Wet van 9 december 2004, houdende wijziging van de Mededingingswet in verband met het omvormen van het bestuursorgaan van de Nederlandse mededingingsautoriteit tot zelfstandig bestuursorgaan
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is het bestuursorgaan van de Nederlandse mededingingsautoriteit om te vormen tot een zelfstandig bestuursorgaan;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Artikel I
[Wijzigt de Mededingingswet.]
Artikel II
[Wijzigt de Elektriciteitswet 1998.]
Artikel III
[Wijzigt de Gaswet.]
Artikel IV
[Wijzigt de Wet personenvervoer 2000.]
Artikel V
[Wijzigt de Telecommunicatiewet.]
Artikel VI
[Wijzigt de Postwet.]
Artikel VII
[Wijzigt de Wet op de economische delicten.]
Artikel VIII
[Wijzigt de Wet bestuursrechtspraak bedrijfsorganisatie.]
1.
Ten aanzien van bezwaar of beroep tegen een besluit van de directeur van de dienst, bedoeld in artikel 5, tweede lid, van de Elektriciteitswet 1998, zoals die luidde voor de inwerkingtreding van deze wet, treedt de raad van bestuur van de Nederlandse Mededingingsautoriteit, bedoeld in artikel 2 van de Mededingingswet, in de plaats van de directeur, bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Elektriciteitswet 1998, zoals die luidde voor de inwerkingtreding van deze wet.
2.
Ten aanzien van bezwaar of beroep tegen een besluit van de directeur-generaal van de Nederlandse mededingingautoriteit, bedoeld in artikel 2 van de Mededingingswet, zoals die luidde voor de inwerkingtreding van deze wet, op grond van de Mededingingswet , de Elektriciteitswet 1998 , de Gaswet , en de Wet personenvervoer 2000 , zoals die luidden voor de inwerkingtreding van deze wet, treedt de raad van bestuur van de mededingingsautoriteit, genoemd in artikel 2 van de Mededingingswet, in de plaats van de directeur-generaal.
1.
Deze wet treedt in werking met ingang van de eerste dag van de derde kalendermaand na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst, met dien verstande dat het bepaalde in artikel III, onderdeel K, in werking treedt met ingang van de tweede week na publicatie van deze wet in het Staatsblad.
2.
Het plan, bedoeld in de artikelen II, onderdeel E en artikel III, onderdeel I, wordt binnen 1 jaar na publicatie van deze wet in het Staatsblad vastgesteld.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te ’s-Gravenhage, 9 december 2004
De Minister van Economische Zaken ,
Uitgegeven de vijfde april 2005
De Minister van Justitie ,
Inhoudsopgave
Artikel I
Artikel II
Artikel III
Artikel IV
Artikel V
Artikel VI
Artikel VII
Artikel VIII
Artikel IX
Artikel X
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht