Wet van 18 december 1991, houdende wijziging van bepalingen van de Mediawet met het oog op de invoering van landelijke commerciële omroep
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is, mede gezien de internationale ontwikkelingen, landelijke commerciële omroep via draadomroepinrichtingen mogelijk te maken, de publieke omroep te versterken en de toegang voor programma's van buitenlandse omroepinstellingen te herzien;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Artikel I
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]
Artikel II
In afwijking van artikel 71 b , eerste lid, wordt op aanvragen voor een toestemming, die in de eerste drie jaar na de inwerkingtreding van genoemd artikel worden ingediend, beslist door Onze Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur.
1.
Indien artikel I, onderdeel WW, in de loop van enig kalenderjaar in werking treedt en de inkomsten van de Stichting Etherreclame in de periode van het desbetreffende jaar tot de inwerkingtreding van artikel I, onderdeel WW, de inkomsten overtreffen in de overeenkomstige periode van 1987, wordt een deel van dat meerdere door Onze Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur uitgekeerd aan uitgevers van persorganen.
2.
De verdeling van het bedrag zal geschieden overeenkomstig de overeenkomst die op 6 april 1988 gesloten is tussen de Nederlandse Omroepprogramma Stichting enerzijds en de Vereniging de Nederlandse Dagbladpers, de Nederlandse Organisatie van Tijdschrift-Uitgevers en de Nederlandse Nieuwsbladpers als door Onze Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur representatief geachte vertegenwoordigende organisaties van uitgevers van persorganen anderzijds, tenzij de Nederlandse Omroepprogramma Stichting en bedoelde organisaties van uitgevers van persorganen vóór de inwerkingtreding van artikel I, onderdeel WW, een andere verdeling zijn overeengekomen.
Artikel IV
De tekst van de Mediawet wordt door Onze Minister van Justitie in het Staatsblad geplaatst.
1.
De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.
2.
Artikel I, onderdeel R, NN en PP, treedt niet eerder in werking dan op 1 januari 1992.
3.
Artikel I, onderdeel QQ, RR en SS, treedt niet eerder in werking dan op 1 januari 1993.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te 's-Gravenhage, 18 december 1991
De Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur,
Uitgegeven de eenendertigste december 1991
De Minister van Justitie,
Inhoudsopgave
Artikel I
Artikel II
Artikel III
Artikel IV
Artikel V
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht