Wet van 18 december 2013 tot wijziging van onder meer de Mediawet 2008 in verband met onder meer aanpassing van de rijksmediabijdrage en overheveling van het budget voor de bekostiging van de regionale omroepen van het provinciefonds naar de mediabegroting
Wij Willem Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben dat het wenselijk is met ingang van het begrotingsjaar 2014 het bedrag van de rijksmediabijdrage aan te passen en het budget voor de bekostiging van de regionale omroepen over te hevelen van het provinciefonds naar het onderdeel van de rijksbegroting betreffende de media;
dat daartoe de Mediawet 2008 dient te worden gewijzigd;
Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Artikel I
[Wijzigt de Mediawet 2008.]
Artikel II
[Wijzigt deze wet.]
Artikel III
[Wijzigt de Wijzigingswet Mediawet 2008 (verspreiding televisie- en radioprogrammakanalen, en vaststelling minimale omvang standaardpakket televisie- en radioprogrammakanalen).]
Artikel IV
[Wijzigt deze wet.]
Artikel V
[Wijzigt de Wijzigingswet Mediawet 2008 (moderniseren van het stelsel van de landelijke publieke omroep).]
Artikel VI
[Wijzigt de Wijzigingswet Mediawet 2008 (moderniseren van het stelsel van de landelijke publieke omroep).]
Artikel VIa
[Wijzigt de Wijzigingswet Mediawet 2008 (moderniseren van het stelsel van de landelijke publieke omroep).]
Artikel VII
[Wijzigt de Wijzigingswet Mediawet 2008, enz. (aanpassing rijksmediabijdrage, beëindiging wettelijke taken Stichting Radio Nederland Wereldomroep en aanpassingen van meer technische aard).]
1.
In afwijking van artikel 2.144, eerste lid, tweede volzin, van de Mediawet 2008 wordt de rijksmediabijdrage vermeerderd met € 93,160 miljoen voor het jaar 2014.
2.
In afwijking van artikel 2.144, eerste lid, tweede volzin, van de Mediawet 2008 bedraagt de vermindering van de rijksmediabijdrage:
a. € 7,116 miljoen voor het jaar 2015;
b. € 7,169 miljoen voor het jaar 2016; en
c. € 57,227 miljoen voor het jaar 2017.
1.
In afwijking van de artikelen 2.61, derde lid, en 2.62 van de Mediawet 2008, zoals die artikelen luiden op 1 januari 2014, kunnen uitsluitend de regionale publieke media-instellingen overeenkomstig artikel 2.62 van die wet worden aangewezen die op 31 december 2013 overeenkomstig artikel 2.61 van die wet waren aangewezen. De eerste volzin is niet van toepassing, als een aanwijzing op grond van artikel 2.67 of artikel 2.68 van de Mediawet 2008 is ingetrokken.
2.
Dit artikel is van toepassing in de periode vanaf 1 januari 2014 tot en met 31 december 2015.
1.
In afwijking van artikel 2.175, eerste lid, van de Mediawet 2008 is het een regionale publieke media-instelling die op 31 december 2013 overeenkomstig artikel 2.61 van die wet was aangewezen, toegestaan het totaal van de gereserveerde gelden waarover deze instelling op die datum beschikte, te reserveren als gelden voor de verzorging van media-aanbod en andere wettelijke doeleinden met dien verstande dat die gelden niet toenemen.
2.
Als de gelden, bedoeld in het eerste lid, minder bedragen dan tien procent van de uitgaven van de regionale publieke media-instelling in een kalenderjaar, is artikel 2.175, tweede lid, van de Mediawet 2008 van toepassing.
Artikel X
Ten behoeve van de financiële verantwoording over het kalenderjaar 2013 met betrekking tot de regionale publieke media-instellingen, bedoeld in artikel 2.61 van de Mediawet 2008, blijven de desbetreffende provinciale voorschriften, zoals die luidden op 31 december 2013, van toepassing.
Artikel Xa
Een aanvraag om bekostiging van een regionale omroep voor het jaar 2014 die bij gedeputeerde staten is ingediend, wordt aangemerkt als een aanvraag als bedoeld in artikel 2.170, tweede lid, van de Mediawet 2008, zoals dat artikellid luidt met ingang van het tijdstip waarop het in werking is getreden.
1.
Deze wet treedt met uitzondering van de artikelen I, onderdeel N, en VIa in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.
2.
Artikel I, onderdeel N, treedt in werking met ingang van 1 januari 2015.
3.
Artikel VIA treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin deze wet wordt geplaatst.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te
Wassenaar, 18 december 2013
De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
Uitgegeven de drieëntwintigste december 2013
De Minister van Veiligheid en Justitie,
Inhoudsopgave
Artikel I
Artikel II
Artikel III
Artikel IV
Artikel V
Artikel VI
Artikel VIa
Artikel VII
Artikel VIII
Artikel VIIIa
Artikel IX
Artikel X
Artikel Xa
Artikel XI
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht