Wet van 26 januari 2004 tot wijziging van de Huursubsidiewet en enkele andere wetten (introductie van een nieuwe procedure voor huurders die een aanvraag om toekenning van huursubsidie indienen)
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de Huursubsidiewet en enkele andere wetten te wijzigen teneinde aan huurders die een aanvraag om toekenning van huursubsidie indienen een huursubsidiebericht of een beperkt huursubsidiebericht te doen toekomen en enkele andere wijzigingen in die wetten aan te brengen;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Artikel I
[Wijzigt de Huursubsidiewet.]
1.
Indien de zending van huursubsidieberichten en beperkte huursubsidieberichten, bedoeld in artikel 30a, eerste lid, van de Huursubsidiewet, het met betrekking tot die zending zenden van gegevens, bedoeld in artikel 30aa, eerste lid, van die wet, het stellen van een termijn, bedoeld in artikel 30aa, tweede lid, van die wet, het verstrekken van gegevens ten behoeve van het opstellen van huursubsidieberichten of beperkte huursubsidieberichten, bedoeld in artikel 30b, eerste lid, van die wet, of het uitbetalen van een voorschot, bedoeld in artikel 31, derde lid, van die wet, plaatsvindt vóór de inwerkingtreding van deze wet, wordt die zending van huursubsidieberichten of beperkte huursubsidieberichten, die zending van gegevens, dat stellen van een termijn, die gegevensverstrekking of die uitbetaling aangemerkt als te hebben plaatsgevonden ingevolge het betrokken genoemde artikellid van de Huursubsidiewet , zoals dit komt te luiden na inwerkingtreding van deze wet.
2.
In de gevallen, bedoeld in het eerste lid, zijn de artikelen 22a en 28 tot en met 30 van de Huursubsidiewet, zoals zij laatstelijk luidde vóór de inwerkingtreding van deze wet, niet van toepassing.
1.
Een aanvraag om toekenning van huursubsidie wordt afgedaan overeenkomstig de Huursubsidiewet , zoals zij laatstelijk luidde vóór de inwerkingtreding van deze wet, indien het een aanvraag betreft die wordt ingediend vóór de inwerkingtreding van deze wet en betrekking heeft op het subsidietijdvak 1 juli 2001 tot en met 30 juni 2002.
2.
Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer zendt binnen vier weken na de positieve beschikking op een aanvraag als bedoeld in het eerste lid aan de betrokken huurders een door hem vastgesteld huursubsidiebericht of beperkt huursubsidiebericht als bedoeld in artikel 1, onderdeel g respectievelijk a, van de Huursubsidiewet.
3.
Een aanvraag om toekenning van huursubsidie wordt afgedaan overeenkomstig de Huursubsidiewet , zoals zij komt te luiden na inwerkingtreding van deze wet, indien het een aanvraag betreft die wordt ingediend vóór de inwerkingtreding van deze wet en betrekking heeft op het subsidietijdvak 1 juli 2002 tot en met 30 juni 2003 of het subsidietijdvak 1 juli 2003 tot en met 30 juni 2004.
4.
Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer zendt uiterlijk 1 juli 2003 respectievelijk 1 juli 2004 na de positieve beschikking op een aanvraag als bedoeld in het derde lid aan de betrokken huurders een door hem vastgesteld huursubsidiebericht of beperkt huursubsidiebericht als bedoeld in artikel 1, onderdeel g respectievelijk a, van de Huursubsidiewet.
Artikel IV
Indien over het tijdvak dat loopt van 1 juli 2002 tot en met 30 juni 2003 een aanvraag om toekenning van huursubsidie als bedoeld in artikel 28, eerste lid, van de Huursubsidiewet gedurende de eerste vijf dagen van een kalendermaand wordt ingediend, wordt huursubsidie toegekend voor die kalendermaand.
Artikel V
Voor de periode van 1 juli 2002 tot het tijdstip van inwerkingtreding van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte geldt in plaats van artikel 17, eerste lid, tweede volzin, van de Huurprijzenwet woonruimte het volgende:
Als een dergelijk verzoek wordt mede aangemerkt een verzoek ingevolge artikel 3a van de Wet op de huurcommissies, indien een aanvraag om huursubsidie voor de betreffende woonruimte is ingediend binnen de in de eerste volzin bedoelde termijn en indien en zodra de voorzitter van de huurcommissie op dat verzoek een verklaring heeft afgegeven waaruit blijkt dat de overeengekomen huurprijs hoger is dan de bij de desbetreffende woonruimte behorende maximale huurprijsgrens.
Artikel VI
Voor de periode van 1 juli 2002 tot het tijdstip van inwerkingtreding van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte geldt in plaats van artikel 3a van de Wet op de huurcommissies het volgende:
1. De voorzitter van de huurcommissie verstrekt op verzoek van Onze Minister ten behoeve van een aanvraag om huursubsidie krachtens de Huursubsidiewet binnen vier weken een verklaring omtrent de redelijkheid van de huurprijs en de juistheid van andere gegevens betreffende de woonruimte, een en ander voorzover van belang voor de toepassing van die wet, in de gevallen die bij algemene maatregel van bestuur krachtens artikel 5, tweede lid, van genoemde wet zijn aangewezen.
2. Indien de voorzitter de verklaring niet binnen vier weken verstrekt, stelt hij Onze Minister en de huurder hier onmiddellijk van in kennis onder vermelding van de redenen daarvoor, en geeft daarbij aan binnen welke termijn de verklaring zal worden verstrekt.
Artikel VII
[Wijzigt de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte.]
Artikel VIII
[Wijzigt de Wet bevordering eigenwoningbezit.]
Artikel IX
[Wijzigt het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.]
Artikel X
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. In het besluit kan worden bepaald dat de verschillende artikelen of onderdelen daarvan terugwerken tot en met een in dat besluit te bepalen tijdstip, dat voor die artikelen of onderdelen verschillend kan worden vastgesteld. In dat besluit wordt zonodig toepassing gegeven aan artikel 16 van de Tijdelijke referendumwet.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te 's-Gravenhage, 26 januari 2004
De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,
Uitgegeven de vierentwintigste februari 2004
De Minister van Justitie,
Inhoudsopgave
Artikel I
Artikel II
Artikel III
Artikel IV
Artikel V
Artikel VI
Artikel VII
Artikel VIII
Artikel IX
Artikel X
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht