetten (Wijzigingswet financiële markten 2014)
Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is te voorzien in toezicht op afwikkelondernemingen, regels te stellen met betrekking tot de stabiliteitstaken van de Nederlandsche Bank en de systeemrelevantiebuffer voor banken en beleggingsondernemingen, een algemene zorgplicht voor financiëledienstverleners in te voeren, de effectiviteit van het toezicht op de financiële verslaggeving en de informatievoorziening aan beleggers te verbeteren, de behandeling van bankspaardeposito’s eigen woning in het kader van het depositogarantiestelsel en het overdrachtsplan aan te passen, de regels voor vermogensscheiding van beleggingsinstellingen en icbe’s aan te passen alsmede enige andere wijzigingen en verbeteringen in de wetgeving op het terrein van de financiële markten aan te brengen;
Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Artikel I
[Wijzigt de Wet op het financieel toezicht.]
Artikel II
[Wijzigt de Bankwet 1998.]
Artikel III
[Wijzigt het Burgerlijk Wetboek Boek 2.]
Artikel IV
[Wijzigt de Faillissementswet.]
Artikel V
[Wijzigt de Muntwet 2002.]
1.
De Postbankwet wordt ingetrokken.
2.
Het bepaalde ingevolge de artikelen 2, tweede lid, 3, tweede lid, en 20, tweede lid, van de Postbankwet, zoals die luidden direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van dit artikel, blijft van toepassing op de in die artikelen bedoelde rechtsbetrekkingen.
3.
Artikel 10, tweede lid, van de Postbankwet, zoals dat luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van dit artikel, blijft van toepassing op de in dat artikel bedoelde archiefbescheiden.
Artikel VII
[Wijzigt de Wet bekostiging financieel toezicht.]
Artikel VIII
[Wijzigt de Wet giraal effectenverkeer.]
Artikel IX
[Wijzigt de Wet inkomstenbelasting 2001.]
Artikel X
[Wijzigt de Wet op de economische delicten.]
Artikel XI
[Wijzigt de Wet op het accountantsberoep.]
Artikel XII
[Wijzigt de Wet toezicht accountantsorganisaties.]
Artikel XIII
[Wijzigt de Wet toezicht financiële verslaggeving.]
Artikel XIV
[Wijzigt de Wet toezicht trustkantoren.]
Artikel XV
[Wijzigt de Wet tuchtrechtspraak accountants.]
Artikel XVI
[Wijzigt de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme.]
Artikel XVII
[Wijzigt de Algemene wet bestuursrecht.]
Artikel XVIIa
[Wijzigt de Wijzigingswet Wet op het financieel toezicht, enz. (implementatie richtlijn 2011/61/EU).]
1.
Een afwikkelonderneming met zetel in Nederland die op het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel V, haar bedrijf uitoefent jegens betaaldienstverleners met wie zij niet in een groep is verbonden en die in het jaar voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel V, meer dan 120 miljoen girale betalingstransacties heeft afgewikkeld, beschikt vanaf dat tijdstip van rechtswege over een vergunning als bedoeld in artikel 2:3.0b, eerste lid, van de wet op het financieel toezicht , met dien verstande dat de vergunning uitsluitend betrekking heeft op de werkzaamheden die zij op dat tijdstip verricht.
2.
De afwikkelonderneming toont binnen drie maanden na inwerkingtreding van artikel I, onderdeel V, van deze wet aan dat zal worden voldaan aan de artikelen, genoemd in artikel 2:3.0d, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht .
3.
De afwikkelonderneming vermeldt met betrekking tot welke werkzaamheden, onderscheiden in de artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht opgenomen definitie van afwikkelonderneming, zij beoogt aan te tonen dat zij voldoet aan de in het tweede lid bedoelde artikelen.
4.
Het aantonen geschiedt door middel van een opgave van de gegevens, bedoeld in artikel 3:2.0d, derde lid, van de Wet op het financieel toezicht .
5.
Indien de afwikkelonderneming niet voldoet aan het tweede lid, kan de Nederlandsche Bank de vergunning intrekken.
1.
Een afwikkelonderneming met zetel in een niet-aangewezen staat die op het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel V, haar bedrijf uitoefent vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor jegens betaaldienstverleners met wie zij niet in een groep is verbonden, beschikt vanaf dat tijdstip van rechtswege over een vergunning als bedoeld in artikel 2:3.0g, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht , met dien verstande dat de vergunning uitsluitend betrekking heeft op de werkzaamheden die zij op dat tijdstip verricht.
2.
De afwikkelonderneming toont binnen drie maanden na inwerkingtreding van artikel I, onderdeel V, van deze wet aan dat zal worden voldaan aan de artikelen, genoemd in artikel 2:3.0i, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht .
3.
De afwikkelonderneming vermeldt met betrekking tot welke werkzaamheden, onderscheiden in de artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht opgenomen definitie van afwikkelonderneming, zij beoogt aan te tonen dat zij voldoet aan de in het tweede lid bedoelde artikelen.
4.
Het aantonen geschiedt door middel van een opgave van de gegevens, bedoeld in artikel 3:2.0i, derde lid, van de Wet op het financieel toezicht .
5.
Indien de afwikkelonderneming niet voldoet aan het tweede lid, kan de Nederlandsche Bank de vergunning intrekken.
Artikel XIXa
[Wijzigt de Wet op de economische delicten.]
Artikel XX
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.
Artikel XXI
Deze wet wordt aangehaald als: Wijzigingswet financiële markten 2014.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te
Wassenaar, 25 november 2013
De Minister van Financiën,
Uitgegeven de vijfde december 2013
De Minister van Veiligheid en Justitie,
Inhoudsopgave
Artikel I
Artikel II
Artikel III
Artikel IV
Artikel V
Artikel VI
Artikel VII
Artikel VIII
Artikel IX
Artikel X
Artikel XI
Artikel XII
Artikel XIII
Artikel XIV
Artikel XV
Artikel XVI
Artikel XVII
Artikel XVIIa
Artikel XVIII
Artikel XIX
Artikel XIXa
Artikel XX
Artikel XXI
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht