Wet van 12 september 2002 tot wijziging van de Invorderingswet 1990 (Herziening procesrecht inzake aansprakelijkstelling)
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de dubbele rechtsgang in de Invorderingswet 1990 met betrekking tot aansprakelijkstelling te vervangen door een enkelvoudige rechtsgang ten overstaan van de belastingrechter, alsmede de reikwijdte van de rechtsgang uit te breiden;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Artikel I
[Wijzigt de Invorderingswet 1990.]
1.
Met betrekking tot een beschikking tot aansprakelijkstelling waaromtrent reeds is overgegaan tot dagvaarding voor de burgerlijke rechter overeenkomstig artikel 49, vierde lid, van de Invorderingswet 1990 zoals dat luidde onmiddellijk voorafgaande aan de datum van inwerkingtreding van deze wet, blijft het recht gelden zoals dat luidde onmiddellijk voorafgaande aan die datum.
2.
Met betrekking tot een beschikking tot aansprakelijkstelling die is genomen vóór de datum van inwerkingtreding van deze wet waarop het eerste lid niet van toepassing is, wordt een tijdige betwisting overeenkomstig artikel 49, derde lid, van de Invorderingswet 1990 zoals dat luidde onmiddellijk voorafgaande aan de datum van inwerkingtreding van deze wet, en welke niet heeft geleid tot intrekking van de beschikking, aangemerkt als een tijdig tegen die beschikking gemaakt bezwaar als bedoeld in artikel 49, derde lid, van de Invorderingswet 1990 zoals dat luidt na de datum van inwerkingtreding van deze wet. Indien in verband met die beschikking eveneens tijdig bezwaar is gemaakt op de voet van artikel 50, eerste of tweede lid, van de Invorderingswet 1990 zoals dat luidde onmiddellijk voorafgaande aan de datum van inwerkingtreding van deze wet, wordt dat bezwaar geacht deel uit te maken van het in de eerste volzin bedoelde bezwaar.
3.
Indien de in het tweede lid bedoelde betwisting niet, of niet tijdig, heeft plaatsgevonden, doch wel tijdig bezwaar op de voet van artikel 50, eerste of tweede lid, van de Invorderingswet 1990 zoals dat luidde onmiddellijk voorafgaande aan de datum van inwerkingtreding van deze wet, is gemaakt, wordt, tenzij op dat bezwaar reeds uitspraak is gedaan en die uitspraak onherroepelijk is geworden of tegen die uitspraak reeds beroep is ingesteld, dat bezwaar geacht een bezwaar te zijn als bedoeld in het tweede lid, eerste volzin.
Artikel III
Deze wet treedt in werking met ingang van de eerste dag van de derde kalendermaand na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te 's-Gravenhage, 12 september 2002
De Staatssecretaris van Financiën,
Uitgegeven de vierentwintigste september 2002
De Minister van Justitie,
Inhoudsopgave
Artikel I
Artikel II
Artikel III
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Parlement
Documenten bij de totstandkoming van (deze versie van) de wet.

Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht